Genealogische website van Cees Hagenbeek
Jan Jansz van Willigen
Jan Jansz van Willigen.

tr. voor 1635
met

Machtelt Volckers Erckelens, dr. van Volckert Erckelens, geb. voor 1615, ovl. Maassluis op 21 sep 1676, begr. Maassluis Grote Kerk, graf nr. 207 op 27 sep 1676 Graf in de Grote Kerk van Maassluis :
Hier leyt begraven Machtelt Volckers van Erckelens, de huysvrou van Gijsbert Barentsen Langerack gestorven den 21en September 1676 ende haer man Gijsbert Baerensen Langerack oudt 73 jaer is gestorven den 3en December anno 1690, tr. (2) met Gijsbert Baerense van Langerack. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cuniertje*1635 Schoonhoven 1712 Maassluis 7711 


Machtelt Volckers Erckelens
Machtelt Volckers Erckelens, geb. voor 1615, ovl. Maassluis op 21 sep 1676, begr. Maassluis Grote Kerk, graf nr. 207 op 27 sep 1676 Graf in de Grote Kerk van Maassluis :
Hier leyt begraven Machtelt Volckers van Erckelens, de huysvrou van Gijsbert Barentsen Langerack gestorven den 21en September 1676 ende haer man Gijsbert Baerensen Langerack oudt 73 jaer is gestorven den 3en December anno 1690.

tr. (1) voor 1635
met

Jan Jansz van Willigen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cuniertje*1635 Schoonhoven 1712 Maassluis 7711 

tr. (2) voor 1645
met

Gijsbert Baerense van Langerack (Gijsbert van Schoonhoven), geb. tussen 1616 en 1617, ovl. Maassluis op 3 dec 1690, begr. Maassluis in de Grote Kerk, graf 207 op 7 dec 1690


Gijsbert Baerense van Langerack
Gijsbert Baerense van Langerack (Gijsbert van Schoonhoven), geb. tussen 1616 en 1617, ovl. Maassluis op 3 dec 1690, begr. Maassluis in de Grote Kerk, graf 207 op 7 dec 1690.

tr. voor 1645
met

Machtelt Volckers Erckelens, dr. van Volckert Erckelens, geb. voor 1615, ovl. Maassluis op 21 sep 1676, begr. Maassluis Grote Kerk, graf nr. 207 op 27 sep 1676 Graf in de Grote Kerk van Maassluis :
Hier leyt begraven Machtelt Volckers van Erckelens, de huysvrou van Gijsbert Barentsen Langerack gestorven den 21en September 1676 ende haer man Gijsbert Baerensen Langerack oudt 73 jaer is gestorven den 3en December anno 1690, tr. (1) met Jan Jansz van Willigen. Uit dit huwelijk een dochter


Rombout Romboutsz van Bezooyen
Rombout Romboutsz van Bezooyen [[https://www.nikhef.nl/~louk/MESKW/generation11.html#1348), geb. voor 1615, begr. Maassluis op 19 mrt 1696,
, kagenaar (1642, 1643), koopt 30-12-1664 graf nr. 33 in de Grote Kerk van Maassluis [313], vermeld in notarieel archief Maassluis 1665, 1666 ("op de wip"?).
Op 25-4-1642 gaat Heyndrick van Besoyen met Adam Adriaans Corporaal en Rombout Rombouts van Besoyen, kagenaar, een maatschap van kapenaars aan. [315] [316]
Op 20-5-1643 gaat Rombout Romboutss van Besoijen, kagenaar, weer een contract aan. [317]
Weeskamer Maassluis:[318]
Benjamin Jacobs
24- 6-1620 1, f.153 (9 jr)
26- 4-1625 2, f. 44 (15 jr)
20- 3-1631 2, f.154v
zaliger Benjamin Jacobsz de Haeij
9-10-1638 3, f.154 geh. met Neeltge Gerrits
Rombout Romboutsz van Besooye,
17-12-1688 8, f.267
zaliger Rombout Romboutss Besoijen, laatst wednr. v. Adewij Pieters 23- 3-1696 9, f.108.

tr. Maassluis op 22 jan 1640
met

Neeltje Gerrits, ovl. tussen 1653 en 1665, tr. (2) met Benjamin Jacobs de Haaij. Uit dit huwelijk 4 kinderen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit~1642 Maassluis 1704 Maassluis 62


Neeltje Gerrits
Neeltje Gerrits, ovl. tussen 1653 en 1665.

tr. (1) Maassluis op 22 jan 1640
met

Rombout Romboutsz van Bezooyen [[https://www.nikhef.nl/~louk/MESKW/generation11.html#1348), zn. van Rombout van Besooyen, geb. voor 1615, begr. Maassluis op 19 mrt 1696,
, kagenaar (1642, 1643), koopt 30-12-1664 graf nr. 33 in de Grote Kerk van Maassluis [313], vermeld in notarieel archief Maassluis 1665, 1666 ("op de wip"?).
Op 25-4-1642 gaat Heyndrick van Besoyen met Adam Adriaans Corporaal en Rombout Rombouts van Besoyen, kagenaar, een maatschap van kapenaars aan. [315] [316]
Op 20-5-1643 gaat Rombout Romboutss van Besoijen, kagenaar, weer een contract aan. [317]
Weeskamer Maassluis:[318]
Benjamin Jacobs
24- 6-1620 1, f.153 (9 jr)
26- 4-1625 2, f. 44 (15 jr)
20- 3-1631 2, f.154v
zaliger Benjamin Jacobsz de Haeij
9-10-1638 3, f.154 geh. met Neeltge Gerrits
Rombout Romboutsz van Besooye,
17-12-1688 8, f.267
zaliger Rombout Romboutss Besoijen, laatst wednr. v. Adewij Pieters 23- 3-1696 9, f.108.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit~1642 Maassluis 1704 Maassluis 62

tr. (2) Maassluis op 7 apr 1630
met

Benjamin Jacobs de Haaij, zn. van Jacob Engelbrechtsz de Haeij, geb. in 1610, visser, ovl. tussen 1638 en 1640.

Uit dit huwelijk 4 kinderen.


Benjamin Jacobs de Haaij
Benjamin Jacobs de Haaij, geb. in 1610, visser, ovl. tussen 1638 en 1640.

tr. Maassluis op 7 apr 1630
met

Neeltje Gerrits, ovl. tussen 1653 en 1665, tr. (1) met Rombout Romboutsz van Bezooyen [[https://www.nikhef.nl/~louk/MESKW/generation11.html#1348). Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk 4 kinderen.


Jacob Engelbrechtsz de Haeij
Jacob Engelbrechtsz de Haeij.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Benjamin*1610  Ü1638  28


Simon Claes van der Swet
Simon Claes van der Swet (Appenbrouck/-broeck), geb. Maassluis voor 1620, scheepmaker (1638).

tr. Maassluis op 4 jul 1637, Weeskamer Maassluis:[325]
Jannetje Jacobsdr Leversteyn
7- 7-1673 7, f.328
Simon Claesz Appenbrouck/-broeck
7-10-1664 6, f. 15
8-10-1664 6, f. 19
7- 7-1673 7, f.328
met

Jannetje Jacobs Leversteijn, dr. van Jacob Claess Leversteijn (schepen van Maassluis) en Tannken Joosten, geb. Maassluis voor 1620, begr. Maassluis op 16 aug 1682,
, vermeld in notarieel archief Maassluis 1650, 1656.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leentje~1642 Maassluis 1716 Maassluis 73


Jannetje Jacobs Leversteijn
Jannetje Jacobs Leversteijn, geb. Maassluis voor 1620, begr. Maassluis op 16 aug 1682,
, vermeld in notarieel archief Maassluis 1650, 1656.

tr. Maassluis op 4 jul 1637, Weeskamer Maassluis:[325]
Jannetje Jacobsdr Leversteyn
7- 7-1673 7, f.328
Simon Claesz Appenbrouck/-broeck
7-10-1664 6, f. 15
8-10-1664 6, f. 19
7- 7-1673 7, f.328
met

Simon Claes van der Swet (Appenbrouck/-broeck), geb. Maassluis voor 1620, scheepmaker (1638).

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leentje~1642 Maassluis 1716 Maassluis 73


Willem Ariiaensz Breur
Willem Ariiaensz Breur, geb. tussen 1612 en 1613, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 344) op 19 mei 1660,
, koopt op 17-12-1652 dit graf in de Grote Kerk, ook genoemd als Willem Arensz van Opdam, reder en/of boekhouder te Maassluis, gecommitterde van de visserij (1640-1641) en president (1642) van het college van de visserij te Maassluis, koopman (1650, 1659), vermeld in 14 notariŽ akten te Maassluis 1650(dan 37 jr.)-1666 en van 1662-1664 als Willem Adrijaens Breur zaliger.
Weeskamer Maassluis:
Wijve Rochusz/Rochusdr
3-12-1664 6, f. 25v
2-12-1666 6, f.162v
Willem Arenss Breur wordt vermeld in twee notariŽle akten te Maassluis:
Akte van voogdij d.d. 12-10-1639, dan geh. met Wijve Rochus, zuster van Jacob Rochuss en Arij Rochuss,
Attestatie d.d. 9-11-1639, dan koopman te Maassluis, oud 26 jr.
In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur. Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar tante is Anneke Pelle.
Wijve Rochusdr van Pomeren komt voor in een tiental akten te Maassluis (1653.1666).
In 1674 wordt de tuin van Wijve Rochus van Pomeren, wed. van Willem Adriaensz Breur, aan de zuidzijde van de Lange Boonestraat te Maassluis aangekocht ten behoeve van de bouw van het Hervormde Weeshuis aldaar.

tr. Maassluis attestatie naar Vlaardingen 14-5-1636 in jul 1636
met

Wijve Rochus van Pomeren, dr. van Rochus Gerritsz van Pomeren en Aeltie Pelle, geb. Vlaardingen voor 1615, ovl. Maassluis op 25 jan 1697, begr. Maassluis op 26 jan 1697,
, wordt vermeld als rechthebbende in een boedelscheidingsakte te Vlaardingen 17-7-1662 vanwege het overlijden van haar moeder.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Symon~1637 Maassluis Ü1666  28


Wijve Rochus van Pomeren
Wijve Rochus van Pomeren, geb. Vlaardingen voor 1615, ovl. Maassluis op 25 jan 1697, begr. Maassluis op 26 jan 1697,
, wordt vermeld als rechthebbende in een boedelscheidingsakte te Vlaardingen 17-7-1662 vanwege het overlijden van haar moeder.

tr. Maassluis attestatie naar Vlaardingen 14-5-1636 in jul 1636
met

Willem Ariiaensz Breur, zn. van Adriaen Willems Breur en Willemijntgen Ariens Schram, geb. tussen 1612 en 1613, begr. Maassluis Grote Kerk (graf nr. 344) op 19 mei 1660,
, koopt op 17-12-1652 dit graf in de Grote Kerk, ook genoemd als Willem Arensz van Opdam, reder en/of boekhouder te Maassluis, gecommitterde van de visserij (1640-1641) en president (1642) van het college van de visserij te Maassluis, koopman (1650, 1659), vermeld in 14 notariŽ akten te Maassluis 1650(dan 37 jr.)-1666 en van 1662-1664 als Willem Adrijaens Breur zaliger.
Weeskamer Maassluis:
Wijve Rochusz/Rochusdr
3-12-1664 6, f. 25v
2-12-1666 6, f.162v
Willem Arenss Breur wordt vermeld in twee notariŽle akten te Maassluis:
Akte van voogdij d.d. 12-10-1639, dan geh. met Wijve Rochus, zuster van Jacob Rochuss en Arij Rochuss,
Attestatie d.d. 9-11-1639, dan koopman te Maassluis, oud 26 jr.
In een akte van Procuratie d.d. 10-6-1644 wordt vermeld Wijvetje Rochusdr van Pomeren, geh. met Willem Adriaenss Breur. Zij is dr. van Aeltgen Pellen zaliger, haar tante is Anneke Pelle.
Wijve Rochusdr van Pomeren komt voor in een tiental akten te Maassluis (1653.1666).
In 1674 wordt de tuin van Wijve Rochus van Pomeren, wed. van Willem Adriaensz Breur, aan de zuidzijde van de Lange Boonestraat te Maassluis aangekocht ten behoeve van de bouw van het Hervormde Weeshuis aldaar.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Symon~1637 Maassluis Ü1666  28


Jan Willems Schim
Jan Willems Schim1, geb. Maassluis, ovl. tussen 17 aug 1658 en 13 sep 1662 ,
, zeilmaker en kramer te Maassluis, welgeboren man van Delfland (genomineerd 5-11-1638 en geŽligeerd 4-11-1639,
5-11-1640, 29-10-1646 en 31-10-1647),118 woont Noorddijk te Maassluis (1649), zuidzijde Noordvliet (1659)
Op 18 april 1630 maken Jan Willemsz. Schim jongman op Maassluis, en Claesgen Claesdr. Tou van der Burch jongedochter tot Vlaardingen huwelijkse voorwaarden.
De bruidegom wordt geassisteerd door Willem Jansz. Schim zijn vader en Doe Jansz. zijn oom, en de bruid door Aert Jansz. haar stiefvader, Willem Jansz. Tou haar oom, en Claes en Cornelis Pietersz. haar [voogden? niet ingevuld]. Willem Jansz. Schim belooft het jonge paar het eerste aanstaande jaar de kost te geven en schenkt ze bovendien het huis waar hij tegenwoordig in woont met de schuur en de Ďneringe van cramerijen ende seijlmakerijeí. Claesgen brengt in hetgeen ze heeft geŽrfd van haar oom Arent Tou Jansz. van der Burch maar dit blijft buiten de gemeenschap van goederen en zal, mocht zij kinderloos overlijden, terugkeren naar de zijde vanwaar het gekomen is. Namens zijn vrouw verkoopt Jan Willemsz. Schim op 25 mei 1631 aan de Heilige Geestmeesters van Naaldwijk en Honselersdijk ten behoeve van de H. Geestarmen aldaar een bezegelde rentebrief door Adriaen Wiggersz. bakker alias Adriaen Cors verleden voor schout en schepenen van Naaldwijk op 28 juni 1615 inhoudende een jaarlijkse losrente van 25 gld. met een hoofdsom van 400 gld. Volgens het kohier van de 1000e penning over 1635 zijn Jan Willemsz. Schim en zijn huisvrouw voor 6000 gld. gegoed. Jan is ziek en Claesge gezond als ze op 16 juni 1636 een mutueel testament maken. De langstlevende zal hun kind of kinderen onderhouden en samen uitreiken een bedrag van 500 gld. en bij mondigheid of huwelijk een uitzet naar de staat van de boedel. Een van de getuigen is (de inmiddels bekende) neef Leendert Pietersz. Goutappel.
Op 13 december 1645 verzoekt Jan Willemsz. Schim het recht van naasting van een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet, door zijn moeder of zijn stiefvader Wouter Gerritsz. verkocht aan Jan Gerritsz.van de Wol. Dit verhaal krijgt pas een vervolg na de dood van Wouter Gerritsz. als Jan op 4 juni 1647 verklaart hoe zijn stiefvader aan Jan Gerritsz. van der Wol timmerman in Maasland een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet had verkocht voor 350 gld. te betalen met 200 gld. contant en de rest met 50 gld. per jaar. Jan heeft dit huis genaast, in eigendom verkregen bij sententie van 16 maart 1646, en vervolgens voor de zelfde prijs overgedragen aan zijn moeder die 200 gld. contant heeft voldaan en heeft beloofd de rest met 50 gld. per jaar te betalen aan de erfgenamen van Wouter Gerritsz. Jan en Claesge maken op 9 september 1649 opnieuw een mutueel testament. Ze zijn allebei kloek en gezond en bepalen dat de langstlevende de kinderen zal onderhouden en bij mondigen dage of huwelijk een [niet ingevuld] bedrag zal uitkeren. De langstlevende is enig voogd of voogdes en de weeskamer wordt uitgesloten. Als Jan Willemsz. overlijdt laat hij zeven kinderen na uit zijn eerste huwelijk en twee uit het tweede terwijl ook zijn weduwe gerechtigd is tot een kindsdeel. Op 13 september 1662 compareren Elijsabeth Louwerisdr. Bouwmans weduwe van Jan Wilhemsz. Schim die weduwnaar en boedelhouder was van Claasje Touwe, voor haar zelf en als moeder en voogdes samen met Adriaan Brant, schoolmeester in Maasland, als voogd van haar minderjarige kinderen, en Jan en Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden over de minderjarige en vervangende de meerderjarige voorkinderen van Jan Willemsz. Schim geprocreŽerd bij Claasje Touwe, voor het gerecht van Vlaardingerambacht en verkopen samen aan Claes Meesz. Maen 5 morgen 4 hond 59Ĺ roeden patrimoniaal weiland gelegen aan drie kampen naast elkaar op Vlaardingerwoud voor 3954 gld. 12 st. 6 d. in contanten. Dezelfde erfgenamen worden 14 november 1662 allemaal bij naam genoemd, t.w. Lijsbeth Louris, weduwe van Jan Willemsz. Schim, geassisteerd met mr. Adrijaen van den Brant, schoolmeester in Maasland, voor 1/10, en als als medevoogd over haar twee minderjarige kinderen Louris en Annetge Jans, voor 2/10, Jan Doensz. Schim, Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden van Claes Jansz. Tou alias Schim, Meijnsge en Jannetge Jans Schim, minderjarige kinderen van Jan Schim verwekt aan Claesge Claes Touwen, zijn eerste huisvrouw, verder de genoemde Jan en Pieter Doensz. Schim vervangende Dirck Cornelisz. van Dorp getrouwd met Annetge Jans, Neeltge Jans, Willemptge Jans en Pietertge Jans, alle vier mondige kinderen van Jan Willemsz. en Claesge Claes Touwe. Samen verkopen ze aan Jan Lourisz. van Schiebrouck, wonend in Maasland, een boomgaard met Ďalle plantagien en timmeragieí aan de noordzijde van de
Noordvliet, voor 1350 gld. De negen kinderen (resp. hun voogden) verkopen 16 juni 1663 aan hun (stief)moeder Elisabeth Louris voor 3000 gld. 9/10 deel van een huis, bijhuis en schuur, de actie van het erf waarop het staat aan de oostzijde van de Hoogstraat, waarvan het resterende 1/10 deel de weduwe competeert. Het huis blijft belast voor de alimentatie van Louris en Annetgen Jans Schim, die dezelfde dag is overeengekomen. Op 19 juni 1663 (vier dagen voor ze in ondertrouw gaat met haar aanstaande nieuwe echtgenoot) bekent Lijsbeth Louris een schuld van 600 gld. aan de weeskinderen van Cornelis Jacobsz. van der Valck en Trijntge Pieters van Adrichem. Borgen zijn mr. Adrijaen Jansz. van den Brant schoolmeester in Maasland en (haar aanstaande) Jacob Dircxz. van der Eijck timmerman. Het geld wordt haar in contanten aangeteld door Willem Bogaert in Maasland, voogd van de kinderen. Jacob Dircsz. van der Eijck als man en voogd van Lijsbet Louwe Boumans, moeder en ex testamento gestelde voogd over haar twee minderjarige kinderen geprocreŽerd bij Jan Willemsz. Schim, treedt 25 januari 1664 op voor het gerecht contra Pieter Doensz. Schim, die zich de administratie van de nagelaten boedel van Jan Willemsz. Schim heeft aangematigd, om op te komen voor de rechten van zijn Op 13 december 1645 verzoekt Jan Willemsz. Schim het recht van naasting van een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet, door zijn moeder of zijn stiefvader Wouter Gerritsz. verkocht aan Jan Gerritsz.van de Wol. Dit verhaal krijgt pas een vervolg na de dood van Wouter Gerritsz. als Jan op 4 juni 1647 verklaart hoe zijn stiefvader aan Jan Gerritsz. van der Wol timmerman in Maasland een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet had verkocht voor 350 gld. te betalen met 200 gld. contant en de rest met 50 gld. per jaar. Jan heeft dit huis genaast, in eigendom verkregen bij sententie van 16 maart 1646, en vervolgens voor de zelfde prijs overgedragen aan zijn moeder die 200 gld. contant heeft voldaan en heeft beloofd de rest met 50 gld. per jaar te betalen aan de erfgenamen van Wouter Gerritsz. Jan en Claesge maken op 9 september 1649 opnieuw een mutueel testament. Ze zijn allebei kloek en gezond en bepalen dat de langstlevende de kinderen zal onderhouden en bij mondigen dage of huwelijk een [niet ingevuld] bedrag zal uitkeren. De langstlevende is enig voogd of voogdes en de weeskamer wordt uitgesloten. Als Jan Willemsz. overlijdt laat hij zeven kinderen na uit zijn eerste huwelijk en twee uit het tweede terwijl ook zijn weduwe gerechtigd is tot een kindsdeel. Op 13 september 1662 compareren Elijsabeth Louwerisdr. Bouwmans weduwe van Jan Wilhemsz. Schim die weduwnaar en boedelhouder was van Claasje Touwe, voor haar zelf en als moeder en voogdes samen met Adriaan Brant, schoolmeester in Maasland, als voogd van haar minderjarige kinderen, en Jan en Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden over de minderjarige en vervangende de meerderjarige voorkinderen van Jan Willemsz. Schim geprocreŽerd bij Claasje Touwe, voor het gerecht van Vlaardingerambacht en verkopen samen aan Claes Meesz. Maen 5 morgen 4 hond 59Ĺ roeden patrimoniaal weiland gelegen aan drie kampen naast elkaar op Vlaardingerwoud voor 3954 gld. 12 st. 6 d. in contanten. Dezelfde erfgenamen worden 14 november 1662 allemaal bij naam genoemd, t.w. Lijsbeth Louris, weduwe van Jan Willemsz. Schim, geassisteerd met mr. Adrijaen van den Brant, schoolmeester in Maasland, voor 1/10, en als als medevoogd over haar twee minderjarige kinderen Louris en Annetge Jans, voor 2/10, Jan Doensz. Schim, Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden van Claes Jansz. Tou alias Schim, Meijnsge en Jannetge Jans Schim, minderjarige kinderen van Jan Schim verwekt aan Claesge Claes Touwen, zijn eerste huisvrouw, verder de genoemde Jan en Pieter Doensz. Schim vervangende Dirck Cornelisz. van Dorp getrouwd met Annetge Jans, Neeltge Jans, Willemptge Jans en Pietertge Jans, alle vier mondige kinderen van Jan Willemsz. en Claesge Claes Touwe. Samen verkopen ze aan Jan Lourisz. van Schiebrouck, wonend in Maasland, een boomgaard met Ďalle plantagien en timmeragieí aan de noordzijde van de
Noordvliet, voor 1350 gld. De negen kinderen (resp. hun voogden) verkopen 16 juni 1663 aan hun (stief)moeder Elisabeth Louris voor 3000 gld. 9/10 deel van een huis, bijhuis en schuur, de actie van het erf waarop het staat aan de oostzijde van de Hoogstraat, waarvan het resterende 1/10 deel de weduwe competeert. Het huis blijft belast voor de alimentatie van Louris en Annetgen Jans Schim, die dezelfde dag is overeengekomen. Op 19 juni 1663 (vier dagen voor ze in ondertrouw gaat met haar aanstaande nieuwe echtgenoot) bekent Lijsbeth Louris een schuld van 600 gld. aan de weeskinderen van Cornelis Jacobsz. van der Valck en Trijntge Pieters van Adrichem. Borgen zijn mr. Adrijaen Jansz. van den Brant schoolmeester in Maasland en (haar aanstaande) Jacob Dircxz. van der Eijck timmerman. Het geld wordt haar in contanten aangeteld door Willem Bogaert in Maasland, voogd van de kinderen. Jacob Dircsz. van der Eijck als man en voogd van Lijsbet Louwe Boumans, moeder en ex testamento gestelde voogd over haar twee minderjarige kinderen geprocreŽerd bij Jan Willemsz. Schim, treedt 25 januari 1664 op voor het gerecht contra Pieter Doensz. Schim, die zich de administratie van de nagelaten boedel van Jan Willemsz. Schim heeft aangematigd, om op te komen voor de rechten van zijn vrouw. Kennelijk om zich te verweren tegen de bemoeizucht van de Schimmen, benoemt Lijsbeth Louris op 27 juni 1665 tot voogden over haar twee minderjarige kinderen mr. Adrijaen van den Brant schoolmeester in Maasland, Jan Aldersz. Coudenhove en Cors Sijmensz. Hogeveen. Op 12 februari 1666 wordt daar aan nog toegevoegd Cornelis Lourisz. Bouwman arbeider in Maasland, haar broer. Op 21 februari 1671 inventariseert Lijsbeth Louris Bouwman, laatst weduwe van Jacob Dircxz. van der Eijck, de boedel die ze met hem in gemeenschap heeft bezeten, en bij hem voor de helft met de dood ontruimd, nalatende tot zijn erfgenaam zijn voordochter genaamd Neeltje Jacobs oud 13 jaar. De onroerende goederen bestaan uit een huis, bijhuis en schuur met de actie van het erf aan de oostzijde van de Hoogstraat, een huis met de actie van het erf met drie grote bargen aan de westzijde van de Hoogstraat, en de zeilmakerswinkel met de gereedschappen. De boedel is nog belast met Ďhet groot maeckení van Lauris Jansz. Schim het jongste kind van de inventariante geprocreŽerd bij Jan Willemsz. Schim haar tweede man zaliger. Bij notariŽle akte benoemt Lijsbeth Louwen op 30 december 1673 Willem Pietersz. Bogert en Jan Aldertsz. Kouwenhoven tot voogden over haar minderjarige zoon Louris. De weeskamer wordt uitgesloten. In 1689 krijgen de zes nog in leven zijnde kinderen van Claesgen Claesdr. Touw een erfenisje van een nicht van hun moeder, Maritgen Pieters Verkrocht, nagelaten dochter van Pieter Claesz. Verkrocht die een volle broer was van Maertie Claes Verkrocht, hun moeders moeder. Op 21 juli van dat jaar machtigen Arij Willemsz. Nocx visser, als man van Neeltie Jans Schim, Pietertie Jans Schim weduwe van Heijmen Maertensz, Leendert Thijsz. van Proije visser getrouwd met Jannetie Jans Schim en Claes Janse Schim zeilmaker, hun zus Maertie (sic = Meijnsge) Jans Schim weduwe van Pieter Lambrechtsz. de Haeij en hun zwager Dirck Cornelisz. van Dorp getrouwd met Anna Jans Schim om samen met hun mede-erfgenamen de rekening van de boedel van de erflaatster te sluiten en de boedel te helpen scheiden. Dirck Cornelisz. van Dorp gehuwd met Annetie Jans Schim, voor zichzelf en vervangende de mede-erfgenamen van vaderszijde van Maritie Pieters Vercrocht voor de helft, en de erfgenamen van moederszijde voor de wederhelft, verkopen op 14 september 1690 aan het Weeshuis van Vlaardingen voor 80 gld. een schuldbrief d.d. 10 mei 1659.

tr. Maassluis op 12 mei 1630, zij onder patroniem
met

Claesje Claes Touw van der Burch1, dr. van Claes Jansz Touw van der Burch en Maritge Claesdr Vercroft, geb. Vlaardingen, ovl. Maassluis na 9 sep 1649.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jannetje~1644 Maassluis 1729 Maassluis 85
Meijnsje~1640 Maassluis 1691 Maassluis 51



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 478)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 475)


Claesje Claes Touw van der Burch
Claesje Claes Touw van der Burch1, geb. Vlaardingen, ovl. Maassluis na 9 sep 1649.

tr. Maassluis op 12 mei 1630, zij onder patroniem
met

Jan Willems Schim1, zn. van Willem Jansz Schim (seylmaker) en Annitje Leendertsdr, geb. Maassluis, ovl. tussen 17 aug 1658 en 13 sep 1662 ,
, zeilmaker en kramer te Maassluis, welgeboren man van Delfland (genomineerd 5-11-1638 en geŽligeerd 4-11-1639,
5-11-1640, 29-10-1646 en 31-10-1647),118 woont Noorddijk te Maassluis (1649), zuidzijde Noordvliet (1659)
Op 18 april 1630 maken Jan Willemsz. Schim jongman op Maassluis, en Claesgen Claesdr. Tou van der Burch jongedochter tot Vlaardingen huwelijkse voorwaarden.
De bruidegom wordt geassisteerd door Willem Jansz. Schim zijn vader en Doe Jansz. zijn oom, en de bruid door Aert Jansz. haar stiefvader, Willem Jansz. Tou haar oom, en Claes en Cornelis Pietersz. haar [voogden? niet ingevuld]. Willem Jansz. Schim belooft het jonge paar het eerste aanstaande jaar de kost te geven en schenkt ze bovendien het huis waar hij tegenwoordig in woont met de schuur en de Ďneringe van cramerijen ende seijlmakerijeí. Claesgen brengt in hetgeen ze heeft geŽrfd van haar oom Arent Tou Jansz. van der Burch maar dit blijft buiten de gemeenschap van goederen en zal, mocht zij kinderloos overlijden, terugkeren naar de zijde vanwaar het gekomen is. Namens zijn vrouw verkoopt Jan Willemsz. Schim op 25 mei 1631 aan de Heilige Geestmeesters van Naaldwijk en Honselersdijk ten behoeve van de H. Geestarmen aldaar een bezegelde rentebrief door Adriaen Wiggersz. bakker alias Adriaen Cors verleden voor schout en schepenen van Naaldwijk op 28 juni 1615 inhoudende een jaarlijkse losrente van 25 gld. met een hoofdsom van 400 gld. Volgens het kohier van de 1000e penning over 1635 zijn Jan Willemsz. Schim en zijn huisvrouw voor 6000 gld. gegoed. Jan is ziek en Claesge gezond als ze op 16 juni 1636 een mutueel testament maken. De langstlevende zal hun kind of kinderen onderhouden en samen uitreiken een bedrag van 500 gld. en bij mondigheid of huwelijk een uitzet naar de staat van de boedel. Een van de getuigen is (de inmiddels bekende) neef Leendert Pietersz. Goutappel.
Op 13 december 1645 verzoekt Jan Willemsz. Schim het recht van naasting van een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet, door zijn moeder of zijn stiefvader Wouter Gerritsz. verkocht aan Jan Gerritsz.van de Wol. Dit verhaal krijgt pas een vervolg na de dood van Wouter Gerritsz. als Jan op 4 juni 1647 verklaart hoe zijn stiefvader aan Jan Gerritsz. van der Wol timmerman in Maasland een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet had verkocht voor 350 gld. te betalen met 200 gld. contant en de rest met 50 gld. per jaar. Jan heeft dit huis genaast, in eigendom verkregen bij sententie van 16 maart 1646, en vervolgens voor de zelfde prijs overgedragen aan zijn moeder die 200 gld. contant heeft voldaan en heeft beloofd de rest met 50 gld. per jaar te betalen aan de erfgenamen van Wouter Gerritsz. Jan en Claesge maken op 9 september 1649 opnieuw een mutueel testament. Ze zijn allebei kloek en gezond en bepalen dat de langstlevende de kinderen zal onderhouden en bij mondigen dage of huwelijk een [niet ingevuld] bedrag zal uitkeren. De langstlevende is enig voogd of voogdes en de weeskamer wordt uitgesloten. Als Jan Willemsz. overlijdt laat hij zeven kinderen na uit zijn eerste huwelijk en twee uit het tweede terwijl ook zijn weduwe gerechtigd is tot een kindsdeel. Op 13 september 1662 compareren Elijsabeth Louwerisdr. Bouwmans weduwe van Jan Wilhemsz. Schim die weduwnaar en boedelhouder was van Claasje Touwe, voor haar zelf en als moeder en voogdes samen met Adriaan Brant, schoolmeester in Maasland, als voogd van haar minderjarige kinderen, en Jan en Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden over de minderjarige en vervangende de meerderjarige voorkinderen van Jan Willemsz. Schim geprocreŽerd bij Claasje Touwe, voor het gerecht van Vlaardingerambacht en verkopen samen aan Claes Meesz. Maen 5 morgen 4 hond 59Ĺ roeden patrimoniaal weiland gelegen aan drie kampen naast elkaar op Vlaardingerwoud voor 3954 gld. 12 st. 6 d. in contanten. Dezelfde erfgenamen worden 14 november 1662 allemaal bij naam genoemd, t.w. Lijsbeth Louris, weduwe van Jan Willemsz. Schim, geassisteerd met mr. Adrijaen van den Brant, schoolmeester in Maasland, voor 1/10, en als als medevoogd over haar twee minderjarige kinderen Louris en Annetge Jans, voor 2/10, Jan Doensz. Schim, Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden van Claes Jansz. Tou alias Schim, Meijnsge en Jannetge Jans Schim, minderjarige kinderen van Jan Schim verwekt aan Claesge Claes Touwen, zijn eerste huisvrouw, verder de genoemde Jan en Pieter Doensz. Schim vervangende Dirck Cornelisz. van Dorp getrouwd met Annetge Jans, Neeltge Jans, Willemptge Jans en Pietertge Jans, alle vier mondige kinderen van Jan Willemsz. en Claesge Claes Touwe. Samen verkopen ze aan Jan Lourisz. van Schiebrouck, wonend in Maasland, een boomgaard met Ďalle plantagien en timmeragieí aan de noordzijde van de
Noordvliet, voor 1350 gld. De negen kinderen (resp. hun voogden) verkopen 16 juni 1663 aan hun (stief)moeder Elisabeth Louris voor 3000 gld. 9/10 deel van een huis, bijhuis en schuur, de actie van het erf waarop het staat aan de oostzijde van de Hoogstraat, waarvan het resterende 1/10 deel de weduwe competeert. Het huis blijft belast voor de alimentatie van Louris en Annetgen Jans Schim, die dezelfde dag is overeengekomen. Op 19 juni 1663 (vier dagen voor ze in ondertrouw gaat met haar aanstaande nieuwe echtgenoot) bekent Lijsbeth Louris een schuld van 600 gld. aan de weeskinderen van Cornelis Jacobsz. van der Valck en Trijntge Pieters van Adrichem. Borgen zijn mr. Adrijaen Jansz. van den Brant schoolmeester in Maasland en (haar aanstaande) Jacob Dircxz. van der Eijck timmerman. Het geld wordt haar in contanten aangeteld door Willem Bogaert in Maasland, voogd van de kinderen. Jacob Dircsz. van der Eijck als man en voogd van Lijsbet Louwe Boumans, moeder en ex testamento gestelde voogd over haar twee minderjarige kinderen geprocreŽerd bij Jan Willemsz. Schim, treedt 25 januari 1664 op voor het gerecht contra Pieter Doensz. Schim, die zich de administratie van de nagelaten boedel van Jan Willemsz. Schim heeft aangematigd, om op te komen voor de rechten van zijn Op 13 december 1645 verzoekt Jan Willemsz. Schim het recht van naasting van een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet, door zijn moeder of zijn stiefvader Wouter Gerritsz. verkocht aan Jan Gerritsz.van de Wol. Dit verhaal krijgt pas een vervolg na de dood van Wouter Gerritsz. als Jan op 4 juni 1647 verklaart hoe zijn stiefvader aan Jan Gerritsz. van der Wol timmerman in Maasland een huis en erf aan de zuidzijde van de Noordvliet had verkocht voor 350 gld. te betalen met 200 gld. contant en de rest met 50 gld. per jaar. Jan heeft dit huis genaast, in eigendom verkregen bij sententie van 16 maart 1646, en vervolgens voor de zelfde prijs overgedragen aan zijn moeder die 200 gld. contant heeft voldaan en heeft beloofd de rest met 50 gld. per jaar te betalen aan de erfgenamen van Wouter Gerritsz. Jan en Claesge maken op 9 september 1649 opnieuw een mutueel testament. Ze zijn allebei kloek en gezond en bepalen dat de langstlevende de kinderen zal onderhouden en bij mondigen dage of huwelijk een [niet ingevuld] bedrag zal uitkeren. De langstlevende is enig voogd of voogdes en de weeskamer wordt uitgesloten. Als Jan Willemsz. overlijdt laat hij zeven kinderen na uit zijn eerste huwelijk en twee uit het tweede terwijl ook zijn weduwe gerechtigd is tot een kindsdeel. Op 13 september 1662 compareren Elijsabeth Louwerisdr. Bouwmans weduwe van Jan Wilhemsz. Schim die weduwnaar en boedelhouder was van Claasje Touwe, voor haar zelf en als moeder en voogdes samen met Adriaan Brant, schoolmeester in Maasland, als voogd van haar minderjarige kinderen, en Jan en Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden over de minderjarige en vervangende de meerderjarige voorkinderen van Jan Willemsz. Schim geprocreŽerd bij Claasje Touwe, voor het gerecht van Vlaardingerambacht en verkopen samen aan Claes Meesz. Maen 5 morgen 4 hond 59Ĺ roeden patrimoniaal weiland gelegen aan drie kampen naast elkaar op Vlaardingerwoud voor 3954 gld. 12 st. 6 d. in contanten. Dezelfde erfgenamen worden 14 november 1662 allemaal bij naam genoemd, t.w. Lijsbeth Louris, weduwe van Jan Willemsz. Schim, geassisteerd met mr. Adrijaen van den Brant, schoolmeester in Maasland, voor 1/10, en als als medevoogd over haar twee minderjarige kinderen Louris en Annetge Jans, voor 2/10, Jan Doensz. Schim, Pieter Doensz. Schim en Pieter Cornelisz. van Wijn als voogden van Claes Jansz. Tou alias Schim, Meijnsge en Jannetge Jans Schim, minderjarige kinderen van Jan Schim verwekt aan Claesge Claes Touwen, zijn eerste huisvrouw, verder de genoemde Jan en Pieter Doensz. Schim vervangende Dirck Cornelisz. van Dorp getrouwd met Annetge Jans, Neeltge Jans, Willemptge Jans en Pietertge Jans, alle vier mondige kinderen van Jan Willemsz. en Claesge Claes Touwe. Samen verkopen ze aan Jan Lourisz. van Schiebrouck, wonend in Maasland, een boomgaard met Ďalle plantagien en timmeragieí aan de noordzijde van de
Noordvliet, voor 1350 gld. De negen kinderen (resp. hun voogden) verkopen 16 juni 1663 aan hun (stief)moeder Elisabeth Louris voor 3000 gld. 9/10 deel van een huis, bijhuis en schuur, de actie van het erf waarop het staat aan de oostzijde van de Hoogstraat, waarvan het resterende 1/10 deel de weduwe competeert. Het huis blijft belast voor de alimentatie van Louris en Annetgen Jans Schim, die dezelfde dag is overeengekomen. Op 19 juni 1663 (vier dagen voor ze in ondertrouw gaat met haar aanstaande nieuwe echtgenoot) bekent Lijsbeth Louris een schuld van 600 gld. aan de weeskinderen van Cornelis Jacobsz. van der Valck en Trijntge Pieters van Adrichem. Borgen zijn mr. Adrijaen Jansz. van den Brant schoolmeester in Maasland en (haar aanstaande) Jacob Dircxz. van der Eijck timmerman. Het geld wordt haar in contanten aangeteld door Willem Bogaert in Maasland, voogd van de kinderen. Jacob Dircsz. van der Eijck als man en voogd van Lijsbet Louwe Boumans, moeder en ex testamento gestelde voogd over haar twee minderjarige kinderen geprocreŽerd bij Jan Willemsz. Schim, treedt 25 januari 1664 op voor het gerecht contra Pieter Doensz. Schim, die zich de administratie van de nagelaten boedel van Jan Willemsz. Schim heeft aangematigd, om op te komen voor de rechten van zijn vrouw. Kennelijk om zich te verweren tegen de bemoeizucht van de Schimmen, benoemt Lijsbeth Louris op 27 juni 1665 tot voogden over haar twee minderjarige kinderen mr. Adrijaen van den Brant schoolmeester in Maasland, Jan Aldersz. Coudenhove en Cors Sijmensz. Hogeveen. Op 12 februari 1666 wordt daar aan nog toegevoegd Cornelis Lourisz. Bouwman arbeider in Maasland, haar broer. Op 21 februari 1671 inventariseert Lijsbeth Louris Bouwman, laatst weduwe van Jacob Dircxz. van der Eijck, de boedel die ze met hem in gemeenschap heeft bezeten, en bij hem voor de helft met de dood ontruimd, nalatende tot zijn erfgenaam zijn voordochter genaamd Neeltje Jacobs oud 13 jaar. De onroerende goederen bestaan uit een huis, bijhuis en schuur met de actie van het erf aan de oostzijde van de Hoogstraat, een huis met de actie van het erf met drie grote bargen aan de westzijde van de Hoogstraat, en de zeilmakerswinkel met de gereedschappen. De boedel is nog belast met Ďhet groot maeckení van Lauris Jansz. Schim het jongste kind van de inventariante geprocreŽerd bij Jan Willemsz. Schim haar tweede man zaliger. Bij notariŽle akte benoemt Lijsbeth Louwen op 30 december 1673 Willem Pietersz. Bogert en Jan Aldertsz. Kouwenhoven tot voogden over haar minderjarige zoon Louris. De weeskamer wordt uitgesloten. In 1689 krijgen de zes nog in leven zijnde kinderen van Claesgen Claesdr. Touw een erfenisje van een nicht van hun moeder, Maritgen Pieters Verkrocht, nagelaten dochter van Pieter Claesz. Verkrocht die een volle broer was van Maertie Claes Verkrocht, hun moeders moeder. Op 21 juli van dat jaar machtigen Arij Willemsz. Nocx visser, als man van Neeltie Jans Schim, Pietertie Jans Schim weduwe van Heijmen Maertensz, Leendert Thijsz. van Proije visser getrouwd met Jannetie Jans Schim en Claes Janse Schim zeilmaker, hun zus Maertie (sic = Meijnsge) Jans Schim weduwe van Pieter Lambrechtsz. de Haeij en hun zwager Dirck Cornelisz. van Dorp getrouwd met Anna Jans Schim om samen met hun mede-erfgenamen de rekening van de boedel van de erflaatster te sluiten en de boedel te helpen scheiden. Dirck Cornelisz. van Dorp gehuwd met Annetie Jans Schim, voor zichzelf en vervangende de mede-erfgenamen van vaderszijde van Maritie Pieters Vercrocht voor de helft, en de erfgenamen van moederszijde voor de wederhelft, verkopen op 14 september 1690 aan het Weeshuis van Vlaardingen voor 80 gld. een schuldbrief d.d. 10 mei 1659.

Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jannetje~1644 Maassluis 1729 Maassluis 85
Meijnsje~1640 Maassluis 1691 Maassluis 51



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 478)


Annitje Leendertsdr
Annitje Leendertsdr1, ovl. op 3 jun 1647.

tr. op 20 mei 1610
met

Willem Jansz Schim1, zn. van Jan Jansz Schim en Anna Doensdochter van der Hooff, geb. circa 1570, seylmaker, begr. Maassluis op 12 mei 1635.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan Maassluis Ü1658   



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 475)


Leendert Pietersz Goutappel
Leendert Pietersz Goutappel1.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Annitje  Ü1647   



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 475)


Claes Jansz Touw van der Burch
Claes Jansz Touw van der Burch, geb. circa 1570, ovl. in 1610 "ontrent in de Vasten des iaers",
, belender te Vlaardingerambacht.

otr. op 19 jul 1608 huwelijkse voorwaarden, Op 19-7-1608 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen enerzijds Maritgen Claesdr, met haar broeder Pieter Claesz en haar behuwdoom (stiefvader) Pieter Allartsz, en met Cornelis Dircksz van Rijn, Gerrit Jansz Brouck en met Gerrit Jansz, en anderzijds Claes Jansz Touw van der Burch, met Arent Touw Jansz, Willem Jansz Touw, Joris Cornelisz van Vliet, Doe Adriaensz Luck, Pouwels van Dijck Adriaensz en Dirck Symonsz Mostert, zijn broeders, zwager en vrinden
met

Maritge Claesdr Vercroft, dr. van Claes Jan Vercroft en Neeltge Andriesdr, geb. voor 1590, ovl. na 1622,
, leeft na het overlijden van haar eerste echtgenoot zeer sober omdat haar voogd en stiefvader Pieter Allersz haar "seer cleijne middelen om huijs mede te houden" verstrekte.
Op 19-7-1608 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen enerzijds Maritgen Claesdr, met haar broeder Pieter Claesz en haar behuwdoom (stiefvader) Pieter Allartsz, en met Cornelis Dircksz van Rijn, Gerrit Jansz Brouck en met Gerrit Jansz, en anderzijds Claes Jansz Touw van der Burch, met Arent Touw Jansz, Willem Jansz Touw, Joris Cornelisz van Vliet, Doe Adriaensz Luck, Pouwels van Dijck Adriaensz en Dirck Symonsz Mostert, zijn broeders, zwager en vrinden.
Op 11-2-1610 constitueert Adriaen Jansz Vonck, metselaar, Willem Nieupoort, procureur te Schiedam.
Attestatie d.d. 17-12-1621 Ten versoucke van Jacob Willemsz Colster van wegen Cornelis Claesz iegenwoordich binnen den Briel in hechtenis: Compareerden Jacob Foppensz, schipper out 52 iaeren, ende Arien Jansz Vonck, metselaer out ontrent 43 iaeren. Ende verclaerden bij eede dat sij wel gekent hebben d'voorn. Cornelis Claesz ende dat d'selve tharen respective huijsen heeft thuijs gelegen ende vandaer lest vertrocken over ontrent twee iaren. Ende mitsdien wel te weten dat nae alle gelegentheden dije sij doen merckten en sagen dat d'selve anders geen goet en hadde om dagelicx van te leven dan hij met sijn handen als arbeijder was winnende. Verclaren voorts dat sij mede seer soberen wierden betaelt van tgunt hij haer van bijwoonen schuldich wiert ende dat sij aenmerckende wel sijn goede genegentheden om te betalen, maer altemets niet komende hem niet lastich vielen. Gevende mede voor redenen van wetenschap, aengevende sijn onvermogen, dat dvoorn. Cornelis Claesz tharen respective huijsen comende logeren, seer weinich off alte weijnich linne, wolle off andere goederen bracht off vuijt conquesteerde, houdende d'selve over zulcx van onvermogen ende geen middelen. Actum den 17-12-1621 ten overstaen van de schout. Was getekend: Louris Ariaensz van der Houve.
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende d'selve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29-5-1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz.
Attestatie d.d. 1-7-1622 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck, metselaer, ende Maritgen Claes, sijn huijsvrouwe: Compareerde Neeltge Maertens, huijsvrouwe van Huijch Willemsz, houtsager, out ontrent 53 iaren. Ende verclaerde bij eede dat sij lange tijt harwaerts goede ende familiare kennissie heeft gehadt aen d'voorsz Maritgen Claes ende dat des selffs man Claes Jansz Tou ontrent inde Vasten des iaers 1610, onbehaelt inden iuijsten tijt, overleden is. Ende wel te weten dat sij alsdoen in haer weduwelijcken staet, soberlijcken leeffde ende dagelicx soo tegen haer deposante als anderen de clachten dede van hare seer cleijne middelen om huijs mede te houden, vermits eenen Pieter Allersz, haer stieffvader, voocht van haer requirante, haer soo sober hielt dat mede door haer deposantes persuasien haer geleent is wt medogentheijt bij eene Maritgen Willems, weduwe van Cornelis Jacobsz Cluijver, de somme van ontrent 40 gulden ende dat opte toesegginge van restitutie bij Pieter Allersz gedaen. Verclaert mede dat haer deposante ten tijde voorsz ende inde weduwelijcken staet vande selve Maritgen competeerde 11 stuivers van stijven van cragen, waerom sij menichvuldige moeijten dede, nochtans dselve niet konde krijgen dan van den voorsz Maritgen Willems dwelcke tselve mede verschoot. Verclaert voorts dat sij d'selve Maritgen Willems heeft hooren vermanen dat sij werden gedaen dienste, soo van koocken als anders op haer requirants feeste gehouden doen sij met hem Arien Jansz Vonck was getrout, geen geld had konnen crijgen ende dat sij genootsaackt was geweest daer over te coopen een blau voorschoot twelcke sij doen vertoonde. Actum den 1 Julij 1622. Was getekend: bij mijn (onleesbaar).
Attestatie d.d. 15-5-1623 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck: "Hebben Cornelis Willemsz, clockestelder out ontrent 50 jaeren ende Leendert Fransz Boomgaert, out ontrent 38 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat sijluijden huijden vergadert sijn geweest in de herberge van St. Joris, int geselschap van den requirant ende dat aldaer bij hen deposanten gecomen is Steven Aelbrechtsz Attevelt, cuijper, ende dat de selve onder andere propoosten iegens den voorn. requirant seijde ende hem met smaet woorde verweet in effecte dese woorden, "ghij hebt u vader verraden" Tselve tot meer maelen verhaelende. Actum coram van den ondergeteijckende schepenen den 15-5-1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. J. G. Noijkens.
Attestatie d.d. 25-6-1629 Ten versoucke van Ghijsbrecht Cornelisz, kaescooper te Gouda cum socijs, heeft Arijen Jansz Vonck metselaer out 50 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat Gerrijt Mathijsz, metselaer overleden binnen deser stede, heeft gehadt een suster genaempt Grietge Thijssen die woonachtich is geweest, eerst te Bodegraven, daer naer tot M.nt ende lest in de Plaet. Ende dat de selve Grietge Thijssendr hadde een dochter die genaemd was Machtelt Pietersdr (niet?) naer haer vader maer naer de moeder bij Gerrit Mathijsz Machtelt Jansdr voor redenen van wetenschappe allegerende dat hij de voorn. Grietge Thijssendr beneffens Gerrit Mathijs die sijn stieffvader was, verschijden malen heeft besocht, ende aldaer gegeten ende gedroncken, ende sulcx de voorn. Machtelt Jansdr seer wel heeft gekent, mitsgaders de voorn. Gerrit Mathijsz dickmael hooren verhalen dat de voorn. Machtelt bijgenaemt was Jans kint naer sijn moeder, ende dat hij haer daeromme oock best gesint hadde. Soe waerlijck moste hem God almachtich helpen. Actum coram. Was getekend: Jacob Jansz Maerlandt, tr. (2) met Adriaen Jansz Vonck. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claesje Vlaardingen Ü1649 Maassluis  



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, Ďs-Gravenhage, vanaf 1883 (104)
2.Onze Voorouders Kwartierstaten en Stamreeksen deel III (OV Rijnland III), NGV, afdeling Rijnland, Leiden, 1998 (blz. 323)
3.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, Ďs-Gravenhage, vanaf 1883


Maritge Claesdr Vercroft
Maritge Claesdr Vercroft, geb. voor 1590, ovl. na 1622,
, leeft na het overlijden van haar eerste echtgenoot zeer sober omdat haar voogd en stiefvader Pieter Allersz haar "seer cleijne middelen om huijs mede te houden" verstrekte.
Op 19-7-1608 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen enerzijds Maritgen Claesdr, met haar broeder Pieter Claesz en haar behuwdoom (stiefvader) Pieter Allartsz, en met Cornelis Dircksz van Rijn, Gerrit Jansz Brouck en met Gerrit Jansz, en anderzijds Claes Jansz Touw van der Burch, met Arent Touw Jansz, Willem Jansz Touw, Joris Cornelisz van Vliet, Doe Adriaensz Luck, Pouwels van Dijck Adriaensz en Dirck Symonsz Mostert, zijn broeders, zwager en vrinden.
Op 11-2-1610 constitueert Adriaen Jansz Vonck, metselaar, Willem Nieupoort, procureur te Schiedam.
Attestatie d.d. 17-12-1621 Ten versoucke van Jacob Willemsz Colster van wegen Cornelis Claesz iegenwoordich binnen den Briel in hechtenis: Compareerden Jacob Foppensz, schipper out 52 iaeren, ende Arien Jansz Vonck, metselaer out ontrent 43 iaeren. Ende verclaerden bij eede dat sij wel gekent hebben d'voorn. Cornelis Claesz ende dat d'selve tharen respective huijsen heeft thuijs gelegen ende vandaer lest vertrocken over ontrent twee iaren. Ende mitsdien wel te weten dat nae alle gelegentheden dije sij doen merckten en sagen dat d'selve anders geen goet en hadde om dagelicx van te leven dan hij met sijn handen als arbeijder was winnende. Verclaren voorts dat sij mede seer soberen wierden betaelt van tgunt hij haer van bijwoonen schuldich wiert ende dat sij aenmerckende wel sijn goede genegentheden om te betalen, maer altemets niet komende hem niet lastich vielen. Gevende mede voor redenen van wetenschap, aengevende sijn onvermogen, dat dvoorn. Cornelis Claesz tharen respective huijsen comende logeren, seer weinich off alte weijnich linne, wolle off andere goederen bracht off vuijt conquesteerde, houdende d'selve over zulcx van onvermogen ende geen middelen. Actum den 17-12-1621 ten overstaen van de schout. Was getekend: Louris Ariaensz van der Houve.
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende d'selve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29-5-1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz.
Attestatie d.d. 1-7-1622 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck, metselaer, ende Maritgen Claes, sijn huijsvrouwe: Compareerde Neeltge Maertens, huijsvrouwe van Huijch Willemsz, houtsager, out ontrent 53 iaren. Ende verclaerde bij eede dat sij lange tijt harwaerts goede ende familiare kennissie heeft gehadt aen d'voorsz Maritgen Claes ende dat des selffs man Claes Jansz Tou ontrent inde Vasten des iaers 1610, onbehaelt inden iuijsten tijt, overleden is. Ende wel te weten dat sij alsdoen in haer weduwelijcken staet, soberlijcken leeffde ende dagelicx soo tegen haer deposante als anderen de clachten dede van hare seer cleijne middelen om huijs mede te houden, vermits eenen Pieter Allersz, haer stieffvader, voocht van haer requirante, haer soo sober hielt dat mede door haer deposantes persuasien haer geleent is wt medogentheijt bij eene Maritgen Willems, weduwe van Cornelis Jacobsz Cluijver, de somme van ontrent 40 gulden ende dat opte toesegginge van restitutie bij Pieter Allersz gedaen. Verclaert mede dat haer deposante ten tijde voorsz ende inde weduwelijcken staet vande selve Maritgen competeerde 11 stuivers van stijven van cragen, waerom sij menichvuldige moeijten dede, nochtans dselve niet konde krijgen dan van den voorsz Maritgen Willems dwelcke tselve mede verschoot. Verclaert voorts dat sij d'selve Maritgen Willems heeft hooren vermanen dat sij werden gedaen dienste, soo van koocken als anders op haer requirants feeste gehouden doen sij met hem Arien Jansz Vonck was getrout, geen geld had konnen crijgen ende dat sij genootsaackt was geweest daer over te coopen een blau voorschoot twelcke sij doen vertoonde. Actum den 1 Julij 1622. Was getekend: bij mijn (onleesbaar).
Attestatie d.d. 15-5-1623 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck: "Hebben Cornelis Willemsz, clockestelder out ontrent 50 jaeren ende Leendert Fransz Boomgaert, out ontrent 38 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat sijluijden huijden vergadert sijn geweest in de herberge van St. Joris, int geselschap van den requirant ende dat aldaer bij hen deposanten gecomen is Steven Aelbrechtsz Attevelt, cuijper, ende dat de selve onder andere propoosten iegens den voorn. requirant seijde ende hem met smaet woorde verweet in effecte dese woorden, "ghij hebt u vader verraden" Tselve tot meer maelen verhaelende. Actum coram van den ondergeteijckende schepenen den 15-5-1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. J. G. Noijkens.
Attestatie d.d. 25-6-1629 Ten versoucke van Ghijsbrecht Cornelisz, kaescooper te Gouda cum socijs, heeft Arijen Jansz Vonck metselaer out 50 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat Gerrijt Mathijsz, metselaer overleden binnen deser stede, heeft gehadt een suster genaempt Grietge Thijssen die woonachtich is geweest, eerst te Bodegraven, daer naer tot M.nt ende lest in de Plaet. Ende dat de selve Grietge Thijssendr hadde een dochter die genaemd was Machtelt Pietersdr (niet?) naer haer vader maer naer de moeder bij Gerrit Mathijsz Machtelt Jansdr voor redenen van wetenschappe allegerende dat hij de voorn. Grietge Thijssendr beneffens Gerrit Mathijs die sijn stieffvader was, verschijden malen heeft besocht, ende aldaer gegeten ende gedroncken, ende sulcx de voorn. Machtelt Jansdr seer wel heeft gekent, mitsgaders de voorn. Gerrit Mathijsz dickmael hooren verhalen dat de voorn. Machtelt bijgenaemt was Jans kint naer sijn moeder, ende dat hij haer daeromme oock best gesint hadde. Soe waerlijck moste hem God almachtich helpen. Actum coram. Was getekend: Jacob Jansz Maerlandt.

otr. (1) op 19 jul 1608 huwelijkse voorwaarden, Op 19-7-1608 worden huwelijksvoorwaarden gemaakt tussen enerzijds Maritgen Claesdr, met haar broeder Pieter Claesz en haar behuwdoom (stiefvader) Pieter Allartsz, en met Cornelis Dircksz van Rijn, Gerrit Jansz Brouck en met Gerrit Jansz, en anderzijds Claes Jansz Touw van der Burch, met Arent Touw Jansz, Willem Jansz Touw, Joris Cornelisz van Vliet, Doe Adriaensz Luck, Pouwels van Dijck Adriaensz en Dirck Symonsz Mostert, zijn broeders, zwager en vrinden
met

Claes Jansz Touw van der Burch, zn. van Jan Arentsz Touw van der Burch (schepen) en Neeltje Willemsdr van der Vliet, geb. circa 1570, ovl. in 1610 "ontrent in de Vasten des iaers",
, belender te Vlaardingerambacht.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claesje Vlaardingen Ü1649 Maassluis  

tr. (2) tussen 1610 en 1622
met

Adriaen Jansz Vonck, geb. tussen 1578 en 1579, metselaar, ovl. na 1629,
, Op 11-2-1610 constitueert Adriaen Jansz Vonck, metselaar, Willem Nieupoort, procureur te Schiedam.
Attestatie d.d. 17-12-1621 Ten versoucke van Jacob Willemsz Colster van wegen Cornelis Claesz iegenwoordich binnen den Briel in hechtenis: Compareerden Jacob Foppensz, schipper out 52 iaeren, ende Arien Jansz Vonck, metselaer out ontrent 43 iaeren. Ende verclaerden bij eede dat sij wel gekent hebben d'voorn. Cornelis Claesz ende dat d'selve tharen respective huijsen heeft thuijs gelegen ende vandaer lest vertrocken over ontrent twee iaren. Ende mitsdien wel te weten dat nae alle gelegentheden dije sij doen merckten en sagen dat d'selve anders geen goet en hadde om dagelicx van te leven dan hij met sijn handen als arbeijder was winnende. Verclaren voorts dat sij mede seer soberen wierden betaelt van tgunt hij haer van bijwoonen schuldich wiert ende dat sij aenmerckende wel sijn goede genegentheden om te betalen, maer altemets niet komende hem niet lastich vielen. Gevende mede voor redenen van wetenschap, aengevende sijn onvermogen, dat dvoorn. Cornelis Claesz tharen respective huijsen comende logeren, seer weinich off alte weijnich linne, wolle off andere goederen bracht off vuijt conquesteerde, houdende d'selve over zulcx van onvermogen ende geen middelen. Actum den 17-12-1621 ten overstaen van de schout. Was getekend: Louris Ariaensz van der Houve.
Attestatie d.d. 29-5-1622 Ten versoucke van Adriaen Jansz Vonck metselaer als getrout hebbende Maritgen Claes weduwe was van Claes Jansz Coe (sic!): Compareerde Cornelis Meesz bijgenaemt tManneken inde Maen bouman, woonende opte Souteveen out ontrent 57 iaeren. Ende verclaerde bij eede dat hij als debiteur van de custingbrieff, bij hem den 1e Meij 1611 ten behouve van de voorsz Maritgen Claesdr verleden voor de gerechte van Vlaerdinger ambacht, houdende drije duijsent tachtich gulden, over de coope van de landen ende wooninge daerin verhaelt, in volle voldoeninge van de gereede penningen, alle ontrent binnen acht weecken nae date vant verlij betaelt heeft verscheijde partijen aen Pieter Allersz van der Houve bouman in Vlaerdinger ambacht als stijefvader ende gecoren voocht van de voorsz Maritgen Claes, de somme van seventien hondert gulden ende niet aende voorsz Maritgen off ijemant anders. Mitsgaders dienvolgende d'selve betaelde alsdoen gedaen teijckenen te hebben op ten rugge vande voorsz brieff. Gevende voor redenen van wetenschappe dat hij all voor date vant voorsz verlij ten huijse van sijn swager Vrijes Jansz hem Pieter Allersz in minderinge en ter goeder reeckenen van de voorsz gereede penningen, teender somme aentaelde drije hondert gulden ende weijnich dagen daer nae noch twee hondert gulden, seggende bij de selve betalenden geen penningen te willen tellen voort dat hem deposant gelevert soude sijn behoorlijcke opdrachtbrieff. Twelcke eenige dagen daerna geschiede, dat hij dienvolgende op ten dach vant verlij hem Pieter Allersz noch telde soo veel penningen datter noch aende gereede termijn bleef staen ontrent 120 gulden. Verclarende voorts gesien te hebben dat hij Pieter Allersz wtte ontfange penningen datelijck aentaelde eene Grietgen Centen weduwe, ontrent seven hondert gulden ende de resterende 120 gulden daer na betaelt te hebben. Zulcx dat alle de penningen binnen 8 weecken als vooren waren betaelt. Actum ten overstaen van de schout ende ondergeteijckende schepen den 29-5-1622. Was getekend: bij mij Frans Dircxz.
Attestatie d.d. 1-7-1622 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck, metselaer, ende Maritgen Claes, sijn huijsvrouwe: Compareerde Neeltge Maertens, huijsvrouwe van Huijch Willemsz, houtsager, out ontrent 53 iaren. Ende verclaerde bij eede dat sij lange tijt harwaerts goede ende familiare kennissie heeft gehadt aen d'voorsz Maritgen Claes ende dat des selffs man Claes Jansz Tou ontrent inde Vasten des iaers 1610, onbehaelt inden iuijsten tijt, overleden is. Ende wel te weten dat sij alsdoen in haer weduwelijcken staet, soberlijcken leeffde ende dagelicx soo tegen haer deposante als anderen de clachten dede van hare seer cleijne middelen om huijs mede te houden, vermits eenen Pieter Allersz, haer stieffvader, voocht van haer requirante, haer soo sober hielt dat mede door haer deposantes persuasien haer geleent is wt medogentheijt bij eene Maritgen Willems, weduwe van Cornelis Jacobsz Cluijver, de somme van ontrent 40 gulden ende dat opte toesegginge van restitutie bij Pieter Allersz gedaen. Verclaert mede dat haer deposante ten tijde voorsz ende inde weduwelijcken staet vande selve Maritgen competeerde 11 stuivers van stijven van cragen, waerom sij menichvuldige moeijten dede, nochtans dselve niet konde krijgen dan van den voorsz Maritgen Willems dwelcke tselve mede verschoot. Verclaert voorts dat sij d'selve Maritgen Willems heeft hooren vermanen dat sij werden gedaen dienste, soo van koocken als anders op haer requirants feeste gehouden doen sij met hem Arien Jansz Vonck was getrout, geen geld had konnen crijgen ende dat sij genootsaackt was geweest daer over te coopen een blau voorschoot twelcke sij doen vertoonde. Actum den 1 Julij 1622. Was getekend: bij mijn (onleesbaar).
Attestatie d.d. 15-5-1623 Ten versoucke van Arien Jansz Vonck: "Hebben Cornelis Willemsz, clockestelder out ontrent 50 jaeren ende Leendert Fransz Boomgaert, out ontrent 38 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn dat sijluijden huijden vergadert sijn geweest in de herberge van St. Joris, int geselschap van den requirant ende dat aldaer bij hen deposanten gecomen is Steven Aelbrechtsz Attevelt, cuijper, ende dat de selve onder andere propoosten iegens den voorn. requirant seijde ende hem met smaet woorde verweet in effecte dese woorden, "ghij hebt u vader verraden" Tselve tot meer maelen verhaelende. Actum coram van den ondergeteijckende schepenen den 15-5-1623. Was getekend: Lambrecht Christoffelsz Waelwijck. J. G. Noijkens. [525]
Attestatie d.d. 25-6-1629 Ten versoucke van Ghijsbrecht Cornelisz, kaescooper te Gouda cum socijs, heeft Arijen Jansz Vonck metselaer out 50 jaeren, verclaert ende getuijcht waerachtich te sijn, dat Gerrijt Mathijsz, metselaer overleden binnen deser stede, heeft gehadt een suster genaempt Grietge Thijssen die woonachtich is geweest, eerst te Bodegraven, daer naer tot M.nt ende lest in de Plaet. Ende dat de selve Grietge Thijssendr hadde een dochter die genaemd was Machtelt Pietersdr (niet?) naer haer vader maer naer de moeder bij Gerrit Mathijsz Machtelt Jansdr voor redenen van wetenschappe allegerende dat hij de voorn. Grietge Thijssendr beneffens Gerrit Mathijs die sijn stieffvader was, verschijden malen heeft besocht, ende aldaer gegeten ende gedroncken, ende sulcx de voorn. Machtelt Jansdr seer wel heeft gekent, mitsgaders de voorn. Gerrit Mathijsz dickmael hooren verhalen dat de voorn. Machtelt bijgenaemt was Jans kint naer sijn moeder, ende dat hij haer daeromme oock best gesint hadde. Soe waerlijck moste hem God almachtich helpen. Actum coram. Was getekend: Jacob Jansz Maerlandt


Pieter van Waesberghe
Pieter van Waesberghe, ged. Rotterdam op 20 mei 1599, begr. Rotterdam op 6 nov 1661,
, koopman (1627), boekverkoper en boekdrukker te Rotterdam (1622-1661) op 't Steiger by de Merckt (1634-1661), met als uithangbord "In De Zwarte Klock" (1634-1650) en "In De gekroonde Leeuw" (1650-1661) stadsdrukker te Rotterdam (1633-1652), en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze, belender, samen met meester Davit, schoolmeester, met het huis het "Swijnshooft" op het West-Nieuwland (1629), treedt op als medevoogd van de kinderen van Louris Lourisz (1640), woont op de Delfsevaert (1660), doopget. (1659, 1660)
Op 6-7-1627 bevestigt Pieter van Waesberge, coopman, schuldig te zijn aan Isaac Quesne een bedrag van 400 gulden wegens geleend geld.
Op 31-1-1630 verklaart Pieter van Waesberghen, 30 jr, op verzoek van Barent Arentsz, beiden Bouckvercooper te Leeuwaerden in Vrieslant (uit niets blijkt dat Pieter van Waesberghen ook bouckvercooper te Leeuwaerden was) dat hij, Pieter van Waesberghen in augustus 1628 aan Barent Arentsz enkele ongebonden boeken heeft verkocht voor 74 gulden. Hiervoor ontving hij een obligatie. Het bedrag is nog niet aan hem voldaan. Tevens verklaart Pieter van Waesberghen dat zijn zwager mr. Davidt van Hoogenhuysen met deze zaak niets uitstaande heeft.
Op 2-2-1630 verkoopt Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, aan Cornelis Jansz Bosch, een huis en erve staande aan de zuidzijde van het Marckvelt, belend ten oosten Claes Matheeusz Verhoeven, ten westen Cornelis van Geel, waert in het Gouden Laecken, strekkende achter aan het erf van mr. Davidt van Hoogerhuysen.
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen.
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker.
Op 7-10-1631 machtigt Heynrick de Leeuw, capiteyn, Cornelis van Crimpen advocaat, om het beslag dat Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, op zijn gage heeft gelegd, aan te vechten.
Op 2-9-1632 heeft Adriaen van Asperen, wijncoper, aan Pieter van Waesbergen, coopman alhier tegenwoordig verblijvend in Antwerpen bij Jan van Cnobbaert, boeckvercoper wonende bij de Jesuwytekerck, met schipper Swart Thijsz acht vaten Franse wijnen gezonden om deze voor hem, tegen door hem vastgestelde prijzen, te verkopen. Hij machtigt nu Philips Heemssen, cruydenier wonende te Antwerpen, om aan Van Waesbergen te verzoeken het geld en de eventueel onverkochte wijnen aan hem over te dragen, zonodig met behulp van justitie.
Op 15-2-1633 wordt verslag gedaan van een bijeenkomst op verzoek van Reynier van Percijn, raadsheer, in het huis van Adriaen Jansz Breetvelt, man van Annetgen Vrericxdr, waarbij ook aanwezig was Sara van Mistelen, vrouw van Percijn, bijgestaan door Pieter van Waesbergen. Zij meent nog geld tegoed te hebben van Annetgen Vrericxdr, maar haar man beweert dat de rekening geheel is voldaan.
Op 8-2-1634 bekent Pieter van Waesbergen, boeckvercoper van het Steyger, 800 gld schuldig te zijn aan Anthonis Huygen Keyser. Borg is zijn broer Abraham van Waesbergen.
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde. De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd.
Op 9-6-1634 ontslaan Arent de Vries, Jan van de Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter van Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, Frans van Bonchelwaert en Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, reders van het schip "de Grooten Nachtegael", de laatste 2 reders van de borgtocht van 22000 gulden, die zij aangegaaan zijn ten behoeve van de admiraliteyt. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft.
Op 19-6-1634 (de datum kan ook 9-6 zijn) sluiten Francoys van Bonckelwaert, Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, Arent de Vries, Jan van den Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, reders ter vrije nering van het schip "de Grooten Nachtegael" een contract. Ieder zal zijn deel inbrengen en kan dit niet overdragen. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. Bouckelwaert wordt als boekhouder aangesteld.
Op 8-2-1635 bekent Pieter van Waesberge, koopman, É 648,- schuldig te zijn aan zijn broer Abraham van Waesberge, die ook koopman is.
Op 26-2-1635 passeert een identieke akte.
Op 13-10-1635 heeft Abraham van Waesbergen, coopman, zich borg gesteld voor Pieter Waesbergen, zijn broer, die 800 gulden schuldig is aan Anthonis Huygen Keyser en komt nu met hem een betalingsregeling overeen. Borgstelling volgens akte gepasseerd voor Adriaen Kieboom, notaris d.d. 8-2-1634.
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam, en zijn zwager Charles Lavia, taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam, een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening. Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen. De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur, en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam.
Op 14-7-1636 Charles Lavya, taeffelhouder v.d. Bank van Leenninge te Schiedam, bekent met toestemming van zijn zwager Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, schuldig te zijn de somma van 1.000 gulden aan Jan Jacobsz Ketelaer, sulversmit.
Op 21-6-1637 passeren de verkoopvoorwaarden van een huis en erf, vanouds genaamd Leckerkerk, door Abraham van Waesbergen verkocht aan Isaac van Waesbergen, zijn broer. De volgende personen worden genoemd: Pieter Ariensz Moyman te Zevenhuysen, Johannes van der Vucht in Waddincxveen, hun andere broer Pieter van Waesbergen en Adriaen Lievensz van Haemstede.
Op 29-7-1637 draagt Anthonis Verhaer, capiteyn, over aan Pieter van Waesbergen, bouckvercoper, een restcedulle ten laste van de admiraliteit verleden ten behoeve van Arent de Four of Defour van Nimmeghen en een ordenante ten behoeve van Anthonis Dircksz die gediend heeft bij capiteyn Heyndrick de Leeuw, eerste man van Verhaers vrouw. Deze tweede ordonnantie is getekend door de heer Wolterus, raet van de admiraliteyt en is ten laste van Johan van IJck, ontfanger-generael.
Op 21-7-1638 worden op verzoek van Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, verklaringen afgelegd door Pieter van Ghelen, 53 jaar, schoolmeester. en Stheven Wielickx, bouckdrucker 50 jaar. Door attestanten zijn in 1638 bij de weduwe van Mathijs Sebasteansz boeken gedrukt voor Isaack van Waesberghen, bouckvercooper, die van de weduwe boeken kocht gemaakt door domine Episcopius, tegen zekere boekjes getiteld Arcanius Arminanismi. In aanwezigheid van Isaac en Sebastiaen Mathijsz de zoon van voorn. weduwe van Mathijs Sebasteaensz zijn de boeken geteld waarbij is gebleken dat te veel bladen zijn gedrukt.
Vermeldingen in ONA Leiden :
1638: Pieter van Waesbergen, Obligatie
Op 22-5-1639 verrekenen Abraham van Waesbergen en zijn broer Isaacq van Waesbergen wederzijdse schulden en vorderingen. Het betreft: een obligatie van 900 gld. t.b.v. Adriaen Lievens van Haemstede, de kosten van een huis en erf genaamd 'Leckerkerck' staande in de Hoochstraet, een betaling van Gerard Barentsz, wijncooper, Willem Jacobsz en Pieter van Waesbergen, hun broer.
Op 28-3-1640 bekent Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, 600 gulden schuldig te zijn aan Everardus Cloppenburch. bouckvercooper te Amsterdam, wegens een obligatie verschuldigd aan Jan Evertsen Cloppenburch, vader van Everardus Cloppenburch.
Op 27-8-1642 bekent Willem Strick, koopman, wonend te Utrecht, 127 gulden schuldig te zijn aan Pieter Waesbergen, bouckvercooper, voor de levering van boucken en coopmanschappen.
Op 19-3-1643 bekent Geurt Jansz Vermarck (tekent: Vermerck), bouckebinder, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, voor de leverantie van boeken.
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst.
Op 2-8-1644 bekent Pieter van Waesbergen 1.000 car. gulden schuldig te zijn aan Wessel Egbertsz van der Heul, substituut secretaris. In de marge: afgelost 7-6-1645.
Op 25-7-1650 stelt Johannes Neranus, bouckvercooper, zich voor 200 carolus gulden borg ten behoeve van Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, voor Jacob Colum, bouckvercooper te Amsterdam.
Op 22-1-1652 heeft te Rotterdam Mathijs Jorisz van Aerts, vader van zijn overleden zoon Phillips van Aerts, een bedrag van 168 gulden ontvangen uit handen van Pieter van Waesbergen, als zijn deel in diens nalatenschap. Phillips was getrouwd met Susanneken Huysman, dochter van Anthony Huysman, notaris en procureur te Batavia. De nalatenschap was geregeld bij testament voor secretaris Pieter Hackius te Batavia d.d. 19-2-1650.
Op 20-1-1656 gaat Pieter van Waesbergen, boeckvercoper, akkoord met de behandeling van zijn zaak tegen Joannis Neramis, boeckvercoper, zoals die door Joannes van Weel notaris en procureur behandeld is en tegen Hieronimus Carim of Caum, lettersetter en boekdrucker, en die tegen Abraham Jansz Leffers anders genoemd Lessenaer, boeckbinder. Hij machtigt hem verder te gaan met de zaak tegen Abraham Jansz Leffers. Verder machtigt hij Mr. Pieter Verschuer advocaat om met zijn zaken verder te gaan.

otr. Enkhuizen op 8 mei 1626, tr. Enkhuizen op 9 jun 1626
met

Catharina la Vie, dr. van FranÁois Cornelisz la Vie (bank van leninghouder te Enkhuizen) en Cornelia Batibois, geb. Enkhuizen op 4 nov 1602, ovl. Rotterdam op 25 jan 1659, begr. Rotterdam op 26 jan 1659,
, woont op de Brestraat te Enkhuizen (1626). Doopget. te Rotterdam (1628.1646), te Leiden (1632) en te Enkhuizen (1650).

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham*1632 Rotterdam Ü1707 Rotterdam 74


Catharina la Vie
Catharina la Vie, geb. Enkhuizen op 4 nov 1602, ovl. Rotterdam op 25 jan 1659, begr. Rotterdam op 26 jan 1659,
, woont op de Brestraat te Enkhuizen (1626). Doopget. te Rotterdam (1628.1646), te Leiden (1632) en te Enkhuizen (1650).

otr. Enkhuizen op 8 mei 1626, tr. Enkhuizen op 9 jun 1626
met

Pieter van Waesberghe, zn. van Jan van Waesberghe de Oude en Marguerite van Bracht, ged. Rotterdam op 20 mei 1599, begr. Rotterdam op 6 nov 1661,
, koopman (1627), boekverkoper en boekdrukker te Rotterdam (1622-1661) op 't Steiger by de Merckt (1634-1661), met als uithangbord "In De Zwarte Klock" (1634-1650) en "In De gekroonde Leeuw" (1650-1661) stadsdrukker te Rotterdam (1633-1652), en drukker van het Ed. Mog. Coll. der Admiraliteit op de Maze, belender, samen met meester Davit, schoolmeester, met het huis het "Swijnshooft" op het West-Nieuwland (1629), treedt op als medevoogd van de kinderen van Louris Lourisz (1640), woont op de Delfsevaert (1660), doopget. (1659, 1660)
Op 6-7-1627 bevestigt Pieter van Waesberge, coopman, schuldig te zijn aan Isaac Quesne een bedrag van 400 gulden wegens geleend geld.
Op 31-1-1630 verklaart Pieter van Waesberghen, 30 jr, op verzoek van Barent Arentsz, beiden Bouckvercooper te Leeuwaerden in Vrieslant (uit niets blijkt dat Pieter van Waesberghen ook bouckvercooper te Leeuwaerden was) dat hij, Pieter van Waesberghen in augustus 1628 aan Barent Arentsz enkele ongebonden boeken heeft verkocht voor 74 gulden. Hiervoor ontving hij een obligatie. Het bedrag is nog niet aan hem voldaan. Tevens verklaart Pieter van Waesberghen dat zijn zwager mr. Davidt van Hoogenhuysen met deze zaak niets uitstaande heeft.
Op 2-2-1630 verkoopt Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, aan Cornelis Jansz Bosch, een huis en erve staande aan de zuidzijde van het Marckvelt, belend ten oosten Claes Matheeusz Verhoeven, ten westen Cornelis van Geel, waert in het Gouden Laecken, strekkende achter aan het erf van mr. Davidt van Hoogerhuysen.
Op 25-4-1630 bevestigen Pieter van Waesbergen en zijn vrouw Catharina La Via of Lavia of Delavia, schuldig te zijn aan mr. David van Hoogenhuyse een bedrag van 1.200 gulden en verbinden als zekerheid hun vordering groot 3.000 gulden op Franchois Cornelisz de La Via te Enckhuysen.
Op 30-6-1631 draagt Catrina Dupiere, weduwe van Jan van Waesbergen, alle uitstaande schulden in Brabant en Vlaenderen over, aan haar zoon Pieter van Waesbergen. Volgens machtiging gepasseerd voor Hendrick van Groynbergen, notaris d.d. 8 april verleden. Uitgezonderd is een aanspraak op Pieter van de Manacker.
Op 7-10-1631 machtigt Heynrick de Leeuw, capiteyn, Cornelis van Crimpen advocaat, om het beslag dat Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, op zijn gage heeft gelegd, aan te vechten.
Op 2-9-1632 heeft Adriaen van Asperen, wijncoper, aan Pieter van Waesbergen, coopman alhier tegenwoordig verblijvend in Antwerpen bij Jan van Cnobbaert, boeckvercoper wonende bij de Jesuwytekerck, met schipper Swart Thijsz acht vaten Franse wijnen gezonden om deze voor hem, tegen door hem vastgestelde prijzen, te verkopen. Hij machtigt nu Philips Heemssen, cruydenier wonende te Antwerpen, om aan Van Waesbergen te verzoeken het geld en de eventueel onverkochte wijnen aan hem over te dragen, zonodig met behulp van justitie.
Op 15-2-1633 wordt verslag gedaan van een bijeenkomst op verzoek van Reynier van Percijn, raadsheer, in het huis van Adriaen Jansz Breetvelt, man van Annetgen Vrericxdr, waarbij ook aanwezig was Sara van Mistelen, vrouw van Percijn, bijgestaan door Pieter van Waesbergen. Zij meent nog geld tegoed te hebben van Annetgen Vrericxdr, maar haar man beweert dat de rekening geheel is voldaan.
Op 8-2-1634 bekent Pieter van Waesbergen, boeckvercoper van het Steyger, 800 gld schuldig te zijn aan Anthonis Huygen Keyser. Borg is zijn broer Abraham van Waesbergen.
Op 15-4-1634 dragen Jacob de Mars notaris alhier, mede namens zijn zwager Lodewijck Pijn, weduwnaar van Elysabet de Mars, alsook voor Grietgen de Mars zijn zuster, en procuratie hebbende van Lodewijck Pijn als voogd over Jan en Harmen de Mars zijn minderjarige broers, allen erfgenamen van hun ouders Jan de Mars en Cornelia Jacobsdr, over aan Pieter van Waesberghen, boekvercooper, een vordering van tachtig gulden op Jan van de Velde. De akte is opgemaakt in herberg het Swijnshoofd.
Op 9-6-1634 ontslaan Arent de Vries, Jan van de Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter van Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, Frans van Bonchelwaert en Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, reders van het schip "de Grooten Nachtegael", de laatste 2 reders van de borgtocht van 22000 gulden, die zij aangegaaan zijn ten behoeve van de admiraliteyt. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft.
Op 19-6-1634 (de datum kan ook 9-6 zijn) sluiten Francoys van Bonckelwaert, Pieter Berckenij, ieder voor 1/4 deel, Arent de Vries, Jan van den Berch, Boudewijn van Berendrecht en Pieter Waesbergen, ieder voor 1/8 deel, reders ter vrije nering van het schip "de Grooten Nachtegael" een contract. Ieder zal zijn deel inbrengen en kan dit niet overdragen. Capiteyn op het schip is Robbrecht Baerthouts Post van Delft. Bouckelwaert wordt als boekhouder aangesteld.
Op 8-2-1635 bekent Pieter van Waesberge, koopman, É 648,- schuldig te zijn aan zijn broer Abraham van Waesberge, die ook koopman is.
Op 26-2-1635 passeert een identieke akte.
Op 13-10-1635 heeft Abraham van Waesbergen, coopman, zich borg gesteld voor Pieter Waesbergen, zijn broer, die 800 gulden schuldig is aan Anthonis Huygen Keyser en komt nu met hem een betalingsregeling overeen. Borgstelling volgens akte gepasseerd voor Adriaen Kieboom, notaris d.d. 8-2-1634.
Op 2-6-1636 hebben Pieter van Waesberghen, bouckvercooper te Rotterdam, en zijn zwager Charles Lavia, taeffelhouder van de Banck van Leeninghe te Schiedam, een geschil omtrent de eigendom van de Bank van Leening. Na arbitrage belooft Lavia 1.150 gulden aan Van Waesbergen te betalen. De arbiters zijn: Jan van Aller, notaris en procureur, en mr. Davidt van Hoogenhuysen te Amsterdam.
Op 14-7-1636 Charles Lavya, taeffelhouder v.d. Bank van Leenninge te Schiedam, bekent met toestemming van zijn zwager Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, schuldig te zijn de somma van 1.000 gulden aan Jan Jacobsz Ketelaer, sulversmit.
Op 21-6-1637 passeren de verkoopvoorwaarden van een huis en erf, vanouds genaamd Leckerkerk, door Abraham van Waesbergen verkocht aan Isaac van Waesbergen, zijn broer. De volgende personen worden genoemd: Pieter Ariensz Moyman te Zevenhuysen, Johannes van der Vucht in Waddincxveen, hun andere broer Pieter van Waesbergen en Adriaen Lievensz van Haemstede.
Op 29-7-1637 draagt Anthonis Verhaer, capiteyn, over aan Pieter van Waesbergen, bouckvercoper, een restcedulle ten laste van de admiraliteit verleden ten behoeve van Arent de Four of Defour van Nimmeghen en een ordenante ten behoeve van Anthonis Dircksz die gediend heeft bij capiteyn Heyndrick de Leeuw, eerste man van Verhaers vrouw. Deze tweede ordonnantie is getekend door de heer Wolterus, raet van de admiraliteyt en is ten laste van Johan van IJck, ontfanger-generael.
Op 21-7-1638 worden op verzoek van Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, verklaringen afgelegd door Pieter van Ghelen, 53 jaar, schoolmeester. en Stheven Wielickx, bouckdrucker 50 jaar. Door attestanten zijn in 1638 bij de weduwe van Mathijs Sebasteansz boeken gedrukt voor Isaack van Waesberghen, bouckvercooper, die van de weduwe boeken kocht gemaakt door domine Episcopius, tegen zekere boekjes getiteld Arcanius Arminanismi. In aanwezigheid van Isaac en Sebastiaen Mathijsz de zoon van voorn. weduwe van Mathijs Sebasteaensz zijn de boeken geteld waarbij is gebleken dat te veel bladen zijn gedrukt.
Vermeldingen in ONA Leiden :
1638: Pieter van Waesbergen, Obligatie
Op 22-5-1639 verrekenen Abraham van Waesbergen en zijn broer Isaacq van Waesbergen wederzijdse schulden en vorderingen. Het betreft: een obligatie van 900 gld. t.b.v. Adriaen Lievens van Haemstede, de kosten van een huis en erf genaamd 'Leckerkerck' staande in de Hoochstraet, een betaling van Gerard Barentsz, wijncooper, Willem Jacobsz en Pieter van Waesbergen, hun broer.
Op 28-3-1640 bekent Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, 600 gulden schuldig te zijn aan Everardus Cloppenburch. bouckvercooper te Amsterdam, wegens een obligatie verschuldigd aan Jan Evertsen Cloppenburch, vader van Everardus Cloppenburch.
Op 27-8-1642 bekent Willem Strick, koopman, wonend te Utrecht, 127 gulden schuldig te zijn aan Pieter Waesbergen, bouckvercooper, voor de levering van boucken en coopmanschappen.
Op 19-3-1643 bekent Geurt Jansz Vermarck (tekent: Vermerck), bouckebinder, 400 gulden schuldig te zijn aan Pieter van Waesbergen, bouckvercooper, voor de leverantie van boeken.
Op 26-3-1643 doet Davit van Hogenhuijsen, die van IJsaac Waesbergen actie en transport heeft volgens transport van 5-8-1642 bij notaris Jan Verheijen, voor een ordonnnatie ten laste van de Raet ter Admiraliteyt van 400 gulden, dd. 22-5-1642, hier geheel afstand van, en autoriseert Pieter Waesbergen tot de ontvangst.
Op 2-8-1644 bekent Pieter van Waesbergen 1.000 car. gulden schuldig te zijn aan Wessel Egbertsz van der Heul, substituut secretaris. In de marge: afgelost 7-6-1645.
Op 25-7-1650 stelt Johannes Neranus, bouckvercooper, zich voor 200 carolus gulden borg ten behoeve van Pieter van Waesberghen, bouckvercooper, voor Jacob Colum, bouckvercooper te Amsterdam.
Op 22-1-1652 heeft te Rotterdam Mathijs Jorisz van Aerts, vader van zijn overleden zoon Phillips van Aerts, een bedrag van 168 gulden ontvangen uit handen van Pieter van Waesbergen, als zijn deel in diens nalatenschap. Phillips was getrouwd met Susanneken Huysman, dochter van Anthony Huysman, notaris en procureur te Batavia. De nalatenschap was geregeld bij testament voor secretaris Pieter Hackius te Batavia d.d. 19-2-1650.
Op 20-1-1656 gaat Pieter van Waesbergen, boeckvercoper, akkoord met de behandeling van zijn zaak tegen Joannis Neramis, boeckvercoper, zoals die door Joannes van Weel notaris en procureur behandeld is en tegen Hieronimus Carim of Caum, lettersetter en boekdrucker, en die tegen Abraham Jansz Leffers anders genoemd Lessenaer, boeckbinder. Hij machtigt hem verder te gaan met de zaak tegen Abraham Jansz Leffers. Verder machtigt hij Mr. Pieter Verschuer advocaat om met zijn zaken verder te gaan.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham*1632 Rotterdam Ü1707 Rotterdam 74


Gerridt Willems van Dijck
Gerridt Willems (Gerardus) van Dijck, geb. Utrecht, RK, begr. Rotterdam in 1664 als Gerrit Dijk, weduwnaar,
, woont te Utrecht (1630), notaris, deurwaarder voor het Hof van Utrecht, doopget. (1660).

otr. Utrecht voor schepenen op 22 mei 1630, tr. Utrecht op 29 mei 1630, kerk.huw. (RK)
met

Meijntje Harmens (Wendelmoed, Weijndelmoed) van Ramsdonck, dr. van Harmen Harmensz van Ramsdonck en Sophia Willems Aerts Soest, geb. Utrecht, RK, ovl. voor 1644.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1632 Utrecht Ü1704  71