Genealogie van Sobbe von Sobbe von Altena (Sobbe de Svirte) patrilineair
Genealogie van Sobbe von Sobbe von Altena (Sobbe de Svirte) patrilineair


Generatie I

I. Sobbe von Sobbe von Altena (Sobbe de Svirte), zn. van Engelbert von Altena en Mechthild Sobbe, geb. in 1265, Amtmann, Burgherr zu Strünkede, Ministerialer, ovl. circa 1322, tr. met Helene von Mörmter, dr. van Jordan de Monumento Mörmter
 Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder: 
  1. Diederik Sobbe, geb. in 1309, ovl. te Volmarstein [Duitsland] in 1346, volgt II
 
Sobbe von Sobbe von Altena (Sobbe de Svirte).
Märkische ridder, vazal van graaf Eberhard van der Mark, daarna vanaf 1300 van graaf Dietrich VII van Kleef, bezitter van de burcht Limburg en van een toren bij Werden aan de Ruhr; in 1298 verwerft hij van het stift Xanten de oude ridderzetel Villigst en het goed Berghofen, oork. 1293–1322. 



Oork. 1293–1322, Märkische ridder, vazal van graaf Eberhard van der Mark, daarna vanaf 1300 van graaf Dietrich VII van Kleef, bezitter van de burcht Limburg en van een toren bij Werden aan de Ruhr; in 1298 verwerft hij van het stift Xanten de oude ridderzetel Villigst en het goed Berghofen.

Hij en zijn nakomelingen hadden een belangrijke invloed op de geschiedenis van de stad Schwerte. Sobbo kwam uit de lijn van Schwerte aan vaderskant, van de lijn van Sobbe aan moederskant en was tot 1296 vazal van graaf Eberhard I van de Mark.

Na een ruzie met Eberhard werd hij vazal van de aartsbisschop van Keulen, Wigbold, leidde van 1299 tot 1300 een legaal tegen graaf Eberhard I van de Mark en veroverde kasteel Limburg bij Hohenlimburg.

Ten slotte gaf hij Limburg terug aan de graven van Brandenburg en ontving van hen zwaarden als leen. Tegelijkertijd usurpeerde hij rechten in Hagen en Schwelm van de aartsbisschop van Keulen. Kort daarna, in 1300, vertrouwde hij zich aan graaf Diedrich VIII van Kleef als burgmann van Strünkede, waardoor Schwerte in Kleefbezit kwam.

Sobbo stierf in 1322 en liet zeven zonen en twee dochters achter. In 1324 slaagde zijn zoon Engelbert Sobbe erin de gebieden rond Schwelm en Hagen aan de belangrijke Ennepestraße te verwerven, die tot dan toe in handen waren geweest van de aartsbisschop van Keulen.

In 1368 herwonnen de graven van Brandenburg door erfenis de soevereiniteit over Schwerte. In 1397 slaagden de burgers van Schwerte erin graaf Dietrich I van de Mark hun stadsrechten te verlenen. Dus bevrijdden ze zich van de familie Sobbe, die in Haus Villigst woonde.
.

Generatie II

II. Diederik Sobbe, zn. van Sobbe von Sobbe von Altena (I) (Amtmann, Burgherr zu Strünkede, Ministerialer) en Helene von Mörmter, geb. in 1309, Knappe (1317), Ritter (1341), tecklenburgischer Drost, Regent in Gemen, zieht 1327/1329 als Ritter n, ovl. te Volmarstein [Duitsland] in 1346, tr. circa 1318 met Lisa Hendriksd van Borculo, dr. van Hendrik IV van Borculo en Jutta van Wisch, geb. circa 1305. 
 Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder: 
  1. Beatrix , geb. circa 1325, ovl. op 18 jan 1366, volgt III

.

Generatie III

III. Beatrix Sobbe, dr. van Diederik Sobbe (II) (Knappe (1317), Ritter (1341), tecklenburgischer Drost, Regent in Gemen, zieht 1327/1329 als Ritter n) en Lisa Hendriksd van Borculo, geb. circa 1325, ovl. op 18 jan 1366, tr. te Borculo in 1348 met haar achterneef Johann von Gemen, zn. van Heinrich von Gemen en Elisabeth von Mörmter (Gräfin von Rönne), geb. te Borken [Duitsland] in 1325, ovl. te Borken [Duitsland] op 18 jan 1366. 
 Uit dit huwelijk 3 kinderen: 
  1. Katharina (Trina) , tr. met Bitter I ridder von und zu Raesfeld, zn. van Johan von und zu Raesfeld und Ostendorf (Drost im Emsland 1319-1326) en Blitrudis van Steynhaus (erfgename van Ostendorf), heer van Raesfeld en Oostendorp, voert oorlog met de bisschop van Utrecht in 1394 en 1395, macht Ostendorf zum Offenhaus des Bischofs von Münster in 1358, ambtman van Wezel, Schermbeck en Meer in 1368, koopt het vrijgraafschap van Lembeck, Raesfeld van Wennemar van Heyden in 1374, ovl. in 1398. Uit dit huwelijk geen kinderen. 
  2. Heinrich III , geb. circa 1350, ovl. tussen 25 mrt 1424 en 26 mrt 1424, tr. op 24 jan 1391 met Catharina von Bronckhorst (Bronckhorst, van), dr. van Willem IV Bronckhorst ridder en Cunigonde van Meurs, ovl. na 1420. Uit dit huwelijk 5 kinderen: 
  3. Hermann , tr. met Gerberga van Zuylen, dr. van Dirk van Zuylen-Anholt (heer van Anholt en Westbroek) en Margaretha van Baer, geb. voor 1349, ovl. circa 1399. Uit dit huwelijk geen kinderen. 


 
Beatrix Sobbe.
Over de familie Sobbe, met betrekking tot zijn schoonzuster (?) Katharina von Kerpen p. 3: 



Wij zullen op de verwantschapsverhoudingen van ridder Engelbert Sobbe later nog wat terug moeten komen; hier zij, met betrekking tot het geslacht Sobbe, slechts nog opgemerkt dat dit destijds tot de zeer aanzienlijke en rijke geslachten behoorde, zoals reeds de voorliggende oorkonde laat zien, volgens welke de weduwe het vruchtgebruik van het huis Villigst (Veliste) bij Schwerte ontving, verder genotsrechten uit de aan de familie Sobbe toebehorende goederen Ebbinghausen en Heigink, Hermelinghausen, Distberge, Honuwenberge, Dike, Garvevelde, verder uit een door Bernd von Hörde bezet goed Opphove bij Geseke, evenals uit een goed Nypehove, dat Hermann von dem Vorste en zijn zoon bezet schijnen te hebben. .

Tenslotte ontving de weduwe ook nog de rente van 500 oude schilden uit een som van 5000 oude schilden, die de stad Dortmund aan de heer van Sobbe verschuldigd was. Deze bepalingen laten op een grote rijkdom sluiten, in verband met het bericht dat de overleden ridder Engelbert in het jaar 1366 de aanzienlijke heerlijkheid Elverfeld kocht. Voor de macht van het geslacht Sobbe spreekt ook het feit dat in het jaar 1341 de graven Adolph van Berg en Godfried van Arnsberg een verzoening tussen de aartsbisschop van Keulen en Albrecht Sobbe bemiddelden.



Maar het is eveneens mogelijk (en zelfs waarschijnlijk) dat Beatrix een wat verdere verwante is van een eerste echtgenote van Heinrich, zuster van Engelbert Sobbe.

Als het nu ook waarschijnlijk is dat Heinrich van Gemen met een zuster van ridder Engelbert Sobbe gehuwd was, zo is toch nauwelijks aan te nemen dat zij toen nog geleefd zou hebben, daar Heinrich twee jaar later reeds met Katharina van Bronchorst gehuwd was. Daarentegen maakt zijn reeds eerder (§ 183) genoemde klacht tegen de heren van Wachtendunk, die hij gezamenlijk met Engelbert Sobbe had ingediend en weer had ingetrokken, het waarschijnlijk dat reeds toen de familieband tussen beiden bestond. Misschien heeft de eerste echtgenote van Heinrich van Gemen slechts korte tijd geleefd en is zij gestorven zonder kinderen na te laten. In ieder geval worden geen kinderen uit dit huwelijk vermeld, daar de later te noemen oudste zoon van Heinrich uit zijn huwelijk met Katharina van Bronchorst stamt.

.

 
Johann von Gemen.
Enige vader van Johann aangegeven door H. Degering'.

Elisabeth van Kerpen, weduwe van ridder Engelbert Sobbe, treft een regeling over de erfenis met haar zoon Johann Sobbe en haar zwagers Heinrich van en tot Gemen en Dietrich van Hoerde.

Zie inderdaad de analyse van deze tekst in het artikel over zijn zoon Heinrich.

Het lijkt dat dit in dezelfde generatie is, of zelfs een generatie later.
 
 
Bitter I ridder von und zu Raesfeld.
1384 Der Burgherr Bitter von Raesfeld stiftet einen Altar in der Pfarrkirche.
1444 Der Burgherr Johann von Raesfeld verschreibt der Bruderschaft St. Martin eine Rente.
 
 
Catharina von Bronckhorst.
Is waarschijnlijk onjuist.
 
 
Heinrich III von Gemen.
Belehnung in 1389 durch Herzog Wilhelm v.Jülich mit Bredevort und Alten, 1388 Belehnung durch Churcöln mit einer Geldrente, 1387 Bündnis mit Aachen, 1398 Exkommunikation wegen Übergriffen auf das Stift Vreden, 1400 Kauf der Vogtei über Vreden von Diederich v.d.Mark, nachdem ihm derselbe sie ihm kurz vorher für 1000 Mark verpfändet hatte, 1402 Ritter, 1421 Belehnung mit Schloss Horneburg und Amtmannschaft über Recklinghausen.