Cees Hagenbeek
Alphanis ou Josué II du Graal de Tintagel
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Alphanis ou Josué II du Graal de Tintagel, geb. circa 68.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aminadab*97     


Josuha ou Joseph des Nazareens du Graal de Tintagel
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Josuha ou Joseph des Nazareens du Graal de Tintagel, geb. in 44, ovl. in 102.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alphanis*68     


Alain le Gros du Graal de Tintagel
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Alain le Gros du Graal de Tintagel, geb. in 20.

Alain le Gros du Graal de Tintagel.
Tintagel is een plaats en een burgerlijke parochie aan de noordwestkust van het graafschap Cornwall in Engeland. In de Arthurlegende is Tintagel de geboorteplaats van koning Arthur. Men vindt inderdaad in de onmiddellijke omgeving van het dorp, aan de rotsachtige kust, ruïnes die misschien uit de 5e eeuw dateren, en die het “kasteel van Arthur” worden genoemd. .

De opgravingen die in de jaren 1930 door Ralegh Radford werden uitgevoerd, hebben geconcludeerd tot het bestaan van een Keltisch klooster en een handelsnederzetting uit de 5e en 6e eeuw in de omgeving van de plaats van een kasteel uit de 12e eeuw. Sommige archeologen betwisten echter deze conclusies. Men denkt dat de plek een belangrijk uitwisselingscentrum was met de mediterrane wereld onmiddellijk na de val van het Romeinse Rijk. Recentere opgravingen hebben in 1998 de “Steen van Arthur” aan het licht gebracht.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Josuha*44  †102  58


Paulus Philippus Rotscheijdt
in
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Paulus Philippus Rotscheijdt, geb. te Gemünd (Schleiden) [Duitsland] op 25 jul 1763, ovl. te Delfshaven op 3 mei 1839.

tr. te Delfshaven op 3 mei 1793
met

Catharina Kroes, dr. van Hendrik Kroes en Bertha (Barendina) van Ridderslaan, ged. te Delfshaven op 3 jan 1768, ovl. te Delfshaven op 8 feb 1847.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1801 Delfshaven †1884 Delfshaven 83


Joseph du Graal d Arimathie de Rantis de Judée de Tintagel
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Joseph du Graal d Arimathie de Rantis de Judée de Tintagel, geb. in 6 BC, Voorname jood, gebruiker van de graal.

Joseph du Graal d Arimathie de Rantis de Judée de Tintagel.
Tintagel is een plaats en een burgerlijke parochie aan de noordwestkust van het graafschap Cornwall in Engeland. De bevolking bedraagt ongeveer 1.700 inwoners (volkstelling van 2001). Het dorp heette vroeger Trevena (van het Cornisch Tre war Venydh) tot in 1850, de datum waarop werd besloten het te hernoemen. Het meest pittoreske gebouw van het dorp is het oude postkantoor, een huis uit de 14e eeuw dat in de 19e eeuw werd omgevormd tot postkantoor en dat nu toebehoort aan de National Trust, een particuliere organisatie voor het behoud van erfgoed. Nabijgelegen ruïnes roepen het “kasteel van koning Arthur” op, maar zij kunnen slechts een klooster of een handelsnederzetting zijn geweest. .

Arthurlegende.

In de Arthurlegende is Tintagel de plaats waar koning Arthur vandaan komt. Men vindt inderdaad in de onmiddellijke omgeving van het dorp, aan de rotsachtige kust, ruïnes die misschien uit de 5e eeuw dateren, en die het “kasteel van Arthur” worden genoemd. .

De opgravingen die in de jaren 1930 door Ralegh Radford werden uitgevoerd, hebben geconcludeerd tot het bestaan van een Keltisch klooster en een handelsnederzetting uit de 5e en 6e eeuw in de omgeving van de plaats van een kasteel uit de 12e eeuw. Sommige archeologen betwisten echter deze conclusies. Het wordt tegenwoordig aangenomen dat de site een belangrijke nederzetting vormde van het koninkrijk Dumnonia en dat de plaats een belangrijk uitwisselingscentrum was met de mediterrane wereld onmiddellijk na de val van het Romeinse Rijk. Recentere opgravingen hebben in 1998 de “Steen van Arthur” aan het licht gebracht. In 2017 wordt een tweede steen ontdekt. Deze vertoont inscripties in het Latijn, Griekse letters en christelijke symbolen. Ook verschijnen de Romeinse naam “Tito” en de Keltische naam “Budic”. .

Kerk van Tintage.

l In Tintagel bevindt zich een katholieke kerk die is gewijd aan de apostel Sint-Paulus en waarvan de muren bedekt zijn met een mozaïek van dertigduizend stukjes. De kerk wordt veel bezocht door ouders die een kind op jonge leeftijd of door een miskraam hebben verloren, omdat zij het Boek van het Memoriaal van miskramen en het verlies van kinderen (Miscarriage & Infant Loss Memorial Book) bevat, waarin de namen van de verdwenen kinderen kunnen worden ingeschreven. De parochiekerk, Sint-Materiana, is anglicaans en werd gebouwd tijdens de Normandische periode (haar klokkentoren dateert uit het einde van de Middeleeuwen). Zij staat op de kliffen tussen Trevena en het kasteel van Tintagel. De kerk is gewijd aan Materiana (Mertherian of Matherian in het Cornisch, bekend onder de naam Sint-Marcelliana), een lokale heilige uit de Middeleeuwen. Omgeving .

De kuststreek rond Tintagel heeft de bijzonderheid te bestaan uit oude leisteen uit het Devoon. Op ongeveer twee kilometer ten zuiden van Tintagel, in de richting van Treknow, zijn de leisteenlagen van de kust op grote schaal geëxploiteerd voor de vervaardiging van daken van woningen, omdat dit materiaal zeer slijtvast is. De turquoise-groene kleur van de zee die men waarneemt bij warm weer en fel zonlicht is te danken aan de koperdeeltjes die in het leisteenzand aanwezig zijn. In de nabijheid vindt men de stranden van Bossiney Haven en Trebarwith Strand. .

Tintagel wordt genoemd door Alfred Lord Tennyson in zijn gedicht De Idyllen van de Koning.

tr.
met

Anna Eleazar.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alain*20     


Anna Eleazar
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Anna Eleazar.

tr.
met

Joseph du Graal d Arimathie de Rantis de Judée de Tintagel, zn. van Joseph De Nazareth Ben Matthat de Ramatha ha David d'Arimathie en Anna Alyuba de West Manasseh de Begenadigde de Judee, geb. in 6 BC, Voorname jood, gebruiker van de graal.

Joseph du Graal d Arimathie de Rantis de Judée de Tintagel.
Tintagel is een plaats en een burgerlijke parochie aan de noordwestkust van het graafschap Cornwall in Engeland. De bevolking bedraagt ongeveer 1.700 inwoners (volkstelling van 2001). Het dorp heette vroeger Trevena (van het Cornisch Tre war Venydh) tot in 1850, de datum waarop werd besloten het te hernoemen. Het meest pittoreske gebouw van het dorp is het oude postkantoor, een huis uit de 14e eeuw dat in de 19e eeuw werd omgevormd tot postkantoor en dat nu toebehoort aan de National Trust, een particuliere organisatie voor het behoud van erfgoed. Nabijgelegen ruïnes roepen het “kasteel van koning Arthur” op, maar zij kunnen slechts een klooster of een handelsnederzetting zijn geweest. .

Arthurlegende.

In de Arthurlegende is Tintagel de plaats waar koning Arthur vandaan komt. Men vindt inderdaad in de onmiddellijke omgeving van het dorp, aan de rotsachtige kust, ruïnes die misschien uit de 5e eeuw dateren, en die het “kasteel van Arthur” worden genoemd. .

De opgravingen die in de jaren 1930 door Ralegh Radford werden uitgevoerd, hebben geconcludeerd tot het bestaan van een Keltisch klooster en een handelsnederzetting uit de 5e en 6e eeuw in de omgeving van de plaats van een kasteel uit de 12e eeuw. Sommige archeologen betwisten echter deze conclusies. Het wordt tegenwoordig aangenomen dat de site een belangrijke nederzetting vormde van het koninkrijk Dumnonia en dat de plaats een belangrijk uitwisselingscentrum was met de mediterrane wereld onmiddellijk na de val van het Romeinse Rijk. Recentere opgravingen hebben in 1998 de “Steen van Arthur” aan het licht gebracht. In 2017 wordt een tweede steen ontdekt. Deze vertoont inscripties in het Latijn, Griekse letters en christelijke symbolen. Ook verschijnen de Romeinse naam “Tito” en de Keltische naam “Budic”. .

Kerk van Tintage.

l In Tintagel bevindt zich een katholieke kerk die is gewijd aan de apostel Sint-Paulus en waarvan de muren bedekt zijn met een mozaïek van dertigduizend stukjes. De kerk wordt veel bezocht door ouders die een kind op jonge leeftijd of door een miskraam hebben verloren, omdat zij het Boek van het Memoriaal van miskramen en het verlies van kinderen (Miscarriage & Infant Loss Memorial Book) bevat, waarin de namen van de verdwenen kinderen kunnen worden ingeschreven. De parochiekerk, Sint-Materiana, is anglicaans en werd gebouwd tijdens de Normandische periode (haar klokkentoren dateert uit het einde van de Middeleeuwen). Zij staat op de kliffen tussen Trevena en het kasteel van Tintagel. De kerk is gewijd aan Materiana (Mertherian of Matherian in het Cornisch, bekend onder de naam Sint-Marcelliana), een lokale heilige uit de Middeleeuwen. Omgeving .

De kuststreek rond Tintagel heeft de bijzonderheid te bestaan uit oude leisteen uit het Devoon. Op ongeveer twee kilometer ten zuiden van Tintagel, in de richting van Treknow, zijn de leisteenlagen van de kust op grote schaal geëxploiteerd voor de vervaardiging van daken van woningen, omdat dit materiaal zeer slijtvast is. De turquoise-groene kleur van de zee die men waarneemt bij warm weer en fel zonlicht is te danken aan de koperdeeltjes die in het leisteenzand aanwezig zijn. In de nabijheid vindt men de stranden van Bossiney Haven en Trebarwith Strand. .

Tintagel wordt genoemd door Alfred Lord Tennyson in zijn gedicht De Idyllen van de Koning.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alain*20     


Joseph De Nazareth Ben Matthat de Ramatha ha David d'Arimathie
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Joseph De Nazareth Ben Matthat de Ramatha ha David d'Arimathie, geb. te Jeruzalem in 56 BC, ovl. te Jeruzalem in 30.

Joseph De Nazareth Ben Matthat de Ramatha ha David d'Arimathie.
Joodse prins van Jeruzalem, lid van de grote raad van het Sanhedrin, Sint-Jakobus.

Lid van het Sanhedrin van Jeruzalem, verkreeg hij van Pontius Pilatus het recht om Jezus Christus een graf te geven en legde hij zijn lichaam in zijn eigen graf. Feestdag op 17 maart.

Joseph van Arimathea vroeg Pilatus om het verlof; maar hij veinsde en zei: “Is hij dan al dood?” want het was nog maar enkele minuten geleden dat hij de boogschutters had gestuurd om de gekruisigden af te maken door hun benen te breken.

Hij liet de centurio Abénadar roepen, die was teruggekeerd nadat hij met de in de grotten verborgen discipelen had gesproken, en vroeg hem of de koning der Joden al gestorven was.

Abénadar vertelde hem over de dood van de Verlosser, zijn laatste woorden en zijn laatste kreet, de aardbeving en de schok die de rots had gespleten.
Pilatus scheen zich slechts te verwonderen dat Jezus zo vroeg gestorven was, omdat de gekruisigden gewoonlijk langer leefden; maar innerlijk was hij vol angst en verschrikking, vanwege het samenvallen van deze tekenen met de dood van Jezus.

Hij wilde misschien in zekere mate zijn wreedheid vergoelijken door Joseph van Arimathea een bevel te geven om het lichaam van de Verlosser te laten overhandigen.
Hij was er ook blij om op deze manier de Hogepriesters te slim af te zijn, die Jezus graag zonder eer tussen de twee misdadigers begraven zouden hebben gezien.
Hij stuurde iemand naar Golgotha om zijn bevelen uit te voeren. Ik denk dat het Abénadar was, want ik zag hem aanwezig bij de afneming van het kruis.

Joseph van Arimathea ging, toen hij Pilatus verliet, naar Nicodemus, die op hem wachtte bij een welgezinde vrouw, wier huis gelegen was aan een brede straat, dicht bij dat steegje waar Onze Heer zo wreed was mishandeld aan het begin van de kruisweg.
Deze vrouw verkocht aromatische kruiden, en Nicodemus had bij haar gekocht en door haar elders laten kopen alles wat nodig was om het lichaam van Jezus te balsemen.

Zij maakte van dit alles een pak dat men gemakkelijk kon dragen.
oseph ging op zijn beurt een mooi lijkkleed van zeer fijne katoen kopen, zes el lang en nog breder dan lang.
Hun dienaren namen in een schuur, dicht bij het huis van Nicodemus, ladders, hamers, pinnen, met water gevulde zakken, vaten en sponzen, en plaatsten de kleinste van deze voorwerpen op een draagbaar die leek op die waarop de discipelen van Johannes de Doper zijn lichaam hadden gelegd toen zij het uit de vesting Machaerus wegnamen.

Zij beschreef de draagbaar waarover hier sprake is als een lange leren kist die men in een soort gesloten doodskist veranderde door er drie stokken doorheen te steken, handbreed, gemaakt van stevig maar licht hout.
Deze kist werd vervolgens op de schouders gedragen door middel van de uiteinden van diezelfde stokken die aan elke kant uitstaken.

Zij vertelde de wegneming van het lichaam van Johannes de Doper, alsof deze had plaatsgevonden in de nacht van dinsdag op woensdag, 4–5 van de maand Sebat (21–22 januari) van het tweede jaar van het openbare leven van de Verlosser, ongeveer vijftien dagen na de onthoofding van de heilige voorloper.

Onder degenen die eraan deelnamen, noemde zij de drie discipelen van Johannes: Jacob, Eliacim en Sadoch, zonen van Clopas en Maria van Heli en broers van Maria van Clopas; verder Saturninus, Judas Barsabas, Aram en Théméni, neven van Joseph van Arimathea, een zoon van Johanna Chusa, een zoon van Veronica, een zoon van Simeon en een neef van Johannes, die uit Hebron was.

Het lichaam van de voorloper, zonder zijn hoofd dat men pas later kon verkrijgen, werd overgebracht naar Juta in het graf van zijn familie..

Joseph van Arimathea wordt in vrijheid gesteld.

Kort na de terugkeer van de heilige Maagd bij haar gezellinnen zag ik Joseph van Arimathea bidden in zijn gevangenis.
Plotseling werd het cachot overstroomd met licht, en ik hoorde een stem die hem bij zijn naam riep.
Het dak werd opgetild op een manier die een opening liet, en toen zag ik een lichtende gestalte hem een doek aanreiken die mij herinnerde aan het lijkkleed waarin hij Jezus had begraven, en hem zeggen dat hij die moest gebruiken om omhoog te klimmen.
Joseph greep het met beide handen, en door zijn voeten te zetten op uitstekende stenen verhief hij zich tot een hoogte van tien of twaalf voet, tot aan de opening die zich achter hem sloot.
Toen hij boven op de toren was, verdween de verschijning.

Ik weet niet of het de Verlosser zelf was, of dat het een engel was die hem bevrijdde.
Hij volgde enige tijd de stadsmuur tot in de nabijheid van het Cenakel, dat bij de zuidelijke muur van Sion lag.

Toen daalde hij af en klopte aan het Cenakel.
De verzamelde discipelen hadden de deuren gesloten; zij waren zeer bedroefd over de verdwijning van Joseph en geloofden dat men hem in een riool had geworpen, omdat dat gerucht zich had verspreid.
Toen men hem opendeed en hij binnenkwam, was hun vreugde groot, zoals zij later ook groot was toen de heilige Petrus uit zijn gevangenis werd bevrijd.

Hij vertelde wat hem was overkomen: zij verheugden zich erover en werden getroost, gaven hem te eten en dankten God.
Wat hem betreft, hij verliet Jeruzalem in de nacht en vluchtte naar Arimathea, zijn vaderland; hij keerde echter terug toen hij wist dat er geen gevaar meer voor hem was.

tr.
met

Anna Alyuba de West Manasseh de Begenadigde de Judee, dr. van Eleazar Ben Akara d'Arimathie '(Akar) de Judee, geb. te Jeruzalem in 55 BC.

Anna Alyuba de West Manasseh de Begenadigde de Judee.
Joseph is lid van het Sanhedrin, van de klasse van de grote eigenaars (de Oudsten).
Men weet niets over zijn eventuele familie.
Hij is bevriend met Gamaliël en Nicodemus.
Hij is een man van rijpe leeftijd (Deel 7, hoofdstuk 207), vrijgevig en gelovig.
Zijn karakter is uitgesproken.
Zijn gevoel voor vriendschap is oprecht en zonder vooroordelen: in tegenstelling tot al zijn collega’s van het Sanhedrin blijft hij omgaan met Lazarus, op wie de schande rust die veroorzaakt is door het beruchte wangedrag van zijn zuster, Maria Magdalena.

Hij verdedigt voor deze vergadering het bezit van Simon de IJveraar, die hij sinds zijn jeugd kent (Deel 2, hoofdstuk 81).
Simon was terzijde gezet vanwege zijn melaatsheid voordat Jezus hem genas.

Joseph ontmoet Jezus in de Tempel wanneer deze de handelaars eruit verdrijft (Deel 2, hoofdstuk 16).

Ondanks de opkomende vijandigheid van het Sanhedrin aarzelt hij niet om partij voor Hem te kiezen.
Aan de Farizeeën van Galilea die komen om Jezus te beschuldigen, antwoordt hij: “Hij die wonderen doet, heeft God met zich. Wie God met zich heeft, kan niet in de zonde zijn: God heeft hem lief.”.

Op zijn landgoed in Arimathea nodigt hij enkele leden van het Sanhedrin uit voor een banket dat ter ere van Jezus wordt aangeboden: de reacties zijn uiteenlopend (Deel 2, hoofdstuk 81).

Op een bepaald moment overweegt Jezus de evangelisatie van de machthebbers van Judea toe te vertrouwen aan enkele notabelen: Lazarus, Nicodemus, Chuza, … Deze hoop vervliegt door de vijandigheid van het Sanhedrin (Deel 2, hoofdstuk 83).
Joseph neemt afstand van deze vergadering door verschillende publieke daden te stellen:.

Hij treedt op als peter voor de jonge Margziam, adoptiefzoon van Petrus, bij diens ontvangst als zoon van de Wet (Deel 3, hoofdstuk 62).
Bij die gelegenheid nodigt hij de apostolische groep uit in zijn huis in Jeruzalem, nabij de probatische vijver van Bethesda (Idem).

Tijdens het proces van Eleazar, de zoon van Anna, verkrachter en moordenaar, verdedigt hij de gerechtigheid zoals Nicodemus en Eleazar (Deel 5, hoofdstuk 66).

Het Sanhedrin zet een hinderlaag op om Jezus ertoe te brengen Sidoine, de blindgeborene, op een sabbat te genezen. Joseph verijdelt het complot. Judas was medeplichtig (Deel 7, hoofdstuk 207).

Josephs geloof is geen schijn: hij beveelt dat de vruchten van zijn oogst in Arimathea zonder beperking aan behoeftigen worden uitgedeeld.
Abraham, zijn rentmeester, klaagt: er zijn te veel bedelaars.
Joseph antwoordt hem met een daad van geloof en beveelt de rantsoenen te verdubbelen.
Het wonder van de vermenigvuldiging van de schoven vindt plaats (Deel 6, hoofdstuk 97).

Zijn levendige geloof wordt zonder vrees gedragen: tijdens de woelige zitting van het Sanhedrin die volgt op de opstanding van Lazarus, bekent hij duidelijk zijn geloof: “Hij is God,” zegt hij over Jezus. “Ik heb geen enkele twijfel meer” (Deel 8, hoofdstuk 10).

Ondanks de afkeer van de Joden voor de heidenen neemt hij Martial onder zijn bescherming, een jonge Romeinse wees die door Joseph van Sepphoris was opgenomen (Deel 8, hoofdstuk 11).

Uit wraak tegen Joseph wordt het jonge kind gedood tijdens de Passie.
De Passie markeert zijn volledige breuk met het Sanhedrin: “Vanaf nu,” zegt hij tot de Hogepriester Kajafas, “weet dat Joseph de Oude vijand is van het Sanhedrin en vriend van Christus” (Deel 9, hoofdstuk 22).

Samen met Nicodemus gaat Joseph aan Pilatus het lichaam van de Gekruisigde vragen en stelt hij zijn nieuwe graf ter beschikking om Jezus te begraven (van Deel 9, hoofdstuk 29 tot hoofdstuk 31).

Om elke ontheiliging te vermijden, sluit hij na de Verrijzenis de boomgaard af waar het graf zich bevond.
Lazarus had hetzelfde gedaan voor de Hof van Getsemane (Deel 10, hoofdstuk 17).

Tijdens de Hemelvaart brengt Jezus publiekelijk hulde aan zijn moed door hem aan zijn zijde te nodigen met enkele anderen van dezelfde geest: “Jij, Lazarus, mijn vriend. Jij, Joseph, en jij, Nicodemus, jullie zijn vol medelijden geweest voor de Christus toen dat een groot gevaar kon zijn” (Deel 10, hoofdstuk 23).

Tijdens de Hemelvaart brengt Jezus publiekelijk hulde aan zijn moed door hem aan zijn zijde te nodigen met enkele anderen van dezelfde geest: “Jij, Lazarus, mijn vriend. Jij, Joseph, en jij, Nicodemus, jullie zijn vol medelijden geweest voor de Christus toen dat een groot gevaar kon zijn” (Deel 10, hoofdstuk 23).

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joseph*-6     
Anna*-36 Jeruzalem †34  69


Khosrov I Chrosos I d'Arménie
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Khosrov I Chrosos I d'Arménie, geb. te Abovyan [Armenia] in 173, Koning van Aemenië, ovl. in 217.

Khosrov I Chrosos I d'Arménie.
Khosrov I zou over Armenië hebben geregeerd onder Iraanse gehoorzaamheid als vazal van zijn vader Vologèse V en vervolgens van zijn broers Vologèse VI en Artaban V, behalve tijdens de periode 197–200, waarin hij de suprematie van het Romeinse Rijk zou hebben erkend tijdens de oostelijke expeditie van Septimius Severus. .

Abovyan of Abovian is een stad in Armenië, gelegen in de marz Kotayk.

tr.
met

Urihunu de Parthie, dr. van Osroes Orodes de Osroes Orodes Parthie en NN d'Iberie Caucasienne, geb. circa 170, Prinsesvan Partië.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tiridate*193  †253  60


Urihunu de Parthie
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Urihunu de Parthie, geb. circa 170, Prinsesvan Partië.

tr.
met

Khosrov I Chrosos I d'Arménie, zn. van Vologese V Arsacides d'Arménie (Roi arsacide d’Arménie Roi arsacide des Parthes) en Arshakuni d'Iberie Caucasienne (prinses), geb. te Abovyan [Armenia] in 173, Koning van Aemenië, ovl. in 217.

Khosrov I Chrosos I d'Arménie.
Khosrov I zou over Armenië hebben geregeerd onder Iraanse gehoorzaamheid als vazal van zijn vader Vologèse V en vervolgens van zijn broers Vologèse VI en Artaban V, behalve tijdens de periode 197–200, waarin hij de suprematie van het Romeinse Rijk zou hebben erkend tijdens de oostelijke expeditie van Septimius Severus. .

Abovyan of Abovian is een stad in Armenië, gelegen in de marz Kotayk.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tiridate*193  †253  60


Richard van Pumbeke
 
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Richard van Pumbeke, geb. circa 1160, Ridder, Heer van Rumbeke, van Beveren.


Richard van Pumbeke.
Filiatie niet geheel zeker.

Ridder. Vermeld als van Pumbeke in 1214 en als van Beveren in 1222 en 1231.

tr.
met

Beatrix van Diksmuide, dr. van Gillis van Diksmuiden van Tricht en Elisabeth de Wallers, geb. te Diksmuide [België] circa 1175, ovl. circa 1230, tr. (2) met Thierry III van Beveren. Uit dit huwelijk geen kinderen.

 

Uit dit huwelijk een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik Beveren-Waas [België] †1253   


Beatrix van Diksmuide
 
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Beatrix van Diksmuide, geb. te Diksmuide [België] circa 1175, ovl. circa 1230.

tr. (1)
met

Richard van Pumbeke, zn. van Jordaan van Beveren (Burggraaf van Dirksmuiden 1157) en Badeloch van Breda (Castelina van Dirksmuiden), geb. circa 1160, Ridder, Heer van Rumbeke, van Beveren.

 


Richard van Pumbeke.
Filiatie niet geheel zeker.

Ridder. Vermeld als van Pumbeke in 1214 en als van Beveren in 1222 en 1231.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik Beveren-Waas [België] †1253   

tr. (2)
met

Thierry III van Beveren, geb. te Beveren-Waas [België] circa 1190, Burggraaf van Diksmuiden, ovl. in 1240, tr. (2) met Elisabeth de Wallers (Elisabeth van Wallaar), geb. circa 1205, ovl. circa 1240. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Thierry III van Beveren
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Thierry III van Beveren, geb. te Beveren-Waas [België] circa 1190, Burggraaf van Diksmuiden, ovl. in 1240.

tr. (1)
met

Beatrix van Diksmuide, dr. van Gillis van Diksmuiden van Tricht en Elisabeth de Wallers, geb. te Diksmuide [België] circa 1175, ovl. circa 1230, tr. (1) met Richard van Pumbeke. Uit dit huwelijk een zoon.

 

tr. (2)
met

Elisabeth de Wallers (Elisabeth van Wallaar), geb. circa 1205, ovl. circa 1240, tr. (2) met Gilles II de Trith, geb. circa 1185. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Elisabeth de Wallers
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Elisabeth de Wallers (Elisabeth van Wallaar), geb. circa 1205, ovl. circa 1240.

tr. (1)
met

Thierry III van Beveren, geb. te Beveren-Waas [België] circa 1190, Burggraaf van Diksmuiden, ovl. in 1240, tr. (1) met Beatrix van Diksmuide. Uit dit huwelijk geen kinderen.

tr. (2)
met

Gilles II de Trith, geb. circa 1185.


Gilles II de Trith
Gilles II de Trith, geb. circa 1185.

tr.
met

Elisabeth de Wallers (Elisabeth van Wallaar), geb. circa 1205, ovl. circa 1240, tr. (1) met Thierry III van Beveren. Uit dit huwelijk geen kinderen.


Dietrich I van Beveren
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Dietrich I van Beveren, RIdder, Kamerling van de graaf.

  • Vader:
    Wolfgerus van Amstel1, geb. tussen 1075 en 1080, schout van Amestelle, scultetus (schout) van Aemstel van 1105 tot 1126, ministeriaal van de bisschop van Utrecht in 1118, ovl. circa 1131.

tr.
met

Ada van Aalst, dr. van Baudoin III de Gand en Luitgarde Berthout van Mechelen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jordaan*1120  †1160  40



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378, Uitgegeven: 1999, Plaats: Hilversum, Type: De heren van Amstel 1105-1378, Schrijver: Th.A.A.M. van Amstel, Uitgever: Verloren, ISBN nummer: 9065502998 (AMS/AMS) (blz. 238)

Ada van Aalst
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Ada van Aalst.

tr.
met

Dietrich I van Beveren, zn. van Wolfgerus van Amstel (schout van Amestelle), RIdder, Kamerling van de graaf.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jordaan*1120  †1160  40


Maertgen Vranckendr van der Burch
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Maertgen Vranckendr van der Burch, ovl. in 1589.

tr.
met

Dirck van der Gaegh (van der Gaagh, van der Gaag) (Maerten Dirckxsz Gaegh), geb. circa 1505.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maerten*1545 Maasland †1603 Den Haag 58


Jan van de Suijthoorn
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Jan van de Suijthoorn, geb. te Delft in 1535.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1575 Delft †1616 Delft 40


Grietje Jacobs
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Grietje Jacobs.

tr.
met

Willem Jorisz.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joris*1565  †1614 Maasdijk 49


Anna Alyuba de West Manasseh de Begenadigde de Judee
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Anna Alyuba de West Manasseh de Begenadigde de Judee, geb. te Jeruzalem in 55 BC.

Anna Alyuba de West Manasseh de Begenadigde de Judee.
Joseph is lid van het Sanhedrin, van de klasse van de grote eigenaars (de Oudsten).
Men weet niets over zijn eventuele familie.
Hij is bevriend met Gamaliël en Nicodemus.
Hij is een man van rijpe leeftijd (Deel 7, hoofdstuk 207), vrijgevig en gelovig.
Zijn karakter is uitgesproken.
Zijn gevoel voor vriendschap is oprecht en zonder vooroordelen: in tegenstelling tot al zijn collega’s van het Sanhedrin blijft hij omgaan met Lazarus, op wie de schande rust die veroorzaakt is door het beruchte wangedrag van zijn zuster, Maria Magdalena.

Hij verdedigt voor deze vergadering het bezit van Simon de IJveraar, die hij sinds zijn jeugd kent (Deel 2, hoofdstuk 81).
Simon was terzijde gezet vanwege zijn melaatsheid voordat Jezus hem genas.

Joseph ontmoet Jezus in de Tempel wanneer deze de handelaars eruit verdrijft (Deel 2, hoofdstuk 16).

Ondanks de opkomende vijandigheid van het Sanhedrin aarzelt hij niet om partij voor Hem te kiezen.
Aan de Farizeeën van Galilea die komen om Jezus te beschuldigen, antwoordt hij: “Hij die wonderen doet, heeft God met zich. Wie God met zich heeft, kan niet in de zonde zijn: God heeft hem lief.”.

Op zijn landgoed in Arimathea nodigt hij enkele leden van het Sanhedrin uit voor een banket dat ter ere van Jezus wordt aangeboden: de reacties zijn uiteenlopend (Deel 2, hoofdstuk 81).

Op een bepaald moment overweegt Jezus de evangelisatie van de machthebbers van Judea toe te vertrouwen aan enkele notabelen: Lazarus, Nicodemus, Chuza, … Deze hoop vervliegt door de vijandigheid van het Sanhedrin (Deel 2, hoofdstuk 83).
Joseph neemt afstand van deze vergadering door verschillende publieke daden te stellen:.

Hij treedt op als peter voor de jonge Margziam, adoptiefzoon van Petrus, bij diens ontvangst als zoon van de Wet (Deel 3, hoofdstuk 62).
Bij die gelegenheid nodigt hij de apostolische groep uit in zijn huis in Jeruzalem, nabij de probatische vijver van Bethesda (Idem).

Tijdens het proces van Eleazar, de zoon van Anna, verkrachter en moordenaar, verdedigt hij de gerechtigheid zoals Nicodemus en Eleazar (Deel 5, hoofdstuk 66).

Het Sanhedrin zet een hinderlaag op om Jezus ertoe te brengen Sidoine, de blindgeborene, op een sabbat te genezen. Joseph verijdelt het complot. Judas was medeplichtig (Deel 7, hoofdstuk 207).

Josephs geloof is geen schijn: hij beveelt dat de vruchten van zijn oogst in Arimathea zonder beperking aan behoeftigen worden uitgedeeld.
Abraham, zijn rentmeester, klaagt: er zijn te veel bedelaars.
Joseph antwoordt hem met een daad van geloof en beveelt de rantsoenen te verdubbelen.
Het wonder van de vermenigvuldiging van de schoven vindt plaats (Deel 6, hoofdstuk 97).

Zijn levendige geloof wordt zonder vrees gedragen: tijdens de woelige zitting van het Sanhedrin die volgt op de opstanding van Lazarus, bekent hij duidelijk zijn geloof: “Hij is God,” zegt hij over Jezus. “Ik heb geen enkele twijfel meer” (Deel 8, hoofdstuk 10).

Ondanks de afkeer van de Joden voor de heidenen neemt hij Martial onder zijn bescherming, een jonge Romeinse wees die door Joseph van Sepphoris was opgenomen (Deel 8, hoofdstuk 11).

Uit wraak tegen Joseph wordt het jonge kind gedood tijdens de Passie.
De Passie markeert zijn volledige breuk met het Sanhedrin: “Vanaf nu,” zegt hij tot de Hogepriester Kajafas, “weet dat Joseph de Oude vijand is van het Sanhedrin en vriend van Christus” (Deel 9, hoofdstuk 22).

Samen met Nicodemus gaat Joseph aan Pilatus het lichaam van de Gekruisigde vragen en stelt hij zijn nieuwe graf ter beschikking om Jezus te begraven (van Deel 9, hoofdstuk 29 tot hoofdstuk 31).

Om elke ontheiliging te vermijden, sluit hij na de Verrijzenis de boomgaard af waar het graf zich bevond.
Lazarus had hetzelfde gedaan voor de Hof van Getsemane (Deel 10, hoofdstuk 17).

Tijdens de Hemelvaart brengt Jezus publiekelijk hulde aan zijn moed door hem aan zijn zijde te nodigen met enkele anderen van dezelfde geest: “Jij, Lazarus, mijn vriend. Jij, Joseph, en jij, Nicodemus, jullie zijn vol medelijden geweest voor de Christus toen dat een groot gevaar kon zijn” (Deel 10, hoofdstuk 23).

Tijdens de Hemelvaart brengt Jezus publiekelijk hulde aan zijn moed door hem aan zijn zijde te nodigen met enkele anderen van dezelfde geest: “Jij, Lazarus, mijn vriend. Jij, Joseph, en jij, Nicodemus, jullie zijn vol medelijden geweest voor de Christus toen dat een groot gevaar kon zijn” (Deel 10, hoofdstuk 23).

tr.
met

Joseph De Nazareth Ben Matthat de Ramatha ha David d'Arimathie, zn. van Jacob Mathat Mathau Nasi de Jerusalem ben Levi d'Arimahie (rabbijn) en Rakhel Rachel d Arimathie de Judee, geb. te Jeruzalem in 56 BC, ovl. te Jeruzalem in 30.

Joseph De Nazareth Ben Matthat de Ramatha ha David d'Arimathie.
Joodse prins van Jeruzalem, lid van de grote raad van het Sanhedrin, Sint-Jakobus.

Lid van het Sanhedrin van Jeruzalem, verkreeg hij van Pontius Pilatus het recht om Jezus Christus een graf te geven en legde hij zijn lichaam in zijn eigen graf. Feestdag op 17 maart.

Joseph van Arimathea vroeg Pilatus om het verlof; maar hij veinsde en zei: “Is hij dan al dood?” want het was nog maar enkele minuten geleden dat hij de boogschutters had gestuurd om de gekruisigden af te maken door hun benen te breken.

Hij liet de centurio Abénadar roepen, die was teruggekeerd nadat hij met de in de grotten verborgen discipelen had gesproken, en vroeg hem of de koning der Joden al gestorven was.

Abénadar vertelde hem over de dood van de Verlosser, zijn laatste woorden en zijn laatste kreet, de aardbeving en de schok die de rots had gespleten.
Pilatus scheen zich slechts te verwonderen dat Jezus zo vroeg gestorven was, omdat de gekruisigden gewoonlijk langer leefden; maar innerlijk was hij vol angst en verschrikking, vanwege het samenvallen van deze tekenen met de dood van Jezus.

Hij wilde misschien in zekere mate zijn wreedheid vergoelijken door Joseph van Arimathea een bevel te geven om het lichaam van de Verlosser te laten overhandigen.
Hij was er ook blij om op deze manier de Hogepriesters te slim af te zijn, die Jezus graag zonder eer tussen de twee misdadigers begraven zouden hebben gezien.
Hij stuurde iemand naar Golgotha om zijn bevelen uit te voeren. Ik denk dat het Abénadar was, want ik zag hem aanwezig bij de afneming van het kruis.

Joseph van Arimathea ging, toen hij Pilatus verliet, naar Nicodemus, die op hem wachtte bij een welgezinde vrouw, wier huis gelegen was aan een brede straat, dicht bij dat steegje waar Onze Heer zo wreed was mishandeld aan het begin van de kruisweg.
Deze vrouw verkocht aromatische kruiden, en Nicodemus had bij haar gekocht en door haar elders laten kopen alles wat nodig was om het lichaam van Jezus te balsemen.

Zij maakte van dit alles een pak dat men gemakkelijk kon dragen.
oseph ging op zijn beurt een mooi lijkkleed van zeer fijne katoen kopen, zes el lang en nog breder dan lang.
Hun dienaren namen in een schuur, dicht bij het huis van Nicodemus, ladders, hamers, pinnen, met water gevulde zakken, vaten en sponzen, en plaatsten de kleinste van deze voorwerpen op een draagbaar die leek op die waarop de discipelen van Johannes de Doper zijn lichaam hadden gelegd toen zij het uit de vesting Machaerus wegnamen.

Zij beschreef de draagbaar waarover hier sprake is als een lange leren kist die men in een soort gesloten doodskist veranderde door er drie stokken doorheen te steken, handbreed, gemaakt van stevig maar licht hout.
Deze kist werd vervolgens op de schouders gedragen door middel van de uiteinden van diezelfde stokken die aan elke kant uitstaken.

Zij vertelde de wegneming van het lichaam van Johannes de Doper, alsof deze had plaatsgevonden in de nacht van dinsdag op woensdag, 4–5 van de maand Sebat (21–22 januari) van het tweede jaar van het openbare leven van de Verlosser, ongeveer vijftien dagen na de onthoofding van de heilige voorloper.

Onder degenen die eraan deelnamen, noemde zij de drie discipelen van Johannes: Jacob, Eliacim en Sadoch, zonen van Clopas en Maria van Heli en broers van Maria van Clopas; verder Saturninus, Judas Barsabas, Aram en Théméni, neven van Joseph van Arimathea, een zoon van Johanna Chusa, een zoon van Veronica, een zoon van Simeon en een neef van Johannes, die uit Hebron was.

Het lichaam van de voorloper, zonder zijn hoofd dat men pas later kon verkrijgen, werd overgebracht naar Juta in het graf van zijn familie..

Joseph van Arimathea wordt in vrijheid gesteld.

Kort na de terugkeer van de heilige Maagd bij haar gezellinnen zag ik Joseph van Arimathea bidden in zijn gevangenis.
Plotseling werd het cachot overstroomd met licht, en ik hoorde een stem die hem bij zijn naam riep.
Het dak werd opgetild op een manier die een opening liet, en toen zag ik een lichtende gestalte hem een doek aanreiken die mij herinnerde aan het lijkkleed waarin hij Jezus had begraven, en hem zeggen dat hij die moest gebruiken om omhoog te klimmen.
Joseph greep het met beide handen, en door zijn voeten te zetten op uitstekende stenen verhief hij zich tot een hoogte van tien of twaalf voet, tot aan de opening die zich achter hem sloot.
Toen hij boven op de toren was, verdween de verschijning.

Ik weet niet of het de Verlosser zelf was, of dat het een engel was die hem bevrijdde.
Hij volgde enige tijd de stadsmuur tot in de nabijheid van het Cenakel, dat bij de zuidelijke muur van Sion lag.

Toen daalde hij af en klopte aan het Cenakel.
De verzamelde discipelen hadden de deuren gesloten; zij waren zeer bedroefd over de verdwijning van Joseph en geloofden dat men hem in een riool had geworpen, omdat dat gerucht zich had verspreid.
Toen men hem opendeed en hij binnenkwam, was hun vreugde groot, zoals zij later ook groot was toen de heilige Petrus uit zijn gevangenis werd bevrijd.

Hij vertelde wat hem was overkomen: zij verheugden zich erover en werden getroost, gaven hem te eten en dankten God.
Wat hem betreft, hij verliet Jeruzalem in de nacht en vluchtte naar Arimathea, zijn vaderland; hij keerde echter terug toen hij wist dat er geen gevaar meer voor hem was.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joseph*-6     
Anna*-36 Jeruzalem †34  69