Website van Cees Hagenbeek
Philips van Cognac
in
Kwartierstaat van Fred Spaans

Philips van Cognac, geb. circa 1172.

  • Vader:
    Richard Leeuwenhart, zn. van Hendrik II 'Curlmantle' Plantagenet (koning van Engeland 1154-1189) en Eleonore hertogin Acquitanië-Poitou (koningin van Frankrijk en Engeland), geb. Oxford Beaumont Palace op 9 aug 1157, koning van Engeland 1189-1199, ovl. Chalus [Frankrijk] op 6 apr 1199,
    , In het omsloten het kamp dat op de vlakte buiten de muren van Acre opgeslagen was, aan de kust van Palestina, had een Europees leger een tweede winter moeten doorstaan waarin honger en gebrek heersten en 'de regen onophoudelijk viel'. Nu speurden de strijders de horizon af naar zeilen van bevriende schepen.  Zij waren kruisvaarders en velen van hen hadden het Christelijke Koninkrijk Jeruzalem nog meegemaakt. De weergaloze Saracenen -aanvoerder Saladin had Egypte, Damascus en Aleppo tegen hen verenigd. Hij liep hun koninkrijk onder de voet en veroverde de Heilige Stad. Toen de christenen in augustus 1189 de uiterst belangrijke haven van Acre hadden geprobeerd te heroveren, had Saladin zijn troepen verspreid over de er achtergelegen heuvels opgesteld, zodat de belegeraars aan de voet van de stadsmuren klem zaten.  Bij dit alles kwam nog dat verpletterend nieuws het kamp der kruisvaarders bereikt had. Frederik Barbarossa, Heilig Rooms Keizer, was in een rivier in Silicië verdronken, toen hij door Klein-Azië trok om hen te hulp te komen. Slechts een gedeelte van zijn leger wist zuidwaarts Acre te bereiken.  In de lente van 1191 kwamen echter nieuwe troepen aan onder leiding van Filips II van Frankrijk, die een kroniekschrijver Filips Augustus zou noemen. Hoewel hij nog maar 25 jaar oud was, had hij reeds tien jaar over Frankrijk geregeerd. Hij was koel en sluw, had ruig haar en was aan één oog blind; hij liet zich door niemand iets wijs maken en had maar weinig vrienden . Tenslotte vertoonden zich in juni Engelse galeien, die manschappen aan land brachten. Hun koning was 33 jaar en in de kracht van zijn leven. Hij was langen knap, kende geen vrees en was onvermoeibaar, hij was driftig maar tevens grootmoedig van aard.- een leider met wie de manschappen zich konden verstaan. Zijn troubadours noemden hem al Richard Cocur de Lion - Richard Leeuwenhart. De ridders van Europa waren al een eeuw bezield door de Kruistochten. Deze leidden de aandacht af van de onophoudelijke onderlinge strijd en richtten deze op meer gewijde doelstellingen. Krijgslieden zochten hun heil door wraak te nemen op de ongelovigen die de volgelingen van Christus vervolgd en de Heilige Stad onteerd hadden. Nieuwe deugden zoals opofferingsgezindheid en toewijding deden hun intrede in een ruwe maatschappij in de vorm van een adellijke plicht, die ridderlijkheid genoemd werd. Het zonder meer tot ridder geslagen worden door een leenheer maakte plaats voor een ritueel reinigingsbad, een nachtwake in een kerk, het aantrekken van een wit linnen kleed en een scharlaken mantel, en het afleggen van de eed dat het zwaard ten bate van Christus gebruikt zou worden. Niemand verpersoonlijkte beter het ridderideaal van het ondernemen van waagstukken in dienst van het Kruis dan Richard Leeuwenhart. Hij was in Engeland, te Oxford geboren, maar opgegroeid in Aquitanië, een uitgestrekte landstreek in zuidwest Frankrijk tussen de Loire en de Pyreneeën. Hij sprak geen Engels maar de taal van de chevalerie en het Chanson de Roland. Hij voelde zich in zijn hart minder thuis in het kille en mistige noorden dan in een zuidelijk, zonnig en romantisch land, waar het leven nu eens onstuimig, dan weer loom was, en waar de mensen, zoals een Engels kroniekschrijver opmerkte,'wanneer zij besloten om de trots van hun vijanden te bedwingen, dit in volle ernst deden; en wanneer de beproevingen van de strijd achter de rug waren. zich geheel aan hun geneugten.overgaven'. Het landschap in Aquitanië gaat van de landes (zandvlakten) aan de kust en de rijke wijngaarden rond Bordeaux over in de heuvels van Limousin. Eikenbossen riemen in de herfst een roodbruine kleur aan en weerspiegelen zich in vele rivieren. De streek telt vele kerken - in het oosten de koepels van Périgueux en Angouléme en de vlakke, wijde gewelven over de brede kerken zonder beuken van Poitou, waar iedere nis in de voorgevel gevuld is met romaans beeldhouwwerk. De landstreek telt ook vele kastelen - door Hendrik II gebouwde torens en muren zijn nog te zien in Niort, Loches en Chinon. Richard had in zijn jeugd vele mogelijkheden om aan de bouwwerken van zijn vader zijn levenslange belangstelling voor vestingen te ontlenen. Maar zijn moeder heeft in zijn levensloop de grootste invloed op hem gehad. Eleanora, hertogin van Aquitanië en zowel koningin van Engeland als Frankrijk, werd meer dan tachtig jaar en bleef tot aan haar dood één van de centrale persoonlijkheden van haar tijd. Haar voorliefde, en die van Richard, voor de liederen der troubadours had zij van haar grootvader geërfd, een kruisvaarder die legendarisch werd door zijn onstuimigheid, zijn vele maîtresses en zijn gedichten, die rondtrekkende jongleurs op ridderfeesten zongen. Cynisch, liederlijk en oneerbiedig als hij was, schreef hij liederen over de krijg, hoerenlopen en soms ook over de ijdelheid des levens: Ik ken het gesternte waaronder ik geboren ben niet, Ik die noch vrolijk, noch droevig ben De een of andere geest maakte mij tot wat ik ben Eens 's nachts op een bergtop. Eleanora droeg op haar eigen manier bij tot de beschaving van haar tijd. Terwijl zij Richards leidsvrouw was te Poitiers, verzamelde zij een groep jonge mensen om zich heen, die allen vol geestdrift waren voor de nieuwe dichtkunst en de nieuwe vrijheid van spreken. Haar 'Liefdeshoven' kwamen bijeen in de grote zaal van het kasteel, waarvan nog één muur overeind staat en waar de herinnering aan Eleanora levend blijft. Haar oudste kind Maria, 'de levenslustige en vrolijke gravin' ván Champagne, zat soms voor. De hoofsheid van de Liefdeshoven verleende vrouwen een nieuwe status en bracht enige elegance in de stijve gewoonten van die tijd. Dames werden nu het onderwerp van gedichten en zaten hoofse debatten voor - evenzo zaten zij ook toernooien voor, wat ook een middel was om de hartstocht voor oorlog om te buigen van een strijd tot de dood naar een wedstrijd. Op zekere dag was het onderwerp van gesprek aan het 'hof' of liefde in een huwelijk kon overleven en men was van oordeel dat dit niet zo was. Feodale huwelijken lieten er inderdaad weinig ruimte voor. Troubadours zongen van liefde voor dames, die reeds gehuwd waren of 'reeds beloofd waren aan anderen, wat vaak al in hun jeugd gebeurd was. Gewoonlijk was het onmogelijk onwettige relaties met deze dames aan te gaan. Daar ook landbezit ermee gemoeid was, werden adellijke vrouwen zorgvuldig in de gaten gehouden. Zeker is dat liefde nauwelijks een rol speelde toen Eleanora op haar vijftiende voor de eerste keer in het huwelijk trad. Na de dood van haar vader die stierf tijdens een pelgrimstochtnaar Compostela had Eleanora Aquitanië geërfd. Drie maanden later had Lodewijk, de erfgenaam van de Franse troon, zich in het gezelschap van een indrukwekkend aantal ridders naar het zuiden gespoed om dit uiterst belangrijke leen voor het Capetingische rijk veilig te stellen. Hij trad met de erfgename van dit gebied in het huwelijk in de kathedraal van St. Andreas in Bordeaux. Nog voor het paar Parijs had bereikt, stierf de oude koning, en was koning Lodewijk VII Eleanora's echtgenoot. Het was onvermijdelijk dat er spanningen zouden ontstaan tussen het beeldschone, levendige meisje en haar echtgenoot, die in een klooster was opgevoed en die zij 'meer een monnik dan een koning' noemde. Boze tongen beweerden zelfs dat zij een verhouding had met haar oom, Raymond van Poitiers, vorst van Antiochië, toen zij in 1147 Lodewijk op de Tweede Kruistocht vergezelde. Omdat hij ontevreden was over het feit dat Eleanora hem twee dochters in plaats van de door hem gewenste zoon had geschonken, stemde Lodewijk uiteindelijk toe in een nietigverklaring van hun huwelijk op grond van de van pas komende reden van een te nauwe bloedverwantschap. Nog  geen twee maanden later deed Eleanora de feodale wereld versteld staan door met Hendrik van Anjou te trouwen, die zo'n tien jaar jonger was; deze energieke, wilskrachtige hertog van Normandië was eveneens erfgenaam van de Engelse kroon. Bij hun huwelijk bracht zij Aquitanië in en aldus werd het rijk der Anjou's, dat Engeland en het grootste gedeelte van Frankrijk omvatte, gegrondvest. En om Lodewijks ergernis nog groter te maken, schonk Eleanora Hendrik II vijf zonen en drie dochters. Hun derde kind, Richard, werd op 8 september 1157 geboren. Hun oudste zoon Willem stierf op jonge leeftijd. De tweede zoon, Hendrik, werd tot' zijn vaders opvolger aangewezen. Richard werd voorbestemd om in het moederlijke erfdeel Aquitanië op te volgen; Godfried kreeg Bretagne en Jan kreeg de bijnaam 'Zonder Land', omdat er voor hem niets overgebleven was. Toen hij nog geen twaalf was kwam Richard als leenman Lodewijk van Frankrijk eer bewijzen voor het graafschap Poitou en het hertogdom Aquitanië. Hoewel zij fel gebeten waren op hun onafhankelijkheid vielen de domeinen van de Anjou's toch nog onder het leenheerschap van de Franse kroon. Drie jaar later werd Richard, met de gewijde lans en banier in de hand, in de kerk van St. Hilarius te Poitiers geïnstalleerd als hertog van Aquitanië. Dit is een van de meest nobele romaanse kerken van Frankrijk en kijkt tegenwoordig triest uit op spoorwegloodsen en bushaltes. Aquitanië kwam in verzet toen Hendrik van Anjou de teugels in handen nam en het op zijn gebruikelijke strenge en ordelijke manier probeerde te besturen. Zelfs Eleanora ontkwam maar net aan enkele aanslagen. De jonge ridder Willem Marshal, die haar eens te voet en in zijn eentje tegen 60 vijanden verdedigde,' 'vocht als een door honden aangevallen wild zwijn'. Hij werd gewond en gevangen genomen. Eleanora betaalde zijn losgeld en beloonde hem vorstelijk.  In zo'n gewelddadige omgeving groeide Richard op tot man. Op eenentwintigjarige leeftijd vestigde hij zijn reputatie dooi het strategisch inzicht en het elan dat hij bij de inname van Taillebourg aan de dag legde. Toen de verdedigers een uitval naar hem deden, daartoe verlokt door de plundering van hun landerijen, dreef Richard hen in verwarring door de poort de stad weer in, die hij vervolgens afbrandde. Binnen twee dagen gaf de citadel op de erboven gelegen klip zich over. Een kroniekschrijver tekende aan dat 'nimmer tevoren een vijandige macht zelfs ook maar een blik op het kasteel had kunnen werpen'. Maar de grove belediging die Christus' naam werd aangedaan liet zelfs Hendrik niet onberoerd. Hij nam zelf ook het Kruis op, evenals de bejaarde Duitse keizer Frederik Barbarossa en de behoedzame Filips van Frankrijk. Het verlies van Jeruzalem leek Europa vrede te brengen. Maar niet onmiddellijk. Opnieuw brak onenigheid uit en toen de oude koning uit zijn brandende geboortestad Le Mans vluchtte, zat Richard hem dicht op de hielen. Hij zou zijn vader misschien gevangen genomen hebben als Will Marshal, die zijn vorst trouw was gebleven, hem niet de weg had versperd en Richards paard had neergeslagen. 'Ik zal u niet doden', snauwde hij, 'maar ik hoop dat de duivel dat zal doen'. Spoedig daarna overleed Hendrik in Chinon: Hendrik, de grote heerser en wetgever van noordwest Europa, de hartstochtelijke, rusteloze man, die even onhandig was in zijn persoonlijke verhoudingen als bekwaam in staatszaken.  Richard was nu koning van Engeland. 'Koningin Eleanora', zoals een kroniekschrijver ons mededeelt, 'verplaatste haar koninklijke hof nu van stad naar stad en van kasteel naar kasteel. en zond naar alle streken van Engeland de boodschap dat alle gevangenen vrijgelaten moesten worden ter nagedachtenis aan de ziel van Hendrik, haar heer en meester, want zij had door eigen ondervinding geleerd hoe onaangenaam gevangenschap voor de mens is en dat het een zeer welkome verkwikking voor de geest is om er uit bevrijd te worden'.  Richard kwam zelf al spoedig in Engeland aan om het bestuur gedurende zijn afwezigheid te regelen en om geld voor zijn Kruistocht bijeen te brengen. Sommigen scheen het toe dat 'de koning alles 'dat hij had te koop aan bood'. In een verslag staat vermeld dat hij zei. 'Ik zou zelfs Londen verkopen als ik er maar een koper voor kon vinden'. Richard en Eleanora reden deze stad in - die door een kroniekschrijver als 'een der meest edele en vermaarde steden ter wereld' werd geroemd - voor de meest overdadige kroning die tot dan toe bekend was en die nog eeuwen als voorbeeld genomen zou worden. Maar het feest dat gehouden werd in de grote zaal van Westminster, die door Willem Rufus, de zoon van Willem de Veroveraar, gebouwd was werd bedorven door een tragische gebeurtenis. Een afvaardiging van de joodse gemeenschap kwam de koning geschenken aanbieden. De menigte viel hen aan. Een algehele aanval op de joodse wijk volgde en er vielen vele doden. In geheel Engeland kwamen dergelijke slachtpartijen voor. Weliswaar strafte koning Richard de aanstichters, maar de kruisvaardersmentaliteit kweekte bitterheid jegens de joden aan. 'Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen', de verschrikkelijke roep van het volk bij de Kruisiging, had men niet vergeten. Ook werd het de joden kwalijk genomen dat zij welgestelde handelaren waren, die het goed ging dankzij de, woeker die de christenen verboden was. Na vier maanden in zijn koninkrijk verbleven te hebben, vertrok Richard in 1189 voor zijn reis naar het oosten. In Tours kreeg hij een pelgrimsstaf, 'en toen hij erop leunde brak deze', een onheilspellend voorteken.  Hij scheepte zich te Marseille in, en Rogier van Hoveden, die de havens beschreef die Richard aan de Italiaanse kust aandeed, vermeldt hoe de koning in Ostia aan land ging, en verhaalt van zeeroversnesten, van Romeinse wegen, van het eiland Ponza, 'waar Pilatus was geboren', van het rokende Stromboli en van een verblijf. te Napels en Salerno, alwaar een beroemde medische school gevestigd was. Vanuit Engeland bereikte hem nu zijn vloot, zodat Richard de haven van Messina binnenvoer aan het hoofd van 114 schepen. 'Zo edel was het geschat der schalmeien en klaroenen dat de stad er van trilde en grotelijks verbaasd was .' De Siciliaanse cultuur, die sterk door de Moren en de Byzantijnen beïnvloed was, zal de bezoekers uit het noorden wel vreemd toegeschenen hebben. Toch had Engeland vele banden met Sicilië, waarvan de Normandische dynastie de Middellandse Zee, die beheerst werd door de Moslims, weer voor de christenen heroverd had. Deze banden waren nog versterkt door het feit dat Richards jongste zuster Johanna, een rijke bruidsschat meebrengend, Willem II van Sicilië gehuwd had. Richard trof haar als weduwe en zonder erfgenaam aan. De troon was bezet door Tancred van Lecce, de onwettige kleinzoon van Rogier II, die de Normandische heerschappij over Sicilië gevestigd had. Tancred had zich meester gemaakt van Johanna's bruidsschat en haar in Palermo opgesloten, terwijl hij met Filips, die al eerder met de Franse kruisvaarders aangekomen was, tegen Richard samenspande. Dit was een kolfje naar Leeuwenharts hand. Hij nam Messina sneller in dan een priester zijn metten kon zeggen' en zijn zuster en de bruidsschat werden aan hem uitgeleverd.  Op dat moment kwam kwam Eleanora in Messina aan, na de Alpen 's winters te hebben overgestoken. Zij bracht Berengaria van Navarra met zich mee, een prinses van wie bekend was dat zij Richards aandacht had getrokken; Eleanora vond het tijd worden dat Richard een erfgenaam kreeg. Hij was lang verloofd geweest met Alicia, de halfzuster van Filips, die aan het hof van Engeland was opgevoed. Het huwelijk was keer op keer uitgesteld. Toen Filips hierop aandrong, vertelde Richard hem botweg dat zijn zuster door Hendrik 11 verleid was en dat hij niet van zins was met de maîtresse van zijn vader te trouwen. Berengaria voer met Johanna uit naar het Heilige Land. Zij zochten voor een storm beschutting in de haven van Limassol op Cyprus, waar Richard zich later bij hen voegde. Cyprus was het enige dat Richard zou zien van de Byzantijnse wereld, die zijn moeder door haar luister had verblind toen zij aan het Byzantijnse hof verkeerd had. Toen hij aan land ging, raakte hij slaags met Isaac Comnenus, een tiran die zijn vloot wilde plunderen. Richard kreeg dit eiland vol kastelen snel in handen door ze één voor één in te nemen. Toen hij zich overgaf smeekte Isaac dat hij niet in ijzeren boeien geslagen zou worden, waarop Richard zilveren kettingen voor hem liet maken. Dit was het soort grimmige humor waar de koning van hield. Onderzijn oorlogsbuit bevond zich Isaacs schitterende paard Fauvel, dat Richard gedurende de gehele Kruistocht bereed. Tussen al deze gebeurtenissen in huwde Richard met Berengaria. Soms wordt de kapel van het kasteel aangewezen als de plaats waar dit plaatsvond, maar niets uit Richards tijd is in Limassol overgebleven. Acre staat op een landtong, die een van de weinige natuurlijke havens van Palestina vormt. Richards geoefende oog overzag de haven, die aan zeezijde met een grote ijzeren ketting, en aan landzijde met machtige wallen en een gracht was afgesloten. Filips, die al eerder aangekomen was, verwelkomde hem en de beide koningen verlieten gezamenlijk de haven en bejegenden elkaar op bijzonder vleiende manier', vertelt een kroniekschrijver. 'Koning Richard trok zich vervolgens terug in zijn tent. en begon voorbereidingen te treffen voor de belegering, want hij was er zeer op gebrand uit te zoeken hoe, met welke kunstgrepen en werktuigen, zij de stad zonder tijdverlies zouden kunnen innemen.'  Een aanval werd voorbereid, maar de beide koningen werden geveld door de in het kamp heersende koorts, die gedurende het tweejarige beleg al een zware tol had geëist. Richard, die reeds door intermitterende koorts geplaagd werd, herstelde minder snel dan Filips. Maar hij liet zich, in zijden dekens gewikkeld, door zijn mannen naar een schuilplaats dragen. die zich binnen schootsafstand bevond van de grootste toren springend om halfaangekleed te paard een aanval af te slaan. Zijn uit elkaar gevallen leger baande zich onder winterse regen- en hagelbuien een weg over de heuvels van Judea tot op enkele mijlen van Jeruzalem. Maar de stad was nu stevig in handen van Saladin en een lang beleg was onmogelijk. Een kroniek- schrijver vertelt hoe Richard zijn ogen bedekte en uitriep: 'Here God, ik smeek U niet te dulden dat ik Uw Heilige Stad aanschouw, daar ik deze niet uit de handen van Uw vijanden kan verlossen.' Deze kreet van teleurstelling spreekt boekdelen voor de eerbied waarmee de ruwe, onbehouwen krijgslieden tegenover hun geloof stonden. De terugkeer uit Palestina bracht onvoorziene avonturen met zich mee.Terwijl Berengaria en Johanna behouden in Marseille aan land gingen, werd Richard tot twee keer toe door stormen in de Adriatische Zee naar land gedreven. Hij vermomde zich en zette zijn tocht over land voort - zelfs voor hém een doldriest waagstuk. Immers, hij doorkruiste het land van Leopold van Oostenrijk, wiens woede hij te Acre had gewekt door zijn hertogelijke banier neer te halen van een paleis, waar Richard recht op meende te hebben. Het was onvermijdelijk dat hij ontdekt werd en Leopold zette hem in het slot Dürnstein, in de buurt van Wenen, gevangen. Dit slot vormt nog steeds een romantisch silhouet boven de middeleeuwse stad. In Engeland deed het gerucht razendsnel de ronde: de koning, de held van de Kruistocht, was verdwenen. Twee abten gingen naar het keizerrijk om hem door middel van het kerkelijk netwerk op te speuren - want het nieuws verspreidde zich van klooster naar klooster, waar reizigers hun reis onderbraken. De legende wil dat de troubadour Blondel Richard in het kasteel Dürnstein hoorde zingen en met een lied dat hun beiden bekend was antwoordde. Maar keizer Hendrik VI, Leopolds leenheer en Richards vijand, hield Leeuwenhart nu gevangen in Duitsland. Richards moeder werkte aan zijn vrijlating. Zij schreef de paus teneinde zijn hulp in te roepen, en ondertekende haar brief met 'Eleanora koningin van Engeland, bij de wrake Gods'. Het losgeld werd tenslotte vastgesteld op het duizelingwekkende bedrag van 100.000 zilveren marken - hetgeen meer was dan de koning jaarlijks uit Engeland en Normandië ontving. Toen het tenslotte bij elkaar was gebracht, nam Eleanora, die nu over de 70 was en 'nog onvermoeibaar aan iedere onderneming begon', zelf het geld mee op haar reis de Rijn op naar het hof van de keizer te Spiers terwijl zij de schat met haar prestige beschermde. Richard werd bij zijn terugkomst in Engeland als een held verwelkomd, maar hij moest optreden tegen zijn trouweloze broer Jan, die met Filips had samengezworen. Hij vergaf het hem maar al te makkelijk. De verbeeldingskracht van het volk, dat in sommige opzichten vaak dichter bij de waarheid is dan de geschiedschrijvers, merkte de vermetelheid in beider karakters op, die een ontmoeting tussen Richard en Robin Hood passend maakte. Het was kenmerkend voor Richard dat hij toernooien - onder de regering van zijn vader nog verboden - in Engeland introduceerde; hij verleende een vergunning overigens slechts tegen een hoog bedrag. Gedurende de rest van zijn regering werd hij geplaagd door een tekort aan geld, en door het feit dat de Fransen voortdurend Normandië bedreigden. Boven alles wilde hij Filips gevangen nemen, om zo een groot losgeld te verkrijgen en zijn oude schulden te kunnen aflossen. Vermetele strooptochten en schermutselingen leverden niets op. Eens galoppeerde Filips, met Richard op zijn hielen, over de brug bij Gisors, die instortte, waardoor de Franse koning in het water viel. 'Hij slikte wat water', maar ontkwam. Filips verstevigde zijn greep op de weg door de vallei van de Seine tussen Parijs en de Normandische hoofdstad Rouaan. Richard besloot deze weg af te sluiten. Hoog boven een bocht in de rivier bouwde hij bij Les Andelys zijn opmerkelijke Château Gaillard. Hiervoor gebruikte hij al hetgeen hij geleerd had van zijn vaders kastelen en de kastelen die hij in Palestina had gezien. En hier daagde hij Filips uit.  Er kwam op een merkwaardig onbeduidende manier een einde aan het leven van Richard Leeuwenhart. Een boer, die in de buurt van Chalüs, in Aquitanië, aan het ploegen was, groef een gouden 'tafel' op, naar alle waarschijnlijkheid een Romeins schild, en enige goudstukken. Op grond van het leenrecht had de leenheer recht op een dergelijke vondst, maar de heer van Chalûs weigerde het te overhandigen en vluchtte toen Richard verscheen.  Het tussen eiken- en kastanjebossen gelegen Chalûs is maar weinig veranderd. De nauwe, bochtige Rue de Coeur-de-Lion voert naar het kasteel, en dorpelingen wijzen nog de heuveltjes aan de andere kant van de vallei aan, waar Richard zijn laatste kamp opsloeg. Het zou slechts een paar dagen hoeven duren om dit kleine kasteel tot overgave te dwingen. Toen Richard roekeloos, zonder zijn volle wapenrusting te dragen, dicht bij de muren reed, schoot een kruisboogschutter, die naar men zegt zichzelf met een braadpan beschermde, zijn pijl af. De koning hield stil om zijn bewondering over het schot uit te spreken, alvorens zijn schild op te heffen. De pijl raakte juist onder de nek zijn schouder. Toen Richard de pijl er uit trok, brak deze, waardoor de punt in de wond bleef zitten. Een operatie veroorzaakte ontstekingen. Het kasteel werd bestormd en de verdedigers allen opgehangen, met uitzondering van Bertran de Gourdon,die het - zo zou blijken dodelijke - schot had gelost. Toen hij voor Richard gevoerd werd beroemde hij zich op zijn verrichting: 'U vermoordde mijn vader en mijn twee broers, nu mag u wat voor martelingen dan ook voor mij bedenken.'Richard schonk de soldaat genade en 100 schellingen, het soort gebaar waar hij zo makkelijk toe kwam kwam Eleanora in Messina aan, na de Alpen 's winters te hebben overgestoken. Zij bracht Berengaria van Navarra met zich mee, een prinses van wie bekend was dat zij Richards aandacht had getrokken; Eleanora vond het tijd worden dat Richard een erfgenaam kreeg. Hij was lang verloofd geweest met Alicia, de halfzuster van Filips, die aan het hof van Engeland was opgevoed. Het huwelijk was keer op keer uitgesteld. Toen Filips hierop aandrong, vertelde Richard hem botweg dat zijn zuster door Hendrik 11 verleid was en dat hij niet van zins was met de maîtresse van zijn vader te trouwen. Berengaria voer met Johanna uit naar het Heilige Land. Zij zochten voor een storm beschutting in de haven van Limassol op Cyprus, waar Richard zich later bij hen voegde. Cyprus was het enige dat Richard zou zien van de Byzantijnse wereld, die zijn moeder door haar luister had verblind toen zij aan het Byzantijnse hof verkeerd had. Toen hij aan land ging, raakte hij slaags met Isaac Comnenus, een tiran die zijn vloot wilde plunderen. Richard kreeg dit eiland vol kastelen snel in handen door ze één voor één in te nemen. Toen hij zich overgaf smeekte Isaac dat hij niet in ijzeren boeien geslagen zou worden, waarop Richard zilveren kettingen voor hem liet maken. Dit was het soort grimmige humor waar de koning van hield. Onderzijn oorlogsbuit bevond zich Isaacs schitterende paard Fauvel, dat Richard gedurende de gehele Kruistocht bereed. Tussen al deze gebeurtenissen in huwde Richard met Berengaria. Soms wordt de kapel van het kasteel aangewezen als de plaats waar dit plaatsvond, maar niets uit Richards tijd is in Limassol overgebleven. Acre staat op een landtong, die een van de weinige natuurlijke havens van Palestina vormt. Richards geoefende oog overzag de haven, die aan zeezijde met een grote ijzeren ketting, en aan landzijde met machtige wallen en een gracht was afgesloten. Filips, die al eerder aangekomen was, verwelkomde hem en de beide koningen verlieten gezamenlijk de haven en bejegenden elkaar op bijzonder vleiende manier', vertelt een kroniekschrijver. 'Koning Richard trok zich vervolgens terug in zijn tent. en begon voorbereidingen te treffen voor de belegering, want hij was er zeer op gebrand uit te zoeken hoe, met welke kunstgrepen en werktuigen, zij de stad zonder tijdverlies zouden kunnen innemen.'  Een aanval werd voorbereid, maar de beide koningen werden geveld door de in het kamp heersende koorts, die gedurende het tweejarige beleg al een zware tol had geëist. Richard, die reeds door intermitterende koorts geplaagd werd, herstelde minder snel dan Filips. Maar hij liet zich, in zijden dekens gewikkeld, door zijn mannen naar een schuilplaats dragen. die zich binnen schootsafstand bevond van de grootste toren springend om halfaangekleed te paard een aanval af te slaan. Zijn uit elkaar gevallen leger baande zich onder winterse regen- en hagelbuien een weg over de heuvels van Judea tot op enkele mijlen van Jeruzalem. Maar de stad was nu stevig in handen van Saladin en een lang beleg was onmogelijk. Een kroniek- schrijver vertelt hoe Richard zijn ogen bedekte en uitriep: 'Here God, ik smeek U niet te dulden dat ik Uw Heilige Stad aanschouw, daar ik deze niet uit de handen van Uw vijanden kan verlossen.' Deze kreet van teleurstelling spreekt boekdelen voor de eerbied waarmee de ruwe, onbehouwen krijgslieden tegenover hun geloof stonden. De terugkeer uit Palestina bracht onvoorziene avonturen met zich mee.Terwijl Berengaria en Johanna behouden in Marseille aan land gingen, werd Richard tot twee keer toe door stormen in de Adriatische Zee naar land gedreven. Hij vermomde zich en zette zijn tocht over land voort - zelfs voor hém een doldriest waagstuk. Immers, hij doorkruiste het land van Leopold van Oostenrijk, wiens woede hij te Acre had gewekt door zijn hertogelijke banier neer te halen van een paleis, waar Richard recht op meende te hebben. Het was onvermijdelijk dat hij ontdekt werd en Leopold zette hem in het slot Dürnstein, in de buurt van Wenen, gevangen. Dit slot vormt nog steeds een romantisch silhouet boven de middeleeuwse stad. In Engeland deed het gerucht razendsnel de ronde: de koning, de held van de Kruistocht, was verdwenen. Twee abten gingen naar het keizerrijk om hem door middel van het kerkelijk netwerk op te speuren - want het nieuws verspreidde zich van klooster naar klooster, waar reizigers hun reis onderbraken. De legende wil dat de troubadour Blondel Richard in het kasteel Dürnstein hoorde zingen en met een lied dat hun beiden bekend was antwoordde. Maar keizer Hendrik VI, Leopolds leenheer en Richards vijand, hield Leeuwenhart nu gevangen in Duitsland. Richards moeder werkte aan zijn vrijlating. Zij schreef de paus teneinde zijn hulp in te roepen, en ondertekende haar brief met 'Eleanora koningin van Engeland, bij de wrake Gods'. Het losgeld werd tenslotte vastgesteld op het duizelingwekkende bedrag van 100.000 zilveren marken - hetgeen meer was dan de koning jaarlijks uit Engeland en Normandië ontving. Toen het tenslotte bij elkaar was gebracht, nam Eleanora, die nu over de 70 was en 'nog onvermoeibaar aan iedere onderneming begon', zelf het geld mee op haar reis de Rijn op naar het hof van de keizer te Spiers terwijl zij de schat met haar prestige beschermde. Richard werd bij zijn terugkomst in Engeland als een held verwelkomd, maar hij moest optreden tegen zijn trouweloze broer Jan, die met Filips had samengezworen. Hij vergaf het hem maar al te makkelijk. De verbeeldingskracht van het volk, dat in sommige opzichten vaak dichter bij de waarheid is dan de geschiedschrijvers, merkte de vermetelheid in beider karakters op, die een ontmoeting tussen Richard en Robin Hood passend maakte. Het was kenmerkend voor Richard dat hij toernooien - onder de regering van zijn vader nog verboden - in Engeland introduceerde; hij verleende een vergunning overigens slechts tegen een hoog bedrag. Gedurende de rest van zijn regering werd hij geplaagd door een tekort aan geld, en door het feit dat de Fransen voortdurend Normandië bedreigden. Boven alles wilde hij Filips gevangen nemen, om zo een groot losgeld te verkrijgen en zijn oude schulden te kunnen aflossen. Vermetele strooptochten en schermutselingen leverden niets op. Eens galoppeerde Filips, met Richard op zijn hielen, over de brug bij Gisors, die instortte, waardoor de Franse koning in het water viel. 'Hij slikte wat water', maar ontkwam. Filips verstevigde zijn greep op de weg door de vallei van de Seine tussen Parijs en de Normandische hoofdstad Rouaan. Richard besloot deze weg af te sluiten. Hoog boven een bocht in de rivier bouwde hij bij Les Andelys zijn opmerkelijke Château Gaillard. Hiervoor gebruikte hij al hetgeen hij geleerd had van zijn vaders kastelen en de kastelen die hij in Palestina had gezien. En hier daagde hij Filips uit.  Er kwam op een merkwaardig onbeduidende manier een einde aan het leven van Richard Leeuwenhart. Een boer, die in de buurt van Chalüs, in Aquitanië, aan het ploegen was, groef een gouden 'tafel' op, naar alle waarschijnlijkheid een Romeins schild, en enige goudstukken. Op grond van het leenrecht had de leenheer recht op een dergelijke vondst, maar de heer van Chalûs weigerde het te overhandigen en vluchtte toen Richard verscheen.  Het tussen eiken- en kastanjebossen gelegen Chalûs is maar weinig veranderd. De nauwe, bochtige Rue de Coeur-de-Lion voert naar het kasteel, en dorpelingen wijzen nog de heuveltjes aan de andere kant van de vallei aan, waar Richard zijn laatste kamp opsloeg. Het zou slechts een paar dagen hoeven duren om dit kleine kasteel tot overgave te dwingen. Toen Richard roekeloos, zonder zijn volle wapenrusting te dragen, dicht bij de muren reed, schoot een kruisboogschutter, die naar men zegt zichzelf met een braadpan beschermde, zijn pijl af. De koning hield stil om zijn bewondering over het schot uit te spreken, alvorens zijn schild op te heffen. De pijl raakte juist onder de nek zijn schouder. Toen Richard de pijl er uit trok, brak deze, waardoor de punt in de wond bleef zitten. Een operatie veroorzaakte ontstekingen. Het kasteel werd bestormd en de verdedigers allen opgehangen, met uitzondering van Bertran de Gourdon,die het - zo zou blijken dodelijke - schot had gelost. Toen hij voor Richard gevoerd werd beroemde hij zich op zijn verrichting: 'U vermoordde mijn vader en mijn twee broers, nu mag u wat voor martelingen dan ook voor mij bedenken.'Richard schonk de soldaat genade en 100 schellingen, het soort gebaar waar hij zo makkelijk toe kwam, tr. met Berengaria de Navarra. Uit dit huwelijk geen kinderen.
 


Roan Dion van Hunen
in
Kwartierstaat van Fred Spaans
Parenteel van Guillaume Chaudron.

Roan Dion van Hunen, geb. op 3 mei 2008.

 
  • Moeder:
    Eline van Hunen, dr. van Jan (Jan Jacob) van Hunen (leraar Griftlandcollege Soest) en Hannie (Johanna Margaretha) Chaudron (docente Nederlands Griftlandcollege, Soest), geb. in 1977,
    , studerend (1e graad geschiedenis), werkend (Inspectie van het Onderwijs), samenwonend/levend (Bram). En een oud maar een prachtig huis gekocht uit 1913 in het centrum van Utrecht. Dus partime timmerman (door bouwvakkers wel het bouwvrouwtje genoemd).
 


Claes Gerritsz Smit
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Claes Gerritsz Smit, ovl. in 1519.

tr.
met

Maritgen (Clementia) , ovl. in 1537.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meynsgen  †1517   


Maritgen
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Maritgen (Clementia) , ovl. in 1537.

tr.
met

Claes Gerritsz Smit, zn. van Gerrit smijt Claesz, ovl. in 1519.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meynsgen  †1517   


Jacob Pijnacker
Jacob Pijnacker, ged. Pijnacker op 5 mrt 1628.


Sybrand Cornelisz van Ruyven
Sybrand Cornelisz van Ruyven, geb. circa 1590,
, armenmeesters van Pijnacker (1638).

relatie
met

Maritgen Cornelisdr van Clapwijck, dr. van Cornelis Dircxz (bouwman in Clapwijck onder Pijnacker) en Maritgen Jans, geb. Pijnacker circa 1590.

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob~1628 Pijnacker    
Cornelis~1633 Pijnacker    


Maria van der Grient
Marijtje (Maria) van der Grient, geb. Strijen.

otr. Charlois op 26 feb 1763, tr. Strijen op 20 mrt 1763
met

Jan Joppe Stam, zn. van Job Jobsz Stam en Jannigje Jacobs van der Sluijs, ged. Wijngaarden op 1 jan 1734 (getuigen: Pieter Jacobsz. Versluis en Martijntje Pieters Versluis)


Geertje (Grietje) Stam
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Geertje (Grietje) Stam, ged. Wijngaarden op 27 mei 1736 (getuigen: Jacob Ariens van der Meijde en Geertje Pieters Visser).


Jannigje Stam
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Jannigje Stam, ged. Wijngaarden op 1 sep 1737 (getuigen: Pieter Joppe en Aaltje Meertens).


Jop Stam
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Jop Stam, ged. Wijngaarden op 12 apr 1739 (getuigen: Pieter Joppe Stam en Aaltje Cornelis van der Wal).


Jacob Stam
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Jacob Stam, ged. Wijngaarden op 12 apr 1739 (getuigen: Pieter Jacobs Versluijs en Aaltje Meertens).


Elisabeth Pieternella Brand
in
Parenteel van Heer Rudolphus von Hagenbeck.
Parenteel van Jan Jacobs.van der Velden

Elly (Elisabeth Pieternella) Brand, geb. Dubbeldam op 5 mrt 1960, verpleegkundige.

tr. Dordrecht op 20 jan 1993
met

Guus (August Carel) Eberstadt van der Velden, zn. van Herman Eberstadt van der Velden (technisch röntgen assistent) en Josephina Albertje Maria Akkermans, geb. Rotterdam op 9 mei 1961, roostermaker Hogeschool INHolland.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kelvin*1993 Dordrecht    
Celine*1995 Dordrecht    


Kelvin Daniel Eberstadt van der Velden
in
Parenteel van Heer Rudolphus von Hagenbeck.
Parenteel van Jan Jacobs.van der Velden

Kelvin Daniel Eberstadt van der Velden, geb. Dordrecht op 19 feb 1993.


Celine Isabeau Eberstadt van der Velden
in
Parenteel van Heer Rudolphus von Hagenbeck.
Parenteel van Jan Jacobs.van der Velden

Celine Isabeau Eberstadt van der Velden, geb. Dordrecht op 31 jul 1995.

tr.
met

Willem Passon, geb. Vught op 25 dec 1987.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mila*2021 Vught    


Siegfried I von Wittgenstein
in
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Siegfried I von Wittgenstein, geb. circa 1228, ovl. in 1287.

tr.
met

Ida van Arnsberg, dr. van Gottfried III von Arnsberg und von Rietberg en Adelheid von Blieskastell, geb. Arnsberg [Duitsland] circa 1235, ovl. aldaar in 1289.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Widekind III*1260  †1307  47


Jan III van Heusden van Drongelen
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Jan III van Heusden van Drongelen1, geb. Heusden circa 1250, ridder, heer van Dussen (Heer van Drongelen), ovl. Keulen [Duitsland] op 15 jan 1308 (1298).

tr. (1)
met

Adelissa Gillesdr van Kattendijk1, geb. in 1272, ovl. in 1294.

tr. (2) voor 1304
met

Ermgard van Horn-Cranendonk (Imgard van Horn), dr. van Willem I heer van Horn-Cranendonk en Catharina van Kessel, geb. circa 1270, vermeld 1298-1317.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia*1294  †1335  41
Jan V*1300  †1331  31

tr. (3) Keulen [Duitsland] circa 1290
met

Elisabeth van Mirlaer, dr. van Jacob II / I van Mierlaer en Alveradis van Kuyc, geb. in 1267, ovl. op 9 jan 1307.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Machtilde~1291 Pernis †1362  70
Willem     

relatie (4)

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacoba*1270 Heusden †1323  53



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 76)


Adelissa Gillesdr van Kattendijk
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Adelissa Gillesdr van Kattendijk1, geb. in 1272, ovl. in 1294.

tr.
met

Jan III van Heusden van Drongelen1, zn. van Jan II van Heusden en Margaretha , geb. Heusden circa 1250, ridder, heer van Dussen (Heer van Drongelen), ovl. Keulen [Duitsland] op 15 jan 1308 (1298), tr. (2) met Ermgard van Horn-Cranendonk. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (3) met Elisabeth van Mirlaer. Uit dit huwelijk 2 kinderen, relatie (3). Hij krijgt een dochter.

Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 76)


Ermgard van Horn-Cranendonk
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Ermgard van Horn-Cranendonk (Imgard van Horn), geb. circa 1270, vermeld 1298-1317.

tr. voor 1304
met

Jan III van Heusden van Drongelen1, zn. van Jan II van Heusden en Margaretha , geb. Heusden circa 1250, ridder, heer van Dussen (Heer van Drongelen), ovl. Keulen [Duitsland] op 15 jan 1308 (1298), tr. (1) met Adelissa Gillesdr van Kattendijk. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) Keulen [Duitsland] circa 1290 met Elisabeth van Mirlaer. Uit dit huwelijk 2 kinderen, relatie (3). Hij krijgt een dochter.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia*1294  †1335  41
Jan V*1300  †1331  31



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 76)


Ermengard van Mierlo
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Ermengard van Mierlo, geb. circa 1220, ovl. tussen 1245 en 1250,
, of Agnes van Wickenrode Ermegard van Mierlo was een dochter van Hendrik I van Rode van Rooverre en Margaretha van Cuijck. Met Engelbert had zij een zoon; Willem, geboren ca. 1245. Volgens enkele genealogieen op Internet hertrouwde Engelbert ca. 1250 met Catherina van Bentheim. Ermegard zal dan overleden zijn tussen 1245 en 1250.

tr.
met

Engelbert Willemsz van Horne van Ghoor van Cranendonck3, zn. van Wilhelm II van Horne en Margarethe "Widow of Wilhelm" von Montbéliard, geb. Horn in 1195 (tussen 1195 en 1195), ged. in 1200, in Cranendonk, ovl. Horn op 28 mei 1264,
, vermeld in 1245 abdij van Averboden Stamvader van de heren van Cranendonck; heer van Ghoor na 1219 en heer van Cranendonck en Eindhoven na 1242.
Engelbert van Horne was een zoon van Willem van Horne en Margaretha van Altena. Hij erfde van zijn oom, Dirk III van Altena bezittingen in de omgeving van Maarheeze. Vermoedelijk was hij jonger dan zijn broer Willem die Altena van hun oom erfde. Engelbert liet een kasteel bouwen tussen Maarheeze en Soerendonk. Het kasteel werd Cranendonck genoemd; "kraan" van kraanvogel en "donck" van heuvel.
Engelbert verwierf de voogdij over de kerkelijke goederen te Budel en van de abdij te Aken en wist deze rechten uit te breiden. Hij verkreeg vooral belangrijke rechten in Budel, zoals het aanstellen van schout en schepenen. Hiermee werd de basis gelegd voor de toevoeging van Budel aan Cranendonck, twee eeuwen later in 1421.
Engelbert was de stamvader van een zijtak van de heren van Horne; de heren van Cranendonk. Zijn zoon Willem was de eerste die zich heer van Cranendonck noemde en in de mannelijke lijn bleven het "de heren van Cranendonck". Nadat het huis in mannelijke lijn was uitgestorven gebruikten de nakomelingen in de vrouwelijke lijn nog steeds de naam, in verschillende spellingen.
In de meeste genealogieen wordt een huwelijk genoemd met Ermgard van Mierlo, dochter van Hendrik I van Rode van Rooverre en Margaretha van Cuijck. Ook wordt Catharina van Bentheim genoemd als echtgenote van Engelbert. Zij was een dochter van Boudewijn I graaf van Bentheim en Jutta van Limburg. Vermoedelijk is Ermegard voor 1250 overleden en Engelbert hertrouwt met Catherina. Engelbert zou met Ermegard een zoon hebben, Willem en met Catherina een tweede zoon, Daniel. In de regresten van het archief Roermond worden in 1283-1285 Willem en Daniel als broers vermeldt. Willem Engelbertszoon is dan vermoedelijk heer van Cranendonck. Daniel wordt daarna in 1306 genoemd als Daniel I van Ghoor.
De heerlijkheid Ghoor was in de 12e eeuw bezit van de heren van Loon (de Looz). Na 1200 heeft Willem van Loon de heerlijkheid volgens Keizer (p. 25 en 26) overgedaan aan de heer van Horn. Dit zal in eerste instantie Engelbertus IV zijn geweest. Na het overlijden van Engelbertus IV ca. 1219 zal de titel zijn overgegaan naar Engelbertus de stamvader van de Cranendoncktak. Daniel I van Ghoor erfde de titel heer van Ghoor van zijn vader. Zijn halfbroer Willem werd heer van Cranendonck en heer van Eindhoven.
Engelbert was namelijk ook heer van Eindhoven. Vermoedelijk erfde hij die titel van zijn oom Dirk III. Hardenberg zegt in zijn booekbespreking van "T. Klaversma, De heren van Cranendonk en Eindhoven" dat Klaversma terecht het ontstaan van de heerlijkheid Cranendonk uit het goederenbezit van de heren van Altena rond Eindhoven wil verklaren. Het lijkt er dan ook op dat Eindhoven als een onderdeel van Cranendonk kan worden gezien.
Deze Engelbert van Horne is een zoon van Willem van Horne (1170-voor 1196). Met zijn broer Willem komt hij na 1215 regelmatig voor in akten van zijn oom Dirk III van Altena. Dirk III van Altena had geen wettige opvolger en zag zijn neven, de zonen van zijn zus Margaretha als zijn erfgenamen. Volgens de regesten van het archief Roermond schenkt Dirk III van Altena in 1220 goederen aan het Duitshuis te Schelluinen (ten Westen van Gorinchem). Getuigen zijn dan Willen Engelbert van Horne. Aangenomen dat zij dan meerderjarig zijn, dan is een geboortejaar tussen 1195 en 1200 voor beide broers aannemelijk.
In de regesten van het archief van Roermond wordt Engelbert, zoon van Horn, heer van Ghoor (van 1212-1388) genoemd; nr. 174, 1212-1265 heren van Ghoor.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem I*1243 Maarheze †1285 Maarheze 42



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 84)
3.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 3)


Isolde Roelofsdr van Emmichoven
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Isolde Roelofsdr van Emmichoven, geb. Maarheeze circa 1305.

tr.
met

Diederik heer Cranendonk, zn. van Willem II van Horn van Cranendonk en Elisabeth von Stein, geb. Maarheze circa 1305, Heer van Cranendonck (1340-1342), ovl. op 13 jul 1343,
, Dirck, heer van Cranendonck (1340-1342), wordt vermeld op 22-07-1331 als Willem van Horne en vijf van zijn leenmannen, waaronder Dirck zelf en Emond van Emmichoven een verklaring afleggen. Dirck was mogelijk pastoor van Bindervelt, Limburg. Om het geslacht voor uitsterven te behoeden huwde
hij, met dispensatie, zijn nicht Aleid van Horne. Zij bleven echter kinderloos. Dirck had waarschijnlijk wel een zoon, Roelof, bij N.N, dochter van Roelof van Emmichoven, geboren rond
1260, vermeld op 10-02-1300. Op basis van het familiewapen, twee afgewende zalmen, vermoedt men dat het geslacht Van Emmichoven uit het geslacht Van Altena stamt.
In plaats van Diederik zou ook zijn broer Willem III de vader van Roelof van Emmichoven kunnen zijn, die was echter in 1340 al overleden en is daarmee minder waarschijnlijk.
De afbeelding toont het kasteel Cranendonck in de 17e eeuw. De Fransen bezetten het huis in 1672, en bij hun aftocht in 1673 bliezen zij het kasteel op, tr. (1) met Aleida van Horne. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Roelof*1330 Dordrecht †1388  58