Cees Hagenbeek
Jacob Cornelisz van Dijck
Jacob Cornelisz van Dijck, geb. circa 1570, ovl. Schipluiden op 15 aug 1652.

tr.
met

Maertgen Cornelisdr, geb. circa 1572, ovl. op 11 dec 1612.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1585  1652 de Lier 67



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), Schrijver: 196
2.Notariele akte Delft (Notar 009), Gemeentearchief Delft, Not. Archief Delft, Inventarisnr.: 1542, testament, Delft, 1614 (19 jul 1614 akte 44)

Maertgen Cornelisdr
Maertgen Cornelisdr, geb. circa 1572, ovl. op 11 dec 1612.

tr.
met

Jacob Cornelisz van Dijck, zn. van Cornelis Dircxz van der Eijck op de Clapwijck (bouwman in Clapwijck onder Pijnacker) en Maritgen Jansdr, geb. circa 1570, ovl. Schipluiden op 15 aug 1652.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1585  1652 de Lier 67


Jantje Mulder
Jantje Mulder, geb. Midwolda 1832 of 1833.

tr. Winschoten op 30 okt 1856
met

Petrus Albertus Dronrijp Uges, zn. van Uge Uges (procureur) en Sibijlla Dronrijp, geb. Winschoten op 3 okt 1820, deurwaarder, ovl. in jan 1890.


Geert Geerts Mulder
Geert Geerts Mulder.

tr.
met

Hilke Jans van Dijk.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jantje*1832 Midwolda    


Hilke Jans van Dijk
Hilke Jans van Dijk.

tr.
met

Geert Geerts Mulder.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jantje*1832 Midwolda    


Uge Uges
Uge Uges, geb. Eenrum of Den Hoorn op 26 nov 1786, procureur, ovl. Winschoten op 27 jun 1860.

  • Vader:
    Uge Jans, zn. van Jan Uges, geb. Eenrum, tr. Eenrum op 26 okt 1770 met

tr. Veendam op 1 feb 1809
met

Sibijlla Dronrijp, dr. van H.C.C. Dronrijp en Ettien Radijs, ged. Zuidbroek op 5 jan 1784.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petrus*1820 Winschoten 1890  69
Johannes*1820 Winschoten 1897 Gouda 76


Sibijlla Dronrijp
Sibijlla Dronrijp, ged. Zuidbroek op 5 jan 1784.

tr. Veendam op 1 feb 1809
met

Uge Uges, zn. van Uge Jans en Anje Freerks, geb. Eenrum of Den Hoorn op 26 nov 1786, procureur, ovl. Winschoten op 27 jun 1860.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petrus*1820 Winschoten 1890  69
Johannes*1820 Winschoten 1897 Gouda 76


Willem Elling
Willem Elling, geb. Roswinkel circa 1670, ovl. na 1730.

Willem Elling.
Willem Ellinge woont op het erf van zijn vader, die ook wel de "Hindriks plaats" werd genoemd. Hierdoor worden enige.
kin deren soms in akte's met het versteende patroniem Hindriks aangeduid, in andere gevallen hadden ze gewoon het patroniem Willems.

Etstoel 14. Dl 44, fol 213 vo, dd 12-7-1735.
Kwestie tussen Lambert Hindericks als erfgenaam van zijn vader Hinderick Lamberts Impt met uitpandinge hebbende geprocedeert over de vaste goederen en effecten van Geertruid Ellinge weduwe van wijlen Willem Ellinge tot Roswinkel in qlite als besittersche van den boedel van haar mans vader Hinderieck Ellinge, om daar uit betalinge te erl angen van 200 gld capitaal, heerkomstigh van een obligatie door wijlen Hindrik Ellinge van Hindrik Lamberts opgenomen, nevens interessen van dien _____ etc.

SP 72 II/141.
Willem Ellinge en Geertruid Ellinge te Roswinkel lenen 100 van de diaconie van Roswinkel. Ontvangen van Geert Jans en Roelof Binders als diakenen. .
Roswinkel, 6/5/1730.
Reg. 25/7/1754.

tr.
met

Geertruid Elling, begr. Roswinkel op 10 okt 1752.

Uit dit huwelijk 10 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hindrik*1720 Roswinkel    


Geertruid Elling
Geertruid Elling, begr. Roswinkel op 10 okt 1752.

tr.
met

Willem Elling, zn. van Hindrik Elling en Geesje , geb. Roswinkel circa 1670, ovl. na 1730.

Willem Elling.
Willem Ellinge woont op het erf van zijn vader, die ook wel de "Hindriks plaats" werd genoemd. Hierdoor worden enige.
kin deren soms in akte's met het versteende patroniem Hindriks aangeduid, in andere gevallen hadden ze gewoon het patroniem Willems.

Etstoel 14. Dl 44, fol 213 vo, dd 12-7-1735.
Kwestie tussen Lambert Hindericks als erfgenaam van zijn vader Hinderick Lamberts Impt met uitpandinge hebbende geprocedeert over de vaste goederen en effecten van Geertruid Ellinge weduwe van wijlen Willem Ellinge tot Roswinkel in qlite als besittersche van den boedel van haar mans vader Hinderieck Ellinge, om daar uit betalinge te erl angen van 200 gld capitaal, heerkomstigh van een obligatie door wijlen Hindrik Ellinge van Hindrik Lamberts opgenomen, nevens interessen van dien _____ etc.

SP 72 II/141.
Willem Ellinge en Geertruid Ellinge te Roswinkel lenen 100 van de diaconie van Roswinkel. Ontvangen van Geert Jans en Roelof Binders als diakenen. .
Roswinkel, 6/5/1730.
Reg. 25/7/1754.

Uit dit huwelijk 10 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hindrik*1720 Roswinkel    


Hindrik Elling
Hindrik Elling, geb. Roswinkel circa 1645.

Hindrik Elling.
Hindrik Ellinge woont op het erf van zijn vader, waarschijnlijk Willem Ellinck die in 1645, 1655 en 1672 genoemd wordt in het haarstedenregister met een vol erf. Hindrik is 1000, schuldig aan zijn broer Herman Ellinge voor vaderlijke en moederlijke erfparten.
Hindrik Ellinge en zijn vrouw lenen op 22-12-1706 1100 gulden van de weduwe van Willem Rosinge te Valthe, Roelofje Lussinge wegens vier handschriften, hierbij geannuleerd.
Gevolmachtigde van haar is Jan Rosinge. .
Op 8-11-1678 lenen Jacob Brandts en zijn vrouw Aaltien Kannegieter te Zweeloo 100 daalder van Hindrick Ellinge en zijn vrouw Geessien te Roswinkel. De lening is afkomstig van zal. Jan Sickinge en zijn vrouw Willem te Westdorp.

tr.
met

Geesje .

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1670 Roswinkel 1730  6010 


Geesje
Geesje .

tr.
met

Hindrik Elling, zn. van Willem Elling en Trijntje van Lennep, geb. Roswinkel circa 1645.

Hindrik Elling.
Hindrik Ellinge woont op het erf van zijn vader, waarschijnlijk Willem Ellinck die in 1645, 1655 en 1672 genoemd wordt in het haarstedenregister met een vol erf. Hindrik is 1000, schuldig aan zijn broer Herman Ellinge voor vaderlijke en moederlijke erfparten.
Hindrik Ellinge en zijn vrouw lenen op 22-12-1706 1100 gulden van de weduwe van Willem Rosinge te Valthe, Roelofje Lussinge wegens vier handschriften, hierbij geannuleerd.
Gevolmachtigde van haar is Jan Rosinge. .
Op 8-11-1678 lenen Jacob Brandts en zijn vrouw Aaltien Kannegieter te Zweeloo 100 daalder van Hindrick Ellinge en zijn vrouw Geessien te Roswinkel. De lening is afkomstig van zal. Jan Sickinge en zijn vrouw Willem te Westdorp.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1670 Roswinkel 1730  6010 


Willem Elling
Willem Elling, geb. Roswinkel circa 1610.

Willem Elling.
Willem Elling te Roswinkel is op 12-4-1630 eiser tegen Roelof Batting wegens een kwart waardeel te Weerdinge.  Op 4-10-1630 komt het geschil opnieuw voor. De eiser als erfgenaam van Albert Boelcken meent het kwart waardeel te kunnen opeisen. Verweerder bestrijdt dat de eiser erfgenaam van Albert Boelcken is.
Nader bewijs is nodig.  Op 13-6-1631 komt het geschil nogmaals voor . De eiser heeft een koopbrief d.d. 6-1-1563 waarin zijn bestevader Albert Boelken het gekocht zou hebben van Helprich Battinck. De eiser krijgt gelijk. Op 27101634 eist Willem Ellinge te Roswinkel betaling van 147 gulden van Roelof Quants. .
Grete Hachtinge, weduwe van Henrick Ellinge te Roswinkel met haar mondige zoon Harmen Ellinge en haar dochtersman Jan Albers en ook met de halfbroer en oom van haar onmondige kindere n maken op 27-10-1634 een accoord over de afkoop van de vaderlijke goederen met de kinderen van halfbroer Willem. .
Op 26-6-1639 is Willem Elling momber over het weeskind van wijlen Johan Lubbers te Roswinkel. .
Harmen Ellinck te Roswinkel voor zich en wegens zijn broer en zusters en hun moeder is op 23-5-1649 eiser tegen Trijntjen van Lennep, weduwe van Willem Ellinck. Volgens de eisers hebben zij bij de afkoop van hun vader en man resp. op 27-8-1635 te weinig ontvangen. Zij willen alsnog toegelaten worden tot de goederen van wijlen Hindrick Ellinge. Volgens verweerder is de afkoop goedgekeurd door mombers en de Etstoel op 27 10 1634.1634.

Berentjen Cnoops weduwe van Jan van Lennep en haar zoon Lucas van Lennep, geassisteerd door de schulte van Zweeloo zijn momber, Arnold Krull schulte te Dalen en Evert Warners schulte van Emmen, mombers van de kinderen van Melchior Krulls en Catharina van Lennep, Willem Ellinge en Berent Sickinge in qualite, erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep hebben een geschil over de huwelijkse voorwaarden van wijlen Jan van Lennep en Berentjen Cnoops van 23-9-1621, en de scheiding en deling van de nagelaten goederen.
Willem Ellinge voor zich, Arnold Krull en Evert Warners als mombers en voogden van de kinderen van wijlen Melchior Kruls en Catharina van Lennep zijn op 18-11-1645 eisers tegen Berentjen Cnoops weduwe Ja n van Lennep en consorten. Het betreft de erfenis van de goederen van wijlen Roelof van Lennep. De eisers remonstreren dat op de lotting d.d. 30-10-1644 tussen hun en de verweerder commissarissen zijn benoemd in een geschil betreffende de goederen van wijl en Roelof van Lennep. De andere partij zou de adminstratie hebben van de gehele nalatenschap. Eiser wil staat en inventaris. 16 Op 15-6-1646 krijgen de eisers in dit geschil gelijk. .
Harmen Ellinck te Roswinkel voor zich en wegens zijn broer en zusters en hun moeder is op 27-10-1634 eiser tegen Trijntjen van Lennep, weduwe van Willem Ellinck. Volgens de eisers hebben zij bij de afkoop van hun vader en man resp. op 27-8-1635 te weinig ontvangen. Zij willen alsnog toegelaten worden tot de goederen van wijlen Hindrick Ellinge. Volgens verweerder is de afkoop goedgekeurd door mombers en de Etstoel op 27-10-1634.1634.18 Uiteindelijk moet de verweerder 90 gulden betalen.

tr.
met

Trijntje van Lennep, dr. van Roelof van Lennep en Hindrikje Lepel, geb. circa 1595, ovl. circa 1646.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hindrik*1645 Roswinkel    


Trijntje van Lennep
Trijntje van Lennep, geb. circa 1595, ovl. circa 1646.

  • Vader:
    Roelof van Lennep, zn. van Willem van Lennep en NN Oskamp, geb. circa 1560, landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters
    Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft.
    Ten waer daen saecke, dat hie Roelef van Lennep tusschen dit ende den naesten lottinge
    konde vewijsen, dat die landen, so Helinge vader in wisselinge heft ontvangen, Albert Pieters
    Oskamp in eegendoem hebben to ebehoert, ende gene heren landen sinnen, dat sal hij
    hebben toe genieten". 34 Ook in 1604 heeft Geert Heling een geschil met Roelof van
    Lennep, ovl. circa 1640, tr. (2) voor 1590 met NN Sikking. Uit dit huwelijk 3 kinderen, tr. (1) voor 1611 met
 

tr.
met

Willem Elling, zn. van Hindrik Elling en NN Boelken, geb. Roswinkel circa 1610.

Willem Elling.
Willem Elling te Roswinkel is op 12-4-1630 eiser tegen Roelof Batting wegens een kwart waardeel te Weerdinge.  Op 4-10-1630 komt het geschil opnieuw voor. De eiser als erfgenaam van Albert Boelcken meent het kwart waardeel te kunnen opeisen. Verweerder bestrijdt dat de eiser erfgenaam van Albert Boelcken is.
Nader bewijs is nodig.  Op 13-6-1631 komt het geschil nogmaals voor . De eiser heeft een koopbrief d.d. 6-1-1563 waarin zijn bestevader Albert Boelken het gekocht zou hebben van Helprich Battinck. De eiser krijgt gelijk. Op 27101634 eist Willem Ellinge te Roswinkel betaling van 147 gulden van Roelof Quants. .
Grete Hachtinge, weduwe van Henrick Ellinge te Roswinkel met haar mondige zoon Harmen Ellinge en haar dochtersman Jan Albers en ook met de halfbroer en oom van haar onmondige kindere n maken op 27-10-1634 een accoord over de afkoop van de vaderlijke goederen met de kinderen van halfbroer Willem. .
Op 26-6-1639 is Willem Elling momber over het weeskind van wijlen Johan Lubbers te Roswinkel. .
Harmen Ellinck te Roswinkel voor zich en wegens zijn broer en zusters en hun moeder is op 23-5-1649 eiser tegen Trijntjen van Lennep, weduwe van Willem Ellinck. Volgens de eisers hebben zij bij de afkoop van hun vader en man resp. op 27-8-1635 te weinig ontvangen. Zij willen alsnog toegelaten worden tot de goederen van wijlen Hindrick Ellinge. Volgens verweerder is de afkoop goedgekeurd door mombers en de Etstoel op 27 10 1634.1634.

Berentjen Cnoops weduwe van Jan van Lennep en haar zoon Lucas van Lennep, geassisteerd door de schulte van Zweeloo zijn momber, Arnold Krull schulte te Dalen en Evert Warners schulte van Emmen, mombers van de kinderen van Melchior Krulls en Catharina van Lennep, Willem Ellinge en Berent Sickinge in qualite, erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep hebben een geschil over de huwelijkse voorwaarden van wijlen Jan van Lennep en Berentjen Cnoops van 23-9-1621, en de scheiding en deling van de nagelaten goederen.
Willem Ellinge voor zich, Arnold Krull en Evert Warners als mombers en voogden van de kinderen van wijlen Melchior Kruls en Catharina van Lennep zijn op 18-11-1645 eisers tegen Berentjen Cnoops weduwe Ja n van Lennep en consorten. Het betreft de erfenis van de goederen van wijlen Roelof van Lennep. De eisers remonstreren dat op de lotting d.d. 30-10-1644 tussen hun en de verweerder commissarissen zijn benoemd in een geschil betreffende de goederen van wijl en Roelof van Lennep. De andere partij zou de adminstratie hebben van de gehele nalatenschap. Eiser wil staat en inventaris. 16 Op 15-6-1646 krijgen de eisers in dit geschil gelijk. .
Harmen Ellinck te Roswinkel voor zich en wegens zijn broer en zusters en hun moeder is op 27-10-1634 eiser tegen Trijntjen van Lennep, weduwe van Willem Ellinck. Volgens de eisers hebben zij bij de afkoop van hun vader en man resp. op 27-8-1635 te weinig ontvangen. Zij willen alsnog toegelaten worden tot de goederen van wijlen Hindrick Ellinge. Volgens verweerder is de afkoop goedgekeurd door mombers en de Etstoel op 27-10-1634.1634.18 Uiteindelijk moet de verweerder 90 gulden betalen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hindrik*1645 Roswinkel    


Hindrik Elling
Hindrik Elling, geb. Roswinkel circa 1590.

Hindrik Elling.
Op 8-2-1612 is er sprake van een dufslag door Hindrik Ellinge aan Claas, de knecht vanHindrik Schoenmakers. .
Kerspel Roswinkel Besluiten Belastingen: 6 Stukken afkomstig van de pachter van (vermoedelijk) het "gesaeij" te Roswinkel, Willem Ellinge, 1612, 1614.

tr. (1)
met

NN Boelken, dr. van Albert Boelken en NN Schulten, geb. Roswinkel circa 1590.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1610 Roswinkel    

tr. (2)
met

Grietje Hachting, geb. circa 1580.

Uit dit huwelijk 2 kinderen.


NN Boelken
NN Boelken, geb. Roswinkel circa 1590.

  • Vader:
    Albert Boelken, geb. voor 1560, ovl. Roswinkel voor 1630, tr. met

tr.
met

Hindrik Elling, zn. van Willem Elling, geb. Roswinkel circa 1590, tr. (2) met Grietje Hachting. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Hindrik Elling.
Op 8-2-1612 is er sprake van een dufslag door Hindrik Ellinge aan Claas, de knecht vanHindrik Schoenmakers. .
Kerspel Roswinkel Besluiten Belastingen: 6 Stukken afkomstig van de pachter van (vermoedelijk) het "gesaeij" te Roswinkel, Willem Ellinge, 1612, 1614.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1610 Roswinkel    


Grietje Hachting
Grietje Hachting, geb. circa 1580.

tr.
met

Hindrik Elling, zn. van Willem Elling, geb. Roswinkel circa 1590.

Hindrik Elling.
Op 8-2-1612 is er sprake van een dufslag door Hindrik Ellinge aan Claas, de knecht vanHindrik Schoenmakers. .
Kerspel Roswinkel Besluiten Belastingen: 6 Stukken afkomstig van de pachter van (vermoedelijk) het "gesaeij" te Roswinkel, Willem Ellinge, 1612, 1614.

Uit dit huwelijk 2 kinderen.


Roelof van Lennep
 
Roelof van Lennep, geb. circa 1560, landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters
Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft.
Ten waer daen saecke, dat hie Roelef van Lennep tusschen dit ende den naesten lottinge
konde vewijsen, dat die landen, so Helinge vader in wisselinge heft ontvangen, Albert Pieters
Oskamp in eegendoem hebben to ebehoert, ende gene heren landen sinnen, dat sal hij
hebben toe genieten". 34 Ook in 1604 heeft Geert Heling een geschil met Roelof van
Lennep, ovl. circa 1640.


Roelof van Lennep.
Op 1-7-1586 hebben de buren van Wachtum een klacht tegen Albert Peters, Schinckel en Lennep.
Op 5-1-1593 is Roelof van Lennep een van de volmachten van Drenthe. Ook op .
30-4-1602 is hij ondertekenaar van een akte waarin hij trouw zweert aan de Staten Generaal en de hervormde religie. .
In 1597 heeft hij een geschil met Roelof de Mepsche. .
Op 3-3-1601 heeft Roelof van Lennep een timmerman "een wondinge gedaen". Hij wordt in 1601 ook als buur van Borger genoemd. .
In 1601 treed hij op namens Albert Pieters Oskamp. Even later komt het geschil opnieuw voor. Tusschen Roeleff van Lennep, wegen Albert Pieters Oskamp, ter eenre, ende Tonius van Dalen, ter ander sijden, wijsen drost ende 24 etten, nademael die compromis brieven niet sindt alleensluydende, oeck eenige ingelachte getuichnissen tegens het compromis is strydende, sollen pertien wederomme up nijde voer guede mannen haer reeckeninge binnen die tijt van drie weecken liquidieren ende indien mogelich sich in der frundtschap voer dieselve vergelucken; so niet, ten naesten lottinge voer den etstoel ehrschijnen, dal in der.
saecken geschien wat recht is. .
Op 22-2-1602 klaagt Egbert de Mepsche over Roelof van Lennep wegens het kappen van hout te Anderen.
In 1602 is er sprake van: "Tusschen Geerdt Helinge, ter eenre, ende Roeleff van Lennep, als erffgenamen van zeligen Albert Pieters, ter ander syden, wijsen drost ende 24 etten, dat Geerdt Helinge den buijrtuich vulgedaen heft; ende sal Roeleff van Lennep hem Helinge die landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters.
Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft.
Ten waer daen saecke, dat hie Roelef van Lennep tusschen dit ende den naesten lottinge konde vewijsen, dat die landen, so Helinge vader in wisselinge heft ontvangen, Albert Pieters Oskamp in eegendoem hebben to ebehoert, ende gene heren landen sinnen, dat sal hij hebben toe genieten". Ook in 1604 heeft Geert Heling een geschil met Roelof van Lennep. .
Roelef van Lennip wegens zijn huisvrouw is op 19-8 -1611 eiser tegen Hille Schoemakers, voor wie haar man en zoon verschenen. Het betreft het uitschelden van de verweerders van Hindrickien Lepels, de huisvrouw van Roelef van Lennip. .
Roelof van Lennep wordt genoemd te Borger in 1612 met een erf van 32 mud. .
Engelbert van Ensse is op 1-6-1618 eiser tegen Roelef van Lennep wegens de betaling van anderhalve schat tient rogge van een erf te Dalen. De eiser krijgt gelijk. .
Een Roelof van Lennep wordt in 1628 in de civiele zaken van Groningen genoemd als zoon van Willem.
Jan Lambarts te Odoorn is op 3-10-1625 eiser tegen Roelof van Lennep over goederen te Odoorn gelegen. .
Jan Oostinck is op 7-5-1627 eiser tegen Roelof van Lennep over het gebruik van een akker.
De partijen moeten vanwege de geringheid van de zaak zich in der minne schikken. .
Roloff van Lennep wegens zijn vrouw Hindrickjen, geassisteerd door Beernt Sickinge zijn op 21-4-1628 eisers tegen de gedeputeerden van de stad Groningen en Ommelanden, voor wie Johannes Sluiter. De eiser wil betaling van 29 mud rogge wegens 29 jaar achterstallige erfpacht wegens Huis inge erf te Ees, welke door verweerders wordt gebruikt. .
Bouwe Tijdens als volmacht of rechthebber van de gezamenlijke erfgenamen van wijlen Gerhart Warninck is op 4-10-1630 eiser tegen Roelof van Lennep over bet aling van een zeker `getimmer' te Gasselte, afkomstig van wijlen Jan van Dalen, dat bij verweerder in bezit is.
Warninck had op 1-9-1594 aan Jan van Dalen geld geleend. .
Roelof van Lennep is op 4-10-1630 eister te gen de jongste zoon van Jan Bloeminck, genaamd Jan Bloeminck. Deze zou Roelof uitgescholden hebben voor schapendief en houtdief. .
Wilbrant Olffen schulte te Buddingerwolde en Haakswolde en Jan van Craelen als mombers van Hinrick van Munster en genoemde Jan van Craelen voor zich eisen op 13-6-1631 van Roelof van Lennep betaling van 147 daalder 12 stuiver wegens gekochte landerijen. De eisers krijgen ongelijk. .
Jan Arens van Craloo als man en momber van zijn huisvrouw voor wie Wilbrant Olffen, schulte te Buddingewolde en Haakswolde is op 4-6-1632 eiser tegen Roelof van Lennep inzake van preferentie in geld van Rosentreders erve, toekomende aan Wouter Beerns. Er is sprake van Borger. Gaat naar volgende lotting. Op 15-10-1632 komt de zaak opnieuw voor de Etstoel. Het betreft penningen uitstaande onder de kopers van Rosentreders erf, die wijlen Wolter Beernts ten dele toekomen. De eiser denkt recht op preferentie te hebben op grond van een lening van 8-4-1628.
Albert Wifferinck raadsheer te Groningen is op 24-6-1633 eister tegen Johannes Sluiter, Roelof van Lennep en Jan Oostinck wegens betali ng van 23 mud rogge op Johannes Sluiter, 12 mud 6 spint op Roelof van Lennep en 8 mud 10 spint op Johan Oostinck uit hun landerijen te Borger. Het betreft het Rosentreders erf. De eiser krijgt gelijk. .
Egbert Wegmans is op 17-6-1640 eiser tegen de markegenoten van Dalen over een vierendeel waardeel van Claas Ottes plaats. Eiser denkt recht hierop te hebben op grond van een vierendeel  waardeel van Claas Ottes plaats. Eiser denkt recht hierop te hebben op grond van een koopbrief van 1608. Volgens de verweerders is dit hetzelfde waardeel waar ook Roelof van Lennep aanspraak op maakt. .
Roelof van Lennep wil op 8-12-1640 hooi terug uit Grimminge van Jan Hiddinge te Wachtum en zijn meijer Hinrick Bus. .
Beerntjen Cnoops weduwe Jan van Lennep en haar zoon Lucas van Lennep, geassisteerd door de schulte van Zweeloo zijn momber, Arnold Krull schulte te Dalen en Evert Warners schulte van Emmen, mombers van de kinderen van Melchior Krulls en Catharina van Lennep, Willem Ellinge en Berent Sickinge in qualite, erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep hebben op 30-10-1644 een geschil over de huwelijkse voorwaarden van wijlen Jan van Lennep en Beerentjen Cnoops van 23-9-1621 en de scheiding en deling van de nagelatengoederen. .
Roeloff van Lennep is op 18-1-1643 eiser tegen Hinrick Hovinge te Dalen wegens de betaling van 160 daalder wegens een accoord van 7-8-1639 betreffende het afzien van het recht tot naarkoop van goederen en tienden door Andries Schinckels, Sijbe Tsjabbes en Tjabbe Schinkels aan de verweerder en Johan Hiddinge te Wachtum verkocht. .
Jan Pieters Ossencamp voor zich en zijn broers verzoeken om in hun geschil met erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep zelf "rechtens te willen blijven".52 .
Jan van Lennep, Eemke van Lennep en Albert van Lennep, broers, verzoeken om goedkeuring van een accoord tussen hun en Lucas van Lennep van 10-7-1649 betreffende de erfenis van Albert Pieters Ossenkamp, en de goederen afkomstig van de Schinckels, en de goederen van wijlen Willem van Lennep en zijn huisvrouw te Coevorden, Dalen en Borger. .
Jan Engelbert Backer burger te Groningen wil op 23-6-1645 betaling van 155 gulden rente van de erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep voor wie Willem Harckinge als volmacht. De eiser krijgt gelijk.

tr. (1) voor 1611
met

Hindrikje Lepel, dr. van Jan Lepel, geb. circa 1555, tr. (2) voor 1590 met NN Sikking. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntje*1595  1646  51

tr. (2) voor 1590
met

NN Sikking.

Uit dit huwelijk 3 kinderen.


Hindrikje Lepel
Hindrikje Lepel, geb. circa 1555.

tr. (1) voor 1611
met

Roelof van Lennep, zn. van Willem van Lennep en NN Oskamp, geb. circa 1560, landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters
Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft.
Ten waer daen saecke, dat hie Roelef van Lennep tusschen dit ende den naesten lottinge
konde vewijsen, dat die landen, so Helinge vader in wisselinge heft ontvangen, Albert Pieters
Oskamp in eegendoem hebben to ebehoert, ende gene heren landen sinnen, dat sal hij
hebben toe genieten". 34 Ook in 1604 heeft Geert Heling een geschil met Roelof van
Lennep, ovl. circa 1640, tr. (2) met NN Sikking. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

 


Roelof van Lennep.
Op 1-7-1586 hebben de buren van Wachtum een klacht tegen Albert Peters, Schinckel en Lennep.
Op 5-1-1593 is Roelof van Lennep een van de volmachten van Drenthe. Ook op .
30-4-1602 is hij ondertekenaar van een akte waarin hij trouw zweert aan de Staten Generaal en de hervormde religie. .
In 1597 heeft hij een geschil met Roelof de Mepsche. .
Op 3-3-1601 heeft Roelof van Lennep een timmerman "een wondinge gedaen". Hij wordt in 1601 ook als buur van Borger genoemd. .
In 1601 treed hij op namens Albert Pieters Oskamp. Even later komt het geschil opnieuw voor. Tusschen Roeleff van Lennep, wegen Albert Pieters Oskamp, ter eenre, ende Tonius van Dalen, ter ander sijden, wijsen drost ende 24 etten, nademael die compromis brieven niet sindt alleensluydende, oeck eenige ingelachte getuichnissen tegens het compromis is strydende, sollen pertien wederomme up nijde voer guede mannen haer reeckeninge binnen die tijt van drie weecken liquidieren ende indien mogelich sich in der frundtschap voer dieselve vergelucken; so niet, ten naesten lottinge voer den etstoel ehrschijnen, dal in der.
saecken geschien wat recht is. .
Op 22-2-1602 klaagt Egbert de Mepsche over Roelof van Lennep wegens het kappen van hout te Anderen.
In 1602 is er sprake van: "Tusschen Geerdt Helinge, ter eenre, ende Roeleff van Lennep, als erffgenamen van zeligen Albert Pieters, ter ander syden, wijsen drost ende 24 etten, dat Geerdt Helinge den buijrtuich vulgedaen heft; ende sal Roeleff van Lennep hem Helinge die landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters.
Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft.
Ten waer daen saecke, dat hie Roelef van Lennep tusschen dit ende den naesten lottinge konde vewijsen, dat die landen, so Helinge vader in wisselinge heft ontvangen, Albert Pieters Oskamp in eegendoem hebben to ebehoert, ende gene heren landen sinnen, dat sal hij hebben toe genieten". Ook in 1604 heeft Geert Heling een geschil met Roelof van Lennep. .
Roelef van Lennip wegens zijn huisvrouw is op 19-8 -1611 eiser tegen Hille Schoemakers, voor wie haar man en zoon verschenen. Het betreft het uitschelden van de verweerders van Hindrickien Lepels, de huisvrouw van Roelef van Lennip. .
Roelof van Lennep wordt genoemd te Borger in 1612 met een erf van 32 mud. .
Engelbert van Ensse is op 1-6-1618 eiser tegen Roelef van Lennep wegens de betaling van anderhalve schat tient rogge van een erf te Dalen. De eiser krijgt gelijk. .
Een Roelof van Lennep wordt in 1628 in de civiele zaken van Groningen genoemd als zoon van Willem.
Jan Lambarts te Odoorn is op 3-10-1625 eiser tegen Roelof van Lennep over goederen te Odoorn gelegen. .
Jan Oostinck is op 7-5-1627 eiser tegen Roelof van Lennep over het gebruik van een akker.
De partijen moeten vanwege de geringheid van de zaak zich in der minne schikken. .
Roloff van Lennep wegens zijn vrouw Hindrickjen, geassisteerd door Beernt Sickinge zijn op 21-4-1628 eisers tegen de gedeputeerden van de stad Groningen en Ommelanden, voor wie Johannes Sluiter. De eiser wil betaling van 29 mud rogge wegens 29 jaar achterstallige erfpacht wegens Huis inge erf te Ees, welke door verweerders wordt gebruikt. .
Bouwe Tijdens als volmacht of rechthebber van de gezamenlijke erfgenamen van wijlen Gerhart Warninck is op 4-10-1630 eiser tegen Roelof van Lennep over bet aling van een zeker `getimmer' te Gasselte, afkomstig van wijlen Jan van Dalen, dat bij verweerder in bezit is.
Warninck had op 1-9-1594 aan Jan van Dalen geld geleend. .
Roelof van Lennep is op 4-10-1630 eister te gen de jongste zoon van Jan Bloeminck, genaamd Jan Bloeminck. Deze zou Roelof uitgescholden hebben voor schapendief en houtdief. .
Wilbrant Olffen schulte te Buddingerwolde en Haakswolde en Jan van Craelen als mombers van Hinrick van Munster en genoemde Jan van Craelen voor zich eisen op 13-6-1631 van Roelof van Lennep betaling van 147 daalder 12 stuiver wegens gekochte landerijen. De eisers krijgen ongelijk. .
Jan Arens van Craloo als man en momber van zijn huisvrouw voor wie Wilbrant Olffen, schulte te Buddingewolde en Haakswolde is op 4-6-1632 eiser tegen Roelof van Lennep inzake van preferentie in geld van Rosentreders erve, toekomende aan Wouter Beerns. Er is sprake van Borger. Gaat naar volgende lotting. Op 15-10-1632 komt de zaak opnieuw voor de Etstoel. Het betreft penningen uitstaande onder de kopers van Rosentreders erf, die wijlen Wolter Beernts ten dele toekomen. De eiser denkt recht op preferentie te hebben op grond van een lening van 8-4-1628.
Albert Wifferinck raadsheer te Groningen is op 24-6-1633 eister tegen Johannes Sluiter, Roelof van Lennep en Jan Oostinck wegens betali ng van 23 mud rogge op Johannes Sluiter, 12 mud 6 spint op Roelof van Lennep en 8 mud 10 spint op Johan Oostinck uit hun landerijen te Borger. Het betreft het Rosentreders erf. De eiser krijgt gelijk. .
Egbert Wegmans is op 17-6-1640 eiser tegen de markegenoten van Dalen over een vierendeel waardeel van Claas Ottes plaats. Eiser denkt recht hierop te hebben op grond van een vierendeel  waardeel van Claas Ottes plaats. Eiser denkt recht hierop te hebben op grond van een koopbrief van 1608. Volgens de verweerders is dit hetzelfde waardeel waar ook Roelof van Lennep aanspraak op maakt. .
Roelof van Lennep wil op 8-12-1640 hooi terug uit Grimminge van Jan Hiddinge te Wachtum en zijn meijer Hinrick Bus. .
Beerntjen Cnoops weduwe Jan van Lennep en haar zoon Lucas van Lennep, geassisteerd door de schulte van Zweeloo zijn momber, Arnold Krull schulte te Dalen en Evert Warners schulte van Emmen, mombers van de kinderen van Melchior Krulls en Catharina van Lennep, Willem Ellinge en Berent Sickinge in qualite, erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep hebben op 30-10-1644 een geschil over de huwelijkse voorwaarden van wijlen Jan van Lennep en Beerentjen Cnoops van 23-9-1621 en de scheiding en deling van de nagelatengoederen. .
Roeloff van Lennep is op 18-1-1643 eiser tegen Hinrick Hovinge te Dalen wegens de betaling van 160 daalder wegens een accoord van 7-8-1639 betreffende het afzien van het recht tot naarkoop van goederen en tienden door Andries Schinckels, Sijbe Tsjabbes en Tjabbe Schinkels aan de verweerder en Johan Hiddinge te Wachtum verkocht. .
Jan Pieters Ossencamp voor zich en zijn broers verzoeken om in hun geschil met erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep zelf "rechtens te willen blijven".52 .
Jan van Lennep, Eemke van Lennep en Albert van Lennep, broers, verzoeken om goedkeuring van een accoord tussen hun en Lucas van Lennep van 10-7-1649 betreffende de erfenis van Albert Pieters Ossenkamp, en de goederen afkomstig van de Schinckels, en de goederen van wijlen Willem van Lennep en zijn huisvrouw te Coevorden, Dalen en Borger. .
Jan Engelbert Backer burger te Groningen wil op 23-6-1645 betaling van 155 gulden rente van de erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep voor wie Willem Harckinge als volmacht. De eiser krijgt gelijk.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntje*1595  1646  51

tr. (2) voor 1590
met

NN Sikking.

Uit dit huwelijk 3 kinderen.


NN Sikking
NN Sikking.

tr. voor 1590
met

Roelof van Lennep, zn. van Willem van Lennep en NN Oskamp, geb. circa 1560, landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters
Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft.
Ten waer daen saecke, dat hie Roelef van Lennep tusschen dit ende den naesten lottinge
konde vewijsen, dat die landen, so Helinge vader in wisselinge heft ontvangen, Albert Pieters
Oskamp in eegendoem hebben to ebehoert, ende gene heren landen sinnen, dat sal hij
hebben toe genieten". 34 Ook in 1604 heeft Geert Heling een geschil met Roelof van
Lennep, ovl. circa 1640.

 


Roelof van Lennep.
Op 1-7-1586 hebben de buren van Wachtum een klacht tegen Albert Peters, Schinckel en Lennep.
Op 5-1-1593 is Roelof van Lennep een van de volmachten van Drenthe. Ook op .
30-4-1602 is hij ondertekenaar van een akte waarin hij trouw zweert aan de Staten Generaal en de hervormde religie. .
In 1597 heeft hij een geschil met Roelof de Mepsche. .
Op 3-3-1601 heeft Roelof van Lennep een timmerman "een wondinge gedaen". Hij wordt in 1601 ook als buur van Borger genoemd. .
In 1601 treed hij op namens Albert Pieters Oskamp. Even later komt het geschil opnieuw voor. Tusschen Roeleff van Lennep, wegen Albert Pieters Oskamp, ter eenre, ende Tonius van Dalen, ter ander sijden, wijsen drost ende 24 etten, nademael die compromis brieven niet sindt alleensluydende, oeck eenige ingelachte getuichnissen tegens het compromis is strydende, sollen pertien wederomme up nijde voer guede mannen haer reeckeninge binnen die tijt van drie weecken liquidieren ende indien mogelich sich in der frundtschap voer dieselve vergelucken; so niet, ten naesten lottinge voer den etstoel ehrschijnen, dal in der.
saecken geschien wat recht is. .
Op 22-2-1602 klaagt Egbert de Mepsche over Roelof van Lennep wegens het kappen van hout te Anderen.
In 1602 is er sprake van: "Tusschen Geerdt Helinge, ter eenre, ende Roeleff van Lennep, als erffgenamen van zeligen Albert Pieters, ter ander syden, wijsen drost ende 24 etten, dat Geerdt Helinge den buijrtuich vulgedaen heft; ende sal Roeleff van Lennep hem Helinge die landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters.
Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft landen weder laten volgen, so hij Albert Pieters Oskamp tegens Helinge vader verwisselt heft.
Ten waer daen saecke, dat hie Roelef van Lennep tusschen dit ende den naesten lottinge konde vewijsen, dat die landen, so Helinge vader in wisselinge heft ontvangen, Albert Pieters Oskamp in eegendoem hebben to ebehoert, ende gene heren landen sinnen, dat sal hij hebben toe genieten". Ook in 1604 heeft Geert Heling een geschil met Roelof van Lennep. .
Roelef van Lennip wegens zijn huisvrouw is op 19-8 -1611 eiser tegen Hille Schoemakers, voor wie haar man en zoon verschenen. Het betreft het uitschelden van de verweerders van Hindrickien Lepels, de huisvrouw van Roelef van Lennip. .
Roelof van Lennep wordt genoemd te Borger in 1612 met een erf van 32 mud. .
Engelbert van Ensse is op 1-6-1618 eiser tegen Roelef van Lennep wegens de betaling van anderhalve schat tient rogge van een erf te Dalen. De eiser krijgt gelijk. .
Een Roelof van Lennep wordt in 1628 in de civiele zaken van Groningen genoemd als zoon van Willem.
Jan Lambarts te Odoorn is op 3-10-1625 eiser tegen Roelof van Lennep over goederen te Odoorn gelegen. .
Jan Oostinck is op 7-5-1627 eiser tegen Roelof van Lennep over het gebruik van een akker.
De partijen moeten vanwege de geringheid van de zaak zich in der minne schikken. .
Roloff van Lennep wegens zijn vrouw Hindrickjen, geassisteerd door Beernt Sickinge zijn op 21-4-1628 eisers tegen de gedeputeerden van de stad Groningen en Ommelanden, voor wie Johannes Sluiter. De eiser wil betaling van 29 mud rogge wegens 29 jaar achterstallige erfpacht wegens Huis inge erf te Ees, welke door verweerders wordt gebruikt. .
Bouwe Tijdens als volmacht of rechthebber van de gezamenlijke erfgenamen van wijlen Gerhart Warninck is op 4-10-1630 eiser tegen Roelof van Lennep over bet aling van een zeker `getimmer' te Gasselte, afkomstig van wijlen Jan van Dalen, dat bij verweerder in bezit is.
Warninck had op 1-9-1594 aan Jan van Dalen geld geleend. .
Roelof van Lennep is op 4-10-1630 eister te gen de jongste zoon van Jan Bloeminck, genaamd Jan Bloeminck. Deze zou Roelof uitgescholden hebben voor schapendief en houtdief. .
Wilbrant Olffen schulte te Buddingerwolde en Haakswolde en Jan van Craelen als mombers van Hinrick van Munster en genoemde Jan van Craelen voor zich eisen op 13-6-1631 van Roelof van Lennep betaling van 147 daalder 12 stuiver wegens gekochte landerijen. De eisers krijgen ongelijk. .
Jan Arens van Craloo als man en momber van zijn huisvrouw voor wie Wilbrant Olffen, schulte te Buddingewolde en Haakswolde is op 4-6-1632 eiser tegen Roelof van Lennep inzake van preferentie in geld van Rosentreders erve, toekomende aan Wouter Beerns. Er is sprake van Borger. Gaat naar volgende lotting. Op 15-10-1632 komt de zaak opnieuw voor de Etstoel. Het betreft penningen uitstaande onder de kopers van Rosentreders erf, die wijlen Wolter Beernts ten dele toekomen. De eiser denkt recht op preferentie te hebben op grond van een lening van 8-4-1628.
Albert Wifferinck raadsheer te Groningen is op 24-6-1633 eister tegen Johannes Sluiter, Roelof van Lennep en Jan Oostinck wegens betali ng van 23 mud rogge op Johannes Sluiter, 12 mud 6 spint op Roelof van Lennep en 8 mud 10 spint op Johan Oostinck uit hun landerijen te Borger. Het betreft het Rosentreders erf. De eiser krijgt gelijk. .
Egbert Wegmans is op 17-6-1640 eiser tegen de markegenoten van Dalen over een vierendeel waardeel van Claas Ottes plaats. Eiser denkt recht hierop te hebben op grond van een vierendeel  waardeel van Claas Ottes plaats. Eiser denkt recht hierop te hebben op grond van een koopbrief van 1608. Volgens de verweerders is dit hetzelfde waardeel waar ook Roelof van Lennep aanspraak op maakt. .
Roelof van Lennep wil op 8-12-1640 hooi terug uit Grimminge van Jan Hiddinge te Wachtum en zijn meijer Hinrick Bus. .
Beerntjen Cnoops weduwe Jan van Lennep en haar zoon Lucas van Lennep, geassisteerd door de schulte van Zweeloo zijn momber, Arnold Krull schulte te Dalen en Evert Warners schulte van Emmen, mombers van de kinderen van Melchior Krulls en Catharina van Lennep, Willem Ellinge en Berent Sickinge in qualite, erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep hebben op 30-10-1644 een geschil over de huwelijkse voorwaarden van wijlen Jan van Lennep en Beerentjen Cnoops van 23-9-1621 en de scheiding en deling van de nagelatengoederen. .
Roeloff van Lennep is op 18-1-1643 eiser tegen Hinrick Hovinge te Dalen wegens de betaling van 160 daalder wegens een accoord van 7-8-1639 betreffende het afzien van het recht tot naarkoop van goederen en tienden door Andries Schinckels, Sijbe Tsjabbes en Tjabbe Schinkels aan de verweerder en Johan Hiddinge te Wachtum verkocht. .
Jan Pieters Ossencamp voor zich en zijn broers verzoeken om in hun geschil met erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep zelf "rechtens te willen blijven".52 .
Jan van Lennep, Eemke van Lennep en Albert van Lennep, broers, verzoeken om goedkeuring van een accoord tussen hun en Lucas van Lennep van 10-7-1649 betreffende de erfenis van Albert Pieters Ossenkamp, en de goederen afkomstig van de Schinckels, en de goederen van wijlen Willem van Lennep en zijn huisvrouw te Coevorden, Dalen en Borger. .
Jan Engelbert Backer burger te Groningen wil op 23-6-1645 betaling van 155 gulden rente van de erfgenamen van wijlen Roelof van Lennep voor wie Willem Harckinge als volmacht. De eiser krijgt gelijk.

Uit dit huwelijk 3 kinderen.


Willem van Lennep
Willem van Lennep, geb. voor 1535.

Willem van Lennep.
filiatie niet bewezen.

Zijn afstamming van Roelof is niet zeker!. Aangenomen op grond van zijn bezit te Coevorden, waarschijnlijk afkomstig  van het rentmeesterschap van zijn voorouders.
Op 20-3-1572 hebben de buren van Wachtum een geschil met de buren van Dalen en Willem van Lennip. .
Op 18-4-1572 is er een geschil tussen Willem van Lennip en Geert schilt over het onderhoud van de Louwenborchsen ruiteren ruiteren.
Op 18-3-1574 heeft Willem van Lennip een geschil met Grete Fluggen over een koe. .
Op 24-3-1575 heeft Willem van Lennip een geschil met Berent Schutte over het gebruik van land te Dalen Dalen.
In 1577 wordt hij aangeklaagd wegens een "mesbote" aan Jan Weggemans.
Op 21-31578 heeft hij een geschil met Frede rick ten Vlieghuis betreffende een betaling.

Een Willem van Lennep is drost ambtsverwalter te Wedde in 1581.

tr.
met

NN Oskamp, dr. van Albert Pieters Oskamp (schulte Borger Gasselte 1550-1585) en Catharina Schinkels, geb. circa 1540.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Roelof*1560  1640  80