Cees Hagenbeek
Moalda Kinniksdotter
Moalda Kinniksdotter, geb. Jutland [Denemarken] circa 594.

tr.
met

Halfdan III Haraldsson av Roeskilde, zn. van Valldar av Roeskilde en Hildur Heidreksdotter, koning van Zweden.

Halfdan III Haraldsson av Roeskilde.
vermeld 590-650, geboren in Jutland.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ivarr  †750   


Hildur Heidreksdotter
Hildur Heidreksdotter.

tr.
met

Valldar av Roeskilde, zn. van Hroar av Roeskilde.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Halfdan III     


Jeanne de Beaumont
Jeanne Comtesse de Beaumont, geb. in 1323, d'Avesnes, Gräfin v.Soissons, Dame de Dargies et de Chimay, Johanna van Holland, ovl. na 15 dec 1350.

tr.
met

Louis I de Chatillon de Blois et de Dunois Seigneur d'Avesnes de Guise de Trelon et de Dreux, zn. van Guy I Comte de Chatillon de Blois et de Dunois Seigneur d'Avesnes de Guise de Trelon et de Dreux (graaf van Blois) en Margaretha van Valois, ovl. Crecy [Frankrijk] op 26 aug 1346.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean  †1379 Schoonhoven  


Herbastus uit Denemarken
Herbastus uit Denemarken (Herbastus de V Crépon Arque), geb. Arque [Frankrijk] vermoedelijk 930, ovl. vermoedelijk 980.

tr. (1)
met

Gyrithe (Gunnhild) Olafsdottir (Olafsdotter), dr. van Olof Konung av Sverige (koning van Zweden) en Ingeberg Thrandsdotter de Sula (koningin van Zweden), geb. Zweden [Zweden] circa 930, koningin van Denemarken, ovl. in dec 1002.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gunnor*945 Rouen (F) †1031 Fécamp [Frankrijk] 86
Herbastus*944 Arque [Frankrijk]  Longueville [Frankrijk]  
Duvelina     
Senfria     
Wevia     



Wevia uit Denemarken
Wevia uit Denemarken.


Aaltje Cornelisdr Verhoeck
Aaltje Cornelisdr Verhoeck.

tr. Schipluiden op 11 jan 1642
met

Cornelis Cornelis Corpershoek, zn. van Cornelis Ockersz (van Corpershouck) (korenmolenaar te Delft op de Rietveldse korenmolen) en Annetje Jacobsdr van der Hoof, bouwman, schepen.


Meginhard Graaf van Hamalant, der Friesen
Meginhard hertog Graaf van Hamalant, der Friesen, ovl. op 15 mrt 898.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerberga     


Wichmann der Vlaanderen graaf van Hamalant
Wichmann der Vlaanderen graaf van Hamalant, graaf in Hamalant 885, ovl. in 881.

tr.
met

Evesa .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meginhard  †898   


Dirk/Dietrich in Westsachsen
Dirk/Dietrich in Westsachsen, voogd van Paderborn, ovl. na 17 apr 1015.


Meinwerk van Paderborn
Meinwerk (Meincwerc) bisschop van Paderborn, geb. circa 975, bisschop van 1009-1036, ovl. op 5 jun 1036.

Meinwerk bisschop van Paderborn.
erzogen zu Hildesheim, in der königl. Kanzlei, 1009 Bischof v.Paderborn, 1015 Stiftung des Klosters Abdinghof.


Evesa
Evesa .

tr.
met

Wichmann der Vlaanderen graaf van Hamalant, graaf in Hamalant 885, ovl. in 881.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meginhard  †898   


Frederik van Egmond graaf van Buren
Frederik van Egmond graaf van Buren1, geb. circa 1440, Heer van Cranendonk, ovl. in 1521.

Frederik van Egmond graaf van Buren.
hij kreeg in 1472 de heerlijkheid Buren van zijn oom Arnold, hertog van Gelre, ter vergoeding van de te zijnen behoeve gemaakte onkosten. Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Reeds in 1462 (Dinxdag na Sint Lourens) stond Willem van Egmond aan zijn tweede zoon Frederik onder zekere voorwaarden de heerlijkheid IJsselstein af (Busken Huet en Van Veen, pag. 95; Dek, pag. 104). Hij erfde in 1483 van zijn vader de heerlijkheden IJsselstein en Leerdam. Hij was een krachtige steun van Keizer Maximiliaan, die hem op 24 juni 1498 verhief tot graaf van Buren en Leerdam (Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Hij volgde met zijn broeder Jan zijn vader in diens Gelderse politiek en was, evenals deze beiden, de.
Kabeljauwse partij toegedaan, zodat hij ruimschoots zijn aandeel had aan de krijgsbedrijven van het zo woelige einde van de 15e eeuw. Hij speelde een grote rol in de Gelderse, Utrechtse en Friese oorlogen. In 1470 komt hij het eerst op het toneel, wanneer hij een zoen maakt met de burgers van de stad Utrecht, die IJsselstein hadden aangevallen. Bij het beleg van Neuss (1474), dat hij met zijn broeder Jan bijwoonde, verkreeg hij de riddertitel. Hij was in 1477, evenals zijn beide broeders, als kamerheer lid van de hofhouding van Maximiliaan van Oostenrijk. Om zijn vader steun te verlenen trachtte hij Nijmegen op diens hand te krijgen; hij viel echter op 21 april 1478 in handen van de stad en werd, met zijn broeder Willem en zijn bastaardbroeder Nicolaas, drie jaar op het Valkhof gevangen gehouden. Hieruit ontslagen vond hij de stad Utrecht, ondersteund door de heer van Montfoort en de Hoeken, in strijd met haar bisschop David van Bourgondië, wiens partij hij, als Kabeljauw, koos. Gedurende de schier eindeloze krijgstochten, waarvan tijdens deze twisten Holland en het Sticht het toneel waren, trad heer Frederik vaak op de voorgrond, te meer waar IJsselstein herhaaldelijk (oa. in 1482) van Utrechtse aanvallen te lijden had. Hij en zijn broeder Willem behoorden onder de 'kapiteinen' van de bisschoppelijke krijgsmacht. Frederik, die het huis te Eembrugge bezet en versterkt had, moest de verdediging hiervan op 17-09-1481 opgeven en oorlogde daarna voor Utrecht en Amersfoort. Twee jaar later, in 1483, verdedigde hij, als bevelhebber, voor de bisschop Wijk bij Duurstede en was nog dat zelfde jaar met zijn broeder Jan een der aanvoerders van de troepen, die onder bevel van Maximiliaan Utrecht belegerden. Na een beleg van drie maanden viel de stad op 31-08-1483 in hun handen en kon bisschop David, die door zijn tegenstanders gevangen werd gehouden, zijn zetel weer innemen. De vete met Utrecht was voor heer Frederik daarmee echter nog lang niet geëindigd. Nog in 1491 deed hij,.
met zijn zoon Floris, een vergeefse poging om de stad in te nemen en eerst twee jaar later kwam een voorlopige vrede tot stand. In de oorlogen, die de Bourgondiërs met de hertog van Gelre voerden, hield hij de partij van de eersten. In 1497 brandschatte hij de Tielerwaard, wat de Geldersen hem betaald zetten met de inname van Leerdam. Nog verscheidene jaren duurde deze oorlog voort, maar heer Frederik werd wat ouder en op het krijgstoneel meer en meer vervangen door zijn zoon Floris. Heer Frederik had de bijnaam 'Schele Gijs'. Op het gemeentehuis van St. Maartensdijk is nog een geschilderd portret van hem aanwezig.

  • Vader:
    Willem IV/VI (Willem IV Jansz) heer van Egmond1,2, zn. van Jan graaf van Egmond en Maria van Arkel, geb. Egmond aan den Hoef op 26 jan 1412 (26 1413), zu Leerdam, Schoonderwoerd und Haastrecht, 1451 Herr v.IJsselstein, ovl. Grave Kasteel van Grave op 19 okt 1483 (19 jan 1483), begr. aldaar, tr. (1) op 22 jan 1437 met

tr. (1) in 1471
met

Aleida van Culemburgh, dr. van Gerrit II heer van Culemborg en Elisabeth van Buren, geb. in 1444, erfdochter van Buren, Borssele en St- Maartensdijk, ovl. op 20 jul 1471, begr. IJsselstein.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Floris*1469  †1539  70

tr. (2) in 1502
met

Walburga von Manderscheid-Schleiden1, dr. van Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden en Walpurgis van Horne, ovl. in 1527.

Walburga von Manderscheid-Schleiden.
Nichtje van Jacob II van Horne.


Bronnen:

1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Willem IV/VI van Egmond
Willem IV/VI (Willem IV Jansz) heer van Egmond1,2, geb. Egmond aan den Hoef op 26 jan 1412 (26 1413), zu Leerdam, Schoonderwoerd und Haastrecht, 1451 Herr v.IJsselstein, ovl. Grave Kasteel van Grave op 19 okt 1483 (19 jan 1483), begr. aldaar.

Willem IV/VI heer van Egmond.
Hij was heer van Egmont, IJsselstein, Schoonderwoerd en Haastrecht en stadhouder van Gelre. In 1478 werd hij ridder van het Gulden Vlies. Willem was een jongere broer van Arnold van Egmont hertog van Gelre. Hoewel hij in 1452 tot raadsheer bij het Hof van Holland was benoemd, verbleef hij meestal in Gelre waar hij zijn broer steunde in zijn conflicten met diens zoon Adolf van Egmont. Nadat Adolf zijn vader had opgesloten, voerde Willem de pro-Bourgondische partij aan. Toen hertog Karel de Stoute van Bourgondië in 1473 de macht in Gelre verwierf, benoemde hij Willem tot stadhouder. Deze vond zich echter te oud voor het ambt. Later zou zijn gelijknamige zoon eveneens stadhouder van Gelre worden. In 1477 werd Willem door Maria van Bourgondië in haar Grote Raad geïnstalleerd. Trouwt op 22 januari 1437 met Walburga van Meurs vrouwe van Baer, Lathum en Swaerverden, de dochter van Frederik van Meurs en Engelberta van Kleef. Dit huwelijk bracht vier dochters en drie zonen voort. Hun zonen zouden alle drie belangrijke functies gaan bekleden in dienst van het Bourgondisch-Habsburgse Huis. Willem IV van Egmont had een buitenechtelijke relatie met Aleid Kreynck. Hieruit erkend bastaard: Hendrik van Egmont, .

1473 Statthalter v.Geldern, 1478 Ritter vom Orden des Goldenen Vliesses, verwerft ingevolge deling met zijn.
broeder hertog Arnold: Egmond, Leerdam, Schoonderwoerd en Haastrecht; erft van zijn vaders broeder IJsselstein 1451; steunt zijn broer tot diens dood toe; treedt als stadhouder van Gelre op namens Karel de Stoute die hem later opneemt in de Orde van het Gouden Vlies.
Heer van Egmond, leerdam en Yselstein, ridder gulden vlies, stadhouder van Gelre.
onecht kind.

Graaf van Egmont, IJsselstein, Schoonderwoerd en Haastrecht en stadhouder van Gelre, Heer van Egmond, Leerdam, Ijsselstein. Ridder v/d Gulden Vlies, Stadhouer van Gelre.

Afstamming Willem Claesz.
1. Willem Claesz. Hij trouwde met Katrijne Jan Smitsdr?.
Op 24 april 1436 en 15 maart1437 door Philips de Goede aangewezen als een der 33 rijksten en notabelsten van Alkmaar die jaarlijks op Kerstavond drie burgemeesters zullen kiezen, op 26 maart1451 aangewezen als een der 31 personen die gezamenlijk de stad zullen regeren.

Kinderen:.
2. i Gerrit (Gerard) Willemsz (van de Nieuwburg) geb. ca. 1435.

tr. (1) op 22 jan 1437
met

Walburgis von Moers zu Mörs1, dr. van Frederik IV (Walraven) van Moers (graaf van Saarwerden, graaf van Moers, heer van Baer en Lathum, ridder in de Orde van het Gulden) en Engelberta van Kleef-Mark, geb. voor 1429, erfdochter van Bär, ovl. Den Haag in 1459.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frederik*1440  †1521  81
Jan III*1438 Hattem †1516 Egmond 78
Elisabeth*1445  †1540  95
Margaretha  †1496   

relatie (2)
met

Aleijd Kreijnck.

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1442  †1511  69
Nicolaes*1468     


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerard*1435  †1482 Alkmaar (Grote Kerk) 46



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
3.Gelre-Geldern-Gelderland. Geschiedenis en cultuur van het hertogdom Gelre (GCHG-1), Johannes Stinner, Karl-Heinz Tekath, Verlag des Historischen Vereins für Geldern, ISBN nummer: 9053451943, Geldern, 2001 (blz. 50)

Aleida van Culemburgh
Aleida van Culemburgh, geb. in 1444, erfdochter van Buren, Borssele en St- Maartensdijk, ovl. op 20 jul 1471, begr. IJsselstein.

tr. in 1471
met

Frederik van Egmond graaf van Buren1, zn. van Willem IV/VI heer van Egmond (zu Leerdam, Schoonderwoerd und Haastrecht, 1451 Herr v.IJsselstein) en Walburgis von Moers zu Mörs (erfdochter van Bär), geb. circa 1440, Heer van Cranendonk, ovl. in 1521, tr. (2) met zijn achternicht Walburga von Manderscheid-Schleiden. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Frederik van Egmond graaf van Buren.
hij kreeg in 1472 de heerlijkheid Buren van zijn oom Arnold, hertog van Gelre, ter vergoeding van de te zijnen behoeve gemaakte onkosten. Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Reeds in 1462 (Dinxdag na Sint Lourens) stond Willem van Egmond aan zijn tweede zoon Frederik onder zekere voorwaarden de heerlijkheid IJsselstein af (Busken Huet en Van Veen, pag. 95; Dek, pag. 104). Hij erfde in 1483 van zijn vader de heerlijkheden IJsselstein en Leerdam. Hij was een krachtige steun van Keizer Maximiliaan, die hem op 24 juni 1498 verhief tot graaf van Buren en Leerdam (Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Hij volgde met zijn broeder Jan zijn vader in diens Gelderse politiek en was, evenals deze beiden, de.
Kabeljauwse partij toegedaan, zodat hij ruimschoots zijn aandeel had aan de krijgsbedrijven van het zo woelige einde van de 15e eeuw. Hij speelde een grote rol in de Gelderse, Utrechtse en Friese oorlogen. In 1470 komt hij het eerst op het toneel, wanneer hij een zoen maakt met de burgers van de stad Utrecht, die IJsselstein hadden aangevallen. Bij het beleg van Neuss (1474), dat hij met zijn broeder Jan bijwoonde, verkreeg hij de riddertitel. Hij was in 1477, evenals zijn beide broeders, als kamerheer lid van de hofhouding van Maximiliaan van Oostenrijk. Om zijn vader steun te verlenen trachtte hij Nijmegen op diens hand te krijgen; hij viel echter op 21 april 1478 in handen van de stad en werd, met zijn broeder Willem en zijn bastaardbroeder Nicolaas, drie jaar op het Valkhof gevangen gehouden. Hieruit ontslagen vond hij de stad Utrecht, ondersteund door de heer van Montfoort en de Hoeken, in strijd met haar bisschop David van Bourgondië, wiens partij hij, als Kabeljauw, koos. Gedurende de schier eindeloze krijgstochten, waarvan tijdens deze twisten Holland en het Sticht het toneel waren, trad heer Frederik vaak op de voorgrond, te meer waar IJsselstein herhaaldelijk (oa. in 1482) van Utrechtse aanvallen te lijden had. Hij en zijn broeder Willem behoorden onder de 'kapiteinen' van de bisschoppelijke krijgsmacht. Frederik, die het huis te Eembrugge bezet en versterkt had, moest de verdediging hiervan op 17-09-1481 opgeven en oorlogde daarna voor Utrecht en Amersfoort. Twee jaar later, in 1483, verdedigde hij, als bevelhebber, voor de bisschop Wijk bij Duurstede en was nog dat zelfde jaar met zijn broeder Jan een der aanvoerders van de troepen, die onder bevel van Maximiliaan Utrecht belegerden. Na een beleg van drie maanden viel de stad op 31-08-1483 in hun handen en kon bisschop David, die door zijn tegenstanders gevangen werd gehouden, zijn zetel weer innemen. De vete met Utrecht was voor heer Frederik daarmee echter nog lang niet geëindigd. Nog in 1491 deed hij,.
met zijn zoon Floris, een vergeefse poging om de stad in te nemen en eerst twee jaar later kwam een voorlopige vrede tot stand. In de oorlogen, die de Bourgondiërs met de hertog van Gelre voerden, hield hij de partij van de eersten. In 1497 brandschatte hij de Tielerwaard, wat de Geldersen hem betaald zetten met de inname van Leerdam. Nog verscheidene jaren duurde deze oorlog voort, maar heer Frederik werd wat ouder en op het krijgstoneel meer en meer vervangen door zijn zoon Floris. Heer Frederik had de bijnaam 'Schele Gijs'. Op het gemeentehuis van St. Maartensdijk is nog een geschilderd portret van hem aanwezig.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Floris*1469  †1539  70



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995

Walburga von Manderscheid-Schleiden
Walburga von Manderscheid-Schleiden1, ovl. in 1527.

Walburga von Manderscheid-Schleiden.
Nichtje van Jacob II van Horne.

tr. (1) in 1502
met

Frederik van Egmond graaf van Buren1, zn. van Willem IV/VI heer van Egmond (zu Leerdam, Schoonderwoerd und Haastrecht, 1451 Herr v.IJsselstein) en Walburgis von Moers zu Mörs (erfdochter van Bär), geb. circa 1440, Heer van Cranendonk, ovl. in 1521.

Frederik van Egmond graaf van Buren.
hij kreeg in 1472 de heerlijkheid Buren van zijn oom Arnold, hertog van Gelre, ter vergoeding van de te zijnen behoeve gemaakte onkosten. Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Reeds in 1462 (Dinxdag na Sint Lourens) stond Willem van Egmond aan zijn tweede zoon Frederik onder zekere voorwaarden de heerlijkheid IJsselstein af (Busken Huet en Van Veen, pag. 95; Dek, pag. 104). Hij erfde in 1483 van zijn vader de heerlijkheden IJsselstein en Leerdam. Hij was een krachtige steun van Keizer Maximiliaan, die hem op 24 juni 1498 verhief tot graaf van Buren en Leerdam (Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Hij volgde met zijn broeder Jan zijn vader in diens Gelderse politiek en was, evenals deze beiden, de.
Kabeljauwse partij toegedaan, zodat hij ruimschoots zijn aandeel had aan de krijgsbedrijven van het zo woelige einde van de 15e eeuw. Hij speelde een grote rol in de Gelderse, Utrechtse en Friese oorlogen. In 1470 komt hij het eerst op het toneel, wanneer hij een zoen maakt met de burgers van de stad Utrecht, die IJsselstein hadden aangevallen. Bij het beleg van Neuss (1474), dat hij met zijn broeder Jan bijwoonde, verkreeg hij de riddertitel. Hij was in 1477, evenals zijn beide broeders, als kamerheer lid van de hofhouding van Maximiliaan van Oostenrijk. Om zijn vader steun te verlenen trachtte hij Nijmegen op diens hand te krijgen; hij viel echter op 21 april 1478 in handen van de stad en werd, met zijn broeder Willem en zijn bastaardbroeder Nicolaas, drie jaar op het Valkhof gevangen gehouden. Hieruit ontslagen vond hij de stad Utrecht, ondersteund door de heer van Montfoort en de Hoeken, in strijd met haar bisschop David van Bourgondië, wiens partij hij, als Kabeljauw, koos. Gedurende de schier eindeloze krijgstochten, waarvan tijdens deze twisten Holland en het Sticht het toneel waren, trad heer Frederik vaak op de voorgrond, te meer waar IJsselstein herhaaldelijk (oa. in 1482) van Utrechtse aanvallen te lijden had. Hij en zijn broeder Willem behoorden onder de 'kapiteinen' van de bisschoppelijke krijgsmacht. Frederik, die het huis te Eembrugge bezet en versterkt had, moest de verdediging hiervan op 17-09-1481 opgeven en oorlogde daarna voor Utrecht en Amersfoort. Twee jaar later, in 1483, verdedigde hij, als bevelhebber, voor de bisschop Wijk bij Duurstede en was nog dat zelfde jaar met zijn broeder Jan een der aanvoerders van de troepen, die onder bevel van Maximiliaan Utrecht belegerden. Na een beleg van drie maanden viel de stad op 31-08-1483 in hun handen en kon bisschop David, die door zijn tegenstanders gevangen werd gehouden, zijn zetel weer innemen. De vete met Utrecht was voor heer Frederik daarmee echter nog lang niet geëindigd. Nog in 1491 deed hij,.
met zijn zoon Floris, een vergeefse poging om de stad in te nemen en eerst twee jaar later kwam een voorlopige vrede tot stand. In de oorlogen, die de Bourgondiërs met de hertog van Gelre voerden, hield hij de partij van de eersten. In 1497 brandschatte hij de Tielerwaard, wat de Geldersen hem betaald zetten met de inname van Leerdam. Nog verscheidene jaren duurde deze oorlog voort, maar heer Frederik werd wat ouder en op het krijgstoneel meer en meer vervangen door zijn zoon Floris. Heer Frederik had de bijnaam 'Schele Gijs'. Op het gemeentehuis van St. Maartensdijk is nog een geschilderd portret van hem aanwezig.

tr. (2) in 1485
met

Willem graaf van Neuenahr (Nieuwenaar), ovl. in 1527.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem     



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995

Kuno I von Manderscheid-Schleiden
Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden, ged. in 1444, ovl. op 24 jul 1489.

Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden.
Domherr zu Köln, Resignation, 1487 in Cronenburg und Neuerburg, 1488 in Manderscheid, Schleiden.

tr.
met

Walpurgis van Horne1, dr. van Jacob I heer van Horne (na 1450 graaf van Horn) en Johanna van Moers-Saarwerden, ovl. in 1476.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walburga  †1527   



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995

Walpurgis van Horne
Walpurgis van Horne1, ovl. in 1476.

  • Vader:
    Jacob I heer van Horne (van Hoorne, van Horn, van Huerne), zn. van Willem VII van Horne (heer van Horn, Altena en Weert) en Jeanne (Johanna) de Montigny (vrouwe van Montigny en Oostervant), geb. Weert na 1417, na 1450 graaf van Horn Rijksgraaf van Horn (benoemd door keizer Frederik III, heer van Horn, Altena, Weert,) Nederweert, Kortessem, Wessem en (een deel van) Montigny, verheven tot graaf van Horn 1450, stichter van het Franciscanerklooster te Aldenborg bij Weert en treed daar in 1486, Rijksgraaf van Horn, vertegenwoordiger bij de kloosterbouw: Gerard van Vlodorp Weert in 1461, ovl. aldaar tussen 3 mei 1488 en 13 mei 1488 , begr. (Franciscanerklooster), tr. in 1448 met

tr.
met

Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden, ged. in 1444, ovl. op 24 jul 1489.

Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden.
Domherr zu Köln, Resignation, 1487 in Cronenburg und Neuerburg, 1488 in Manderscheid, Schleiden.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walburga  †1527   



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995

Maximilian van Egmond
Maximilian van Egmond, ovl. Brussel [België] op 23 dec 1548.

 

tr.
met

Franziska de Lannoy Dame de Lannoy de Lis de Rollencourt de Santes de Bourbourg et de Tronchiennes, dr. van Hugo de Lannoy en Maria de Boechout, geb. circa 1513, ovl. in 1562.

Franziska de Lannoy Dame de Lannoy de Lis de Rollencourt de Santes de Bourbourg et de Tronchiennes.
Erbin v.Lannoy, Rollencourt, Tronchiennes, Santes, dochter van Hugues, Seigneur de Tronchiennes et de Rollencourt.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1533 Grave †1558 Breda 25



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995

Franziska de Lannoy Dame de Lannoy de Lis de Rollencourt de Santes de Bourbourg et de Tronchiennes
Franziska de Lannoy Dame de Lannoy de Lis de Rollencourt de Santes de Bourbourg et de Tronchiennes, geb. circa 1513, ovl. in 1562.

Franziska de Lannoy Dame de Lannoy de Lis de Rollencourt de Santes de Bourbourg et de Tronchiennes.
Erbin v.Lannoy, Rollencourt, Tronchiennes, Santes, dochter van Hugues, Seigneur de Tronchiennes et de Rollencourt.

tr.
met

Maximilian van Egmond, zn. van Floris van Egmond (ridder in de Orde van het Gulden Vlies 1506, stadhouder van Holland) en Margareta von Glymes-Berghes, ovl. Brussel [België] op 23 dec 1548.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1533 Grave †1558 Breda 25


Floris van Egmond
Floris (Fleurken Dunbier) van Egmond1, geb. in 1469, ridder in de Orde van het Gulden Vlies 1506, stadhouder van Holland, ovl. tussen 14 okt 1539 en 25 okt 1539 .

Floris van Egmond.
Graaf van Buren en Leerdam, Heer van IJsselstein, Kortenge,J aarsveld vanaf 1518, en Sint Maartensdijk, Stadhouder van Gelre,1507-1511,Heer van Eindhoven en Cranendonck,1521-1539.

Ridder in de Orde van Het Gulden Vlies, opgenomen in de hofhouding van Philips de Schone.

Floris van Egmont, bijgenaamd Fleurken Dunbier, werd omstreeks 1470 geboren als zoon van Frederik van Egmont, graaf van Buren sinds 1492, en Aleida van Culemborg.
In 1521 volgde hij zijn vader op als graaf van Buren en Leerdam, heer van IJsselstein, Kortgene, Jaarsveld en Sint-Maartensdijk, heer van Eindhoven en Cranendonck.

Fleurken Dunbier diende de Habsburgse heersers als o.a. raadsman van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk.
Van 1507 tot 1511 was hij stadhouder van Gelre en in 1515 werd hij de eerste Habsburgse stadhouder van Friesland, een functie die hij tot 1517/1518 bekleedde.
Zoon Maximiliaan werd later eveneens benoemd tot stadhouder van Friesland.

tr. in 1500
met

Margareta von Glymes-Berghes, dr. van Cornelis van Glymes (Heer van Zevenbergen en van Grevenbroek) en Maria van Strijen (Vrouwe van Zevenbergen), geb. in 1481, ovl. na 1551.

 

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maximilian  †1548 Brussel [België]  
Anna*1504 IJsselstein †1574  70



Bronnen:
1.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995