Cees Hagenbeek
Mechtild van der Donck
Mechtild van der Donck.

tr.
met

Arend van Oy, graaf van Ubbergen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hillegonde  Ü1503   


Hendrik van Boinenburg-Honstein
Hendrik van Boinenburg-Honstein h, maarschalk van de keurvorst.

tr.
met

Elisabeth van Scheuerschloss.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik  Ü1500   


Elisabeth von Plesse
Elisabeth von Plesse.

tr.
met

Raban II van Boinenburg-Honstein, zn. van Hendrik van Boinenburg-Honstein en Margaretha van Nesselrode, Hofmeester van Hendrik, ovl. na 1465.

Raban II van Boinenburg-Honstein.
hofmeester van Hendrik.
landgraaf van Hessen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik     


Hendrik van Boinenburg-Honstein
Hendrik van Boinenburg-Honstein.

tr.
met

Margaretha van Nesselrode.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Raban II  Ü1465   


Gottschalk von Plesse
Gottschalk von Plesse, ovl. tussen 1435 en 1437.

Gottschalk von Plesse.
vermeld vanaf 1393.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     


Hendrikus Adrianus Poth
Hendrikus Adrianus Poth, geb. Vreeswijk op 19 apr 1793, ged. aldaar op 28 apr 1793 (getuige: Adriana Poth), Majoor der Genie. Ridder M.W.O. werkzaam bij de Directe Belastingen van (tweede datum onduidelijk:0) 1813, Luitenant ingenieur bij de O.I.troepen op 19 jul 1820, met schip Salima naar Java op 5 sep 1820, Onderscheidingen in de oorlog op Java van 1825 tot 1830, Majoor bij Korps Sappeurs op 24 aug 1837, Commandant Korps Sappeurs op 20 dec 1837, neemt in 1840 ontslag en wordt landmeter in Semarang, ovl. Semarang (Java) [IndonesiŽ] op 29 nov 1881.

Hendrikus Adrianus Poth.
De stamvader van dit Nederlands - Indische geslacht is Hendrik Adrianus Poth, geboren 19 april 1793 te Vreeswijk uit Hendrik Poth en Hendrika Blauw.
De familielegende is dat hij een natuurlijke zoon van de toenmalige Erfprins van Oranje (de latere Willem I, 1771-1843) zou zijn. In het boek Oranje Bastaarden van Hanno de Iongh komt Hendrika Blauw niet voor. Daarover gaat het verhaal dat zij met opzet niet is opgenomen als bastaard, zonder dat daarvoor een duidelijke reden bestaat. Het is daarom merkwaardig, dat zijn moeder, van geboorte een Friezin (geboren 28 februari 1771 te Leeuwarden uit Jan Janzen BIauw en Annigje de Rooy in de Bilt met de Vreeswijker Hendrik Poth trouwde (3 juni 1792) en direct daarop met hem naar Vreeswijk vertrok. Hoe zij naar Utrecht kwam, met haar ouders of alleen, in dienstverband of niet en waarom zij te de Bilt moest trouwen en hoe en waar zij kennis gemaakt had met Poth, zijn allemaal open vragen.
Ook over haar ouders is niets bekend, behalve het feit dat zij onze Hendrika (ook wel Dirkje genoemd), lieten dopen in de Ned. Hervormde Kerk aldaar.
Een verklaring voor het in een andere stad dan zijn woonplaats huwen van Poth kan misschien gevonden worden in het feit, dat hij zo snel hertrouwde na de dood van zijn eerste vrouw Gijsberta Vrolijk; zij werd namelijk 27 januari 1792 te Vreeswijk begraven. Resumerend is te zeggen dat het niet onmogelijk is, dat HA Poth een zoon was van Koning Willem I, (maar waarschijnlijk is het niet).
Over de kinderjaren van Hendrik Adrianus is weinig bekend. Zijn vader was veerschipper, had het dus niet al te breed en moest daarbij nog acht kinderen grootbrengen (vier uit zijn eerste huwelijk met Gijsberta Vrolijk en vier uit zijn tweede) Op 14-jarige leeftijd verloor hij zijn vader. Vermoedelijk zal hij toen zelf zijn brood hebben moeten verdienen. In overeenstemming met deze veronderstelling is te brengen de verklaring, in 1811 afgegeven door W. Broedelet, Frans- en Nederduits kostschoolhouder, dat Poth vier jaren bij hem als eerste secondant werkzaam is geweest.
31 juli 1811 verloor hij zijn moeder, die in 1808 hertrouwd was met de 29-jarige schoenmaker Rokus ten Winkel. Van 1813-1820 werkte hij bij de directe belastingen, 3e divisie Utrecht als chef de bureau. Gedurende deze tijd heeft hij zich toegelegd op de studie van de stel- en meetkunde, vestingbouwkunde en andere daarmee in verband staande wetenschappen, onder leiding van J.C. SchrŲder, A.L.M. en Philos. Wat Poth in de jaren 1811-1813 gedaan heeft, is niet bekend. Zou hij misschien de veldtocht naar Rusland meegemaakt hebben en toen zijn militaire capaciteiten ontdekt hebben?.
In 1820 woonde Poth te Utrecht, wijk D, no.45. Hij werd 19 juli 1820 tot 2e Luitenant Ingenieur bij de 0.1. troepen benoemd na met goed gevolg het daarvoor vereiste examen te hebben afgelegd. De 5e september 1820 vertrok hij met het schip Selima uit Oostende naar Java.
Daarop werd hij 15 februari 1821 bij het Korps Ingenieurs geplaatst. 23 januari 1824 werd hij tot 1e luitenant  Adjudant Ingenieurs benoemd. Kapitein bij besluit van Z.E. den G.G. no. 1 dd.7.10.1830.
Majoor bij het Korps Sappeurs, bij besluit G.G. nO.3dd.24.7.1837, en tevens Commandant van het eerste Bureau bij de Staf der Genie en tevens Commandant van het Korps Sappeurs, bij besluit G.G. n0.21, dd.20.12.1837.
Benoemd tot eerst aanwezend Genie-Officier ter Sumatra's Westkust, bij besluit G.G. nO.12, dd. 10.4.1838. Gepensioneerd bij besluit G.G. no. 4, dd. 11.9.1840.
Onderscheidingen: Ridder M.W.O. 4e klasse bij Z.M. besluit dd.10.3.1831, no. 74. Dit had hij te danken aan zijn bijzonder gedrag tijdens de Java oorlog (1825-1830) volgens de Javase Courant van 28.7.1831. Bovendien was hij gerechtigd tot het dragen van het Java-Kruis.
Door de oorlogsomstandigheden is het niet mogelijk geweest naspeuringen te verrichten in de archieven op Java om gegevens te verkrijgen over het leven van Poth na zijn aankomst in Nederlands - IndiŽ. Vermoedelijk is hij vrij kort na aankomst gehuwd, uit welke verbintenis een dochter Henriette Corolina is gesproten, die op haar beurt huwde met de planter L.G.C.W.∑van Winsheym en na zijn overlijden in 1849, hertrouwde met een zekere Kiefer.
Tijdens de bestorming van de Kraton zou Poth - zo wil het verhaal- het op romantische wijze een adellijke Javaanse vrouw geschaakt hebben. Of hij toen al van zijn eerste vrouw af was is niet bekend. Volgens een brief door Poth in 1871 aan de President van de Semarangse Weeskamer geschreven, zouden de eerste twee kinderen, geboren uit hem en Johanna Diederika Sarima, zoals de Christennaam van zijn Javaanse vrouw luidde, niet gewettigd zijn. Hetgeen er op wijst, dat hij eerst later (6 mei 1853 te Djokja) met haar gehuwd is. Zij kregen tien kinderen.
Aangezien Johanna Diedrika reeds in 1856 overleed is over haar verder niets bekend. Zij is begraven ligt n Magelang, Oude Begraafplaats nO.75, tezamen met haar levenloos geboren zoontje. Eťn merkwaardige eigenschap van haar is nog twee generaties bewaard gebleven, nl. haar mediamieke gave. Deze gave werd geŽrfd door haar dochter W.C.A. Poth, die haar weer voort deed leven in haar dochter M.J.W. Schmidt.
Poth schijnt geen gemakkelijke baas geweest te zijn, die het moeilijk met zijn superieuren kon vinden. Het is dan ook niet te verwonderen, dat hij reeds in 1840 eervol ontslag neem. Na zijn pension nering is hij waarnemend gezworen landmeter te Djokja tot 1854, verhuist dan naar Magelang en vestigt zich in 1861 te Semarang. Hij koopt daar enige huizen en overlijdt er op zeer hoge leeftijd. 29 november 1881.
Zijn graf ligt op de Semarangse Algemene Begraafplaats, afd. A No.582.

samen (1) van 1830 tot mei 1853 , tr. Djokja [IndonesiŽ] op 6 mei 1853
met

Johanna Diederika Sarima, dr. van Raden Mas Ontowiryo en Raden Ayu Retnaningsih Diponegoro, geb. Djokja [IndonesiŽ] in 1812, Kratonese prinses, ovl. Djokja [IndonesiŽ] op 2 feb 1856 bij de geboorte van een levenloos kind, begr. Magelang [IndonesiŽ] op de Oude Begraafplaats nr.75.

Johanna Diederika Sarima.
Hendrik is met haar getrouwd toen hij met pensioen ging op Java.



Johanna Diederika Sarima
Johanna Diederika Sarima, geb. Djokja [IndonesiŽ] in 1812, Kratonese prinses, ovl. Djokja [IndonesiŽ] op 2 feb 1856 bij de geboorte van een levenloos kind, begr. Magelang [IndonesiŽ] op de Oude Begraafplaats nr.75.

Johanna Diederika Sarima.
Hendrik is met haar getrouwd toen hij met pensioen ging op Java.

samen van 1830 tot mei 1853 , tr. Djokja [IndonesiŽ] op 6 mei 1853
met

Hendrikus Adrianus Poth, zn. van Dirkje Blaauw, geb. Vreeswijk op 19 apr 1793, ged. aldaar op 28 apr 1793 (getuige: Adriana Poth), Majoor der Genie. Ridder M.W.O. werkzaam bij de Directe Belastingen van (tweede datum onduidelijk:0) 1813, Luitenant ingenieur bij de O.I.troepen op 19 jul 1820, met schip Salima naar Java op 5 sep 1820, Onderscheidingen in de oorlog op Java van 1825 tot 1830, Majoor bij Korps Sappeurs op 24 aug 1837, Commandant Korps Sappeurs op 20 dec 1837, neemt in 1840 ontslag en wordt landmeter in Semarang, ovl. Semarang (Java) [IndonesiŽ] op 29 nov 1881, Uit dit huwelijk geen kinderen.

Hendrikus Adrianus Poth.
De stamvader van dit Nederlands - Indische geslacht is Hendrik Adrianus Poth, geboren 19 april 1793 te Vreeswijk uit Hendrik Poth en Hendrika Blauw.
De familielegende is dat hij een natuurlijke zoon van de toenmalige Erfprins van Oranje (de latere Willem I, 1771-1843) zou zijn. In het boek Oranje Bastaarden van Hanno de Iongh komt Hendrika Blauw niet voor. Daarover gaat het verhaal dat zij met opzet niet is opgenomen als bastaard, zonder dat daarvoor een duidelijke reden bestaat. Het is daarom merkwaardig, dat zijn moeder, van geboorte een Friezin (geboren 28 februari 1771 te Leeuwarden uit Jan Janzen BIauw en Annigje de Rooy in de Bilt met de Vreeswijker Hendrik Poth trouwde (3 juni 1792) en direct daarop met hem naar Vreeswijk vertrok. Hoe zij naar Utrecht kwam, met haar ouders of alleen, in dienstverband of niet en waarom zij te de Bilt moest trouwen en hoe en waar zij kennis gemaakt had met Poth, zijn allemaal open vragen.
Ook over haar ouders is niets bekend, behalve het feit dat zij onze Hendrika (ook wel Dirkje genoemd), lieten dopen in de Ned. Hervormde Kerk aldaar.
Een verklaring voor het in een andere stad dan zijn woonplaats huwen van Poth kan misschien gevonden worden in het feit, dat hij zo snel hertrouwde na de dood van zijn eerste vrouw Gijsberta Vrolijk; zij werd namelijk 27 januari 1792 te Vreeswijk begraven. Resumerend is te zeggen dat het niet onmogelijk is, dat HA Poth een zoon was van Koning Willem I, (maar waarschijnlijk is het niet).
Over de kinderjaren van Hendrik Adrianus is weinig bekend. Zijn vader was veerschipper, had het dus niet al te breed en moest daarbij nog acht kinderen grootbrengen (vier uit zijn eerste huwelijk met Gijsberta Vrolijk en vier uit zijn tweede) Op 14-jarige leeftijd verloor hij zijn vader. Vermoedelijk zal hij toen zelf zijn brood hebben moeten verdienen. In overeenstemming met deze veronderstelling is te brengen de verklaring, in 1811 afgegeven door W. Broedelet, Frans- en Nederduits kostschoolhouder, dat Poth vier jaren bij hem als eerste secondant werkzaam is geweest.
31 juli 1811 verloor hij zijn moeder, die in 1808 hertrouwd was met de 29-jarige schoenmaker Rokus ten Winkel. Van 1813-1820 werkte hij bij de directe belastingen, 3e divisie Utrecht als chef de bureau. Gedurende deze tijd heeft hij zich toegelegd op de studie van de stel- en meetkunde, vestingbouwkunde en andere daarmee in verband staande wetenschappen, onder leiding van J.C. SchrŲder, A.L.M. en Philos. Wat Poth in de jaren 1811-1813 gedaan heeft, is niet bekend. Zou hij misschien de veldtocht naar Rusland meegemaakt hebben en toen zijn militaire capaciteiten ontdekt hebben?.
In 1820 woonde Poth te Utrecht, wijk D, no.45. Hij werd 19 juli 1820 tot 2e Luitenant Ingenieur bij de 0.1. troepen benoemd na met goed gevolg het daarvoor vereiste examen te hebben afgelegd. De 5e september 1820 vertrok hij met het schip Selima uit Oostende naar Java.
Daarop werd hij 15 februari 1821 bij het Korps Ingenieurs geplaatst. 23 januari 1824 werd hij tot 1e luitenant  Adjudant Ingenieurs benoemd. Kapitein bij besluit van Z.E. den G.G. no. 1 dd.7.10.1830.
Majoor bij het Korps Sappeurs, bij besluit G.G. nO.3dd.24.7.1837, en tevens Commandant van het eerste Bureau bij de Staf der Genie en tevens Commandant van het Korps Sappeurs, bij besluit G.G. n0.21, dd.20.12.1837.
Benoemd tot eerst aanwezend Genie-Officier ter Sumatra's Westkust, bij besluit G.G. nO.12, dd. 10.4.1838. Gepensioneerd bij besluit G.G. no. 4, dd. 11.9.1840.
Onderscheidingen: Ridder M.W.O. 4e klasse bij Z.M. besluit dd.10.3.1831, no. 74. Dit had hij te danken aan zijn bijzonder gedrag tijdens de Java oorlog (1825-1830) volgens de Javase Courant van 28.7.1831. Bovendien was hij gerechtigd tot het dragen van het Java-Kruis.
Door de oorlogsomstandigheden is het niet mogelijk geweest naspeuringen te verrichten in de archieven op Java om gegevens te verkrijgen over het leven van Poth na zijn aankomst in Nederlands - IndiŽ. Vermoedelijk is hij vrij kort na aankomst gehuwd, uit welke verbintenis een dochter Henriette Corolina is gesproten, die op haar beurt huwde met de planter L.G.C.W.∑van Winsheym en na zijn overlijden in 1849, hertrouwde met een zekere Kiefer.
Tijdens de bestorming van de Kraton zou Poth - zo wil het verhaal- het op romantische wijze een adellijke Javaanse vrouw geschaakt hebben. Of hij toen al van zijn eerste vrouw af was is niet bekend. Volgens een brief door Poth in 1871 aan de President van de Semarangse Weeskamer geschreven, zouden de eerste twee kinderen, geboren uit hem en Johanna Diederika Sarima, zoals de Christennaam van zijn Javaanse vrouw luidde, niet gewettigd zijn. Hetgeen er op wijst, dat hij eerst later (6 mei 1853 te Djokja) met haar gehuwd is. Zij kregen tien kinderen.
Aangezien Johanna Diedrika reeds in 1856 overleed is over haar verder niets bekend. Zij is begraven ligt n Magelang, Oude Begraafplaats nO.75, tezamen met haar levenloos geboren zoontje. Eťn merkwaardige eigenschap van haar is nog twee generaties bewaard gebleven, nl. haar mediamieke gave. Deze gave werd geŽrfd door haar dochter W.C.A. Poth, die haar weer voort deed leven in haar dochter M.J.W. Schmidt.
Poth schijnt geen gemakkelijke baas geweest te zijn, die het moeilijk met zijn superieuren kon vinden. Het is dan ook niet te verwonderen, dat hij reeds in 1840 eervol ontslag neem. Na zijn pension nering is hij waarnemend gezworen landmeter te Djokja tot 1854, verhuist dan naar Magelang en vestigt zich in 1861 te Semarang. Hij koopt daar enige huizen en overlijdt er op zeer hoge leeftijd. 29 november 1881.
Zijn graf ligt op de Semarangse Algemene Begraafplaats, afd. A No.582.


RAy Beruk
RAy Beruk (KRK Kadipaten, KRK Ageng, KRK Tegalraya), ovl. op 17 okt 1803.

tr.
met

prins Mangkoeboemi (Raden Mas Sujana) Hamengkoeboewono I, Sultan van Yogyakarta.

prins Mangkoeboemi Hamengkoeboewono I.
geboren als als prins "Mangkoeboemi" of "Mangkoe Boemi" geheten, was de eerste sultan van Jogjakarta uit het Huis Kartasoera, de vroegere heersers van Mataram. Hij bouwde de Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat die nog steeds wordt bewoond door de huidige sultan van Jogjakarta, sultan Hamengkoeboewono X, die tevens gouverneur is van het gebied.
Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rahman*1750 Sundara [IndonesiŽ] Ü1828 kraton van Djokjakarta [IndonesiŽ] 77


Meerten van den Boom
Meerten van den Boom, geb. Maasdriel circa 1693, ovl. aldaar circa 1740.

tr.
met

Lijsbeth Udemans, geb. circa 1700.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Goossen~1737 Maasdriel    


Raden Mas Ontowiryo
Raden Mas (Pangeran) Ontowiryo (Diponegoro, Dipo Negoro, DipŚnegŚrŚ, Bandara Radin Mas Mustahar, Bandara Radin Mas Antavirya, na 1812 Bandara Pangera), geb. Jogjakarta [IndonesiŽ] op 11 nov 1785, ovl. Makasser [IndonesiŽ] op 8 jan 1855.

relatie
met

Raden Ayu Retnaningsih Diponegoro.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1812 Djokja [IndonesiŽ] Ü1856 Djokja [IndonesiŽ] 43


Lijsbeth Udemans
Lijsbeth Udemans, geb. circa 1700.

tr.
met

Meerten van den Boom, geb. Maasdriel circa 1693, ovl. aldaar circa 1740.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Goossen~1737 Maasdriel    


Adrianus van Soelen
Adrianus van Soelen.

otr. Alem Maren en Kessel op 7 mei 1747, tr. Driel op 21 mei 1747
met

Petronella de Reuver.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anneke~1770 Driel Ü1833 Driel 63


Petronella de Reuver
Petronella de Reuver.

otr. Alem Maren en Kessel op 7 mei 1747, tr. Driel op 21 mei 1747
met

Adrianus van Soelen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anneke~1770 Driel Ü1833 Driel 63