Website van Cees Hagenbeek
Johanna van Batenburg
Johanna vrouwe van Batenburg1 (Batenburg), geb. Batenburg in 1290, nicht van graaf Reinald II van Gelre, boedelscheiding tussen haar en wijlen haar man Willem, heer van Bronckhorst op 26 okt 1328, ovl. op 28 nov 1351,
, (Nijhoff dl. 1 nr. 300 blz. 338 e.v.)
27 Maart 1335 Testament of uiterste wilsbeschikking van Reinald(II) graaf van Gelre, ten behoeve van een aantal geestelijke gestichten. In deze lijvige oorkonde noemt hij: "....ene edel vrouwe onse lieue nichte vrouwe Johanna vrouwe van Batenborch....". In Nijhoff 2: Nr. 42-blz. 43 staat het volgende: 27 juli 1349 De heerlijkheid Batenburg door den Roomsch-koning Karel IV. aan Johanna van Batenburg ten leen gegeven. ……...nos itaque, saepedictae dominae de Battenburg ac illustris .Wilhelmi marchionis Juliacensis consanguinei……….
Aantekening Nijhoff:
Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen Johanna van Batenburg ontvangt Batenburg dus rechtstreeks in leen via een oorkonde van keizer Karel IV.
En Karel IV noemt Johanna en Willem (VI) van Gulik tevens zijn
bloedverwanten. (consanguinei).
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter). Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons.
Bron: (Inv. No. 224) Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst Reinald v.Geldern nennt sie eine edle Frau, unsere Nichte. dochter van : Dirk+Mechtild
Johanna van Batenburg wordt in het testament van Reinout II van Gelre, gedateerd 27 mrt 1335, "onse lieve nichte"  genoemd (Nijhoff I, nr 301). Johanna was als dochter van Machteld van Cuyk een kleindochter van Jutta van Nassau en
achterkleindochter van Machteld van Gelre, zuster van Reinouts overgrootvader. Reinout en Johanna waren derhalve "third cousins".

 
  • Moeder:
    Mechteld van Kuijck1, dr. van Jan I van Kuyc (heer van Kuyc en Grave) en Jutta van Nassau (gravin van Nassau, vermeld 1285-1313), ovl. Batenburg in 1320,
    , in de meest recente publicatie over het geslacht Van Bronckhorst (NL 2006 door Henri Vermeulen) wordt nog gesproken over Willem (III) die gehuwd was met Johanna van Batenburg dochter van Dirk en Mechtild N. Batenburg was een zeer aantrekkelijke partij. Waarschijnlijk kan de naam Mechtild N. uitgebreid kan worden tot dochter van N. van Gelre. Dat blijkt uit enkele oorkonden waar een bepaalde familierelatie vermeld wordt:
    Allereerst in (Nijhoff dl. 1 nr. 300 blz. 338 e.v.) 27 Maart 1335 Testament of uiterste wilsbeschikking van Reinald(II) graaf van Gelre, ten behoeve van een aantal geestelijke gestichten.
    In deze lijvige oorkonde noemt hij: "....ene edel vrouwe onse lieue nichte vrouwe Johanna vrouwe van Batenborch...."
    In Regesten van de Graven van Limburg Stirum Nr. 79 blz. 14 vond ik 1351 september 13 (des Dinxdages na onser Vrouwen dach Nativitas). Edwart van Ghelren zegt zijn neef heer Ghisebrecht (V), heer van Bronckhorst en van Batenborch, die hem bijstand tegen zijn broeder, den hertog van Ghelren en graaf van Zuytphen heeft beloofd, wederkerig hulp toe en ontheft hem van alle vroeger oorveden, echter onder beding, dat het huis te Bronchorst een open huis zal blijven voor zijn broeder. Gijsbrecht (V) is de zoon van Johanna en Willem (III) en Edwart de zoon van Reinald(II).
    Uit de volgende aanwijzing is af te leiden dat de familieband waarschijnlijk gezocht moet worden in de generatie van Mechteld die gehuwd was met Dirk van Batenburg.
    De ouders van Dirk zijn n.l. al bewezen (Gerard X Elisabeth van
    Elsloo) In Nijhoff 2: Nr. 42-blz. 43 staat het volgende:
    27 juli 1349 De heerlijkheid Batenburg door den Roomsch-koning Karel IV. aan Johanna van Batenburg ten leen gegeven.
    ……...nos itaque, saepedictae dominae de Battenburg ac illustris. .Wilhelmi marchionis Juliacensis consanguinei……….
    Aantekening vanNijhoff:
    Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen.naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen. Johanna van Batenburg ontvangt Batenburg dus rechtstreeks in leen via een oorkonde van keizer Karel IV.
    En Karel IV noemt Johanna en Willem (VI) van Gulik tevens zijn bloedverwanten. (consanguinei).
    Er zijn dus 3 namen. Waar kruisen de voorouders elkaar?
    1. Karel IV had als grootouders Hendrik VII van Luxemburg en Margaretha van Brabant dr. van Jan I
    2. Willem (VI) van Gulick was een kleinzoon van Willem (VI) van Gulick en Richardis van Gelre, die op haar beurt een dochter was van Gerard van Gelre en Margaretha van Brabant dochter van Hendrik I
    3. Als Mechteld, de moeder van Johanna een (achter?)kleinkind is van Margaretha van Brabant dochter van Hendrik I maken, dan past alles goed in elkaar.
    Uit: (Kort, Het archief van de heren van Voorne. nr. 281) (Zie ook NL 2006 kol.197)
    Gijsbrecht van Bronkhorst wordt in 1328 met 13 Hollandse ponden, gevestigd op de visrechten van Maarland beleend door Gerard, heer van Voorne. Gijsbrecht wordt hierbij Gijsbrecht van Batenburg!! genoemd. Gerard van Voorne noemt hem bij deze gelegenheid zijn neef. Gerard van Voorne is het kleinkind van Gerhard III van Durbuy en Mechtild van Kleef. Mechtild van Kleef is op haar beurt een dochter van Dirk Primogenitus en Elisabeth van Brabant dr. van Hendrik I.
    Daarnaast blijkt Mechtild (X Batenburg) ook nog een dochter, Richarda te hebben.
    Op 15 juni 1318 verkopen Willem (III) van Bronkhorst, Johanna zijn echtgenote en Richarda Kanunnikes te Elten, diens zuster hun allodiale goederen te Haren, Horssen en Batenburg onder vermelding van borgen, gerichtslieden en getuigen voor 2000 pond kleine munt aan de abdij van Camp. (M. Dicks, Die abtei Camp am Niederrhein (Meurs 1913)p. 230)
    Zie voor meer in NL 2006 door Henri Vermeulen.
    Richarda is een naam die sinds enkele generaties in het geslacht Van Gelre voorkwam nadat Otto I was gehuwd met Richardis van Beieren.
    Nog wat materiaal van de tweede orde:
    In volgende privéaangelegenheid worden Gijsbrecht heer van Bronkhorst en Dirk heer van Batenburg onmiddellijk na de gravin genoemd. In het jaar 1307 kan er al sprake zijn van een verloving of huwelijk van Willem III en Johanna.
    Nyhoff 1 N°. 89. 1307 Reinald (I) graaf van Gelre geeft aan de Orde van het hospitaal van S. Jan van Jeruzalem de kerk te Spankeren en die te Hengelo, voorts uit Nijenbeek eene jaarrente van vijf tig pond gelds en uit den hoj en molen te Staveren eene van twintig pond, waarvoor de Orde zoo te Nijenbeek of S. Janswaard als te Staveren twee priesters en eenen leekebroeder zoude houden, belovende voorts, te Godswaard, dat Hattem plagt te heeten, op zijne kosten, twee priesters en eenen leekebroeder te zullen onderhouden; verder vergunt hij, dat de broeders der Orde alleen voor den grootmeester in Duitschland zouden teregt staan, en dat zij zich mogten bevlijtigen om de kerk te Godswaardin bezit te krijgen; al hetwelk geschiedt met bewilliging van Margaretha gravin van Gelre, Gijsbrecht heer van Bronkhorst, Dirk heer van Batenburg, Dirk heer van Bylant, Steven heer van Wisch en Frederik van Reden, ridders.
    en:
    1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter).
    Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap
    Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons. Oorspr. (Inv.No. 224)
    Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst
    Er is dus een aantal redenen om aan te nemen dat Mechtild uit het huis Van Gelre kwam. Het lastig om te bepalen wie haar ouders waren. Uit de naam Johanna als dochter is niets af te leiden.
    Richarda kan het aanknopingspunt zijn.
    Op het eerste gezicht valt te denken aan Reinald (I) als vader van Mechtild. Het geboortejaar van Johanna wordt wel eens geschat op 1290. Stel dan dat Mechtild geboren is rond 1270.
    Men neemt wel eens aan dat Reinald (I) rond 1276 huwde met Ermgard van Luxemburg. Reinald's ouders huwden in 1253. Dat is allemaal tamelijk krap. Dirk van Batenburg X Machteld [van Gelre][of van Gulik] Onlangs is verondersteld dat Dirk van Batenburg zeer mogelijk een Machteld van Gelre gehuwd had.
    Johanna van Batenburg en haar nazaten werden door diverse personen als familie betiteld.
    Het spoor bleek telkens over het geslacht van Gelre te lopen naar Hendrik I van Brabant. Het is problematisch om de waarschijnlijke ouders van Machteld te noemen. Verder zoeken in Acten Gelre en Zutphen 1376-1392 door van Doorninck.
    Daarin een aantal oorkonden van Willem III van Gulik, waarin hij vanaf 1371/1377 als Willem I hertog van Gelre en vanaf 1393 hertog van Gulik voorkomt. Willem was de oudste zoon van hertog Willem II van Gulik en van Maria van Gelre, de halfzuster van de laatste hertog van het Gelderse hertogelijke huis, Reinald III. In een aantal oorkonden noemt hij Willem van Bronkhorst (zn van Gijsbert en Catharina v. Leefdael) en zijn zonen Gijsbert en Frederik " onsen lieven neven".
    Dat klopt omdat zijn moeder Maria van Gelre was. Maar zoekend in de gegevens van Van Gulik leek het een betere optie om Machteld [van Gelre] te veranderen in Machteld [van Gulik]. Op de site van Erlangen staat: Willem (IV) van Gulick X
    Richardis van Gelre. Aan deze Willem worden 13 kinderen toegedicht. 7 kinderen met Richardis en 6 waarvan de moeder niet zeker is. Het 13e kind heet Mechtild !! en zou overleden zijn na 1287.
    Erlangen refereert aan:
    1. W.K. von Isenburg: Europäische Stammtafeln, Band I, Tafel 187. Marburg, 1953 (1965)
    2. W.Möller: Stamm-Tafeln westdeutscher Adels-Geschlechter im Mittelalter, Band I, Tafel 7. Darmstadt, 1922 (Degener Verlag, Neustadt Aisch)
    3. D.Schwennicke: Europäische Stammtafeln, Vol. XVIII, Tafeln 28. Marburg, 1998
    Helaas is dit niet de oorspronkelijke bron . Voorlopig is het zo dat Machteld van Gulik in 1287 een enkele keer genoemd wordt. Daarna is ze nooit meer als zodanig vermeld.
    Als Mechtild inderdaad een Van Gulik was, dan wordt daarmee het vorige bericht geen geweld aangedaan. Alle vermeldingen kunnen ook op haar slaan.
    Diverse andere feiten vallen nog mooier op hun plaats.
    1. Johanna was de erfdochter. Zij zal de oudste zijn geweest.
    Richarde was dus de tweede dochter. De tweede dochter wordt vaak naar grootmoeder van moederskant genoemd.
    2. Aantekening Nijhoff: 27 juli 1349, Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen. Ook deze oorkonde krijgt een duidelijker plaats.
    3. In het vorige bericht is gesteld dat Mechtild geboren is rond 1270. Vader Willem (IV) van Gulick zou rond 1251 met Richardis van Gelre gehuwd zijn. Ze hebben veel kinderen gehad. Het geboortejaar van Mechtild zou hierin kunnen passen. Johanna van Batenburg wordt geschat geboren te zijn ca 1290. Dat er na 1287 niets meer is vernomen van Machteld van Gulik kan dus zijn omdat ze korte tijd later als vrouwe van Batenburg door het leven ging.
    Möller geeft geen oorspronkelijke bron. ES geeft zoveel referenties dat het een hele klus is die allemaal na te slaan.
    ES XVIII vermeldt evenwel ook een (mogelijk) huwelijk van Mechtild. Vermeld wordt (citaat): Mechtild 1287 (x nach 1287 Arnold IV Hr v Wesemaele 1272 X b Kortrijk 11.VIII.1302). X staat voor de gekruiste zwaarden: gesneuveld.
    Let wel het huwelijk staat tussen haakjes, dus er zijn twijfels.
    Deze Arnold was ook gehuwd met Ida van Crainhem van Bierbeke, maar haar levensdata zijn onbekend. Het kan dus zijn dat Arnold twee maal huwde.
    Maar het ook zijn dat de vermelding van het huwelijk van Mechtild met Arnold onjuist is en dat bovengemelde theorie klopt.
    De talrijke zusters van Mechtild huwen allen met graven of burggraven. Mechtild zou dan wel ietwat beneden haar stand gehuwd zijn. Een mogelijkheid, die niet is genoemd, is dat de verwantschap van Johanna van Batenburg met de hoge adel via een buitenechtelijke verbintenis loopt.
 

tr. circa 1305 (1317)
met

Willem III van Bronckhorst und Reckheim ridder1 (Bronckhorst und Recheim, van), zn. van Gisbert van Bronckhorst und Reckheim (drost van Over Rijn, verliest Reckheim) en Elisabeth von Steinfurt, geb. Bronkhorst circa 1280, Heer van Bronkhorst, Batenburg en Reckheim, maarschalk in dienst van Hertog Reinald II van Gelre, ovl. Hasselt in het land van Luyck [België] op 25 sep 1328,
, op 15 juni 1318 verkopen Willem (III) van Bronkhorst, Johanna zijn echtgenote en Richarda Kanunnikes te Elten, diens zuster hun allodiale goederen te Haren, Horssen en Batenburg onder vermelding van borgen, gerichtslieden en getuigen voor 2000 pond kleine munt aan de abdij van Camp. (M. Dicks, Die abtei Camp am Niederrhein (Meurs 1913)p. 230)
Zie voor meer in NL 2006 door Henri Vermeulen
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter).
Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap
Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons.
Bron: (Inv. No. 224) Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst.
Verschillende Heren van Batenburg zijn in vreemde krijgsdienst geweest. Dit heeft ook tot gevolg gehad dat diverse Heren slechts kort geleefd hebben. De laatste mannelijke telg van de Heren van Batenburg overleed in 1315. Zijn erfdochter Johanna was juist daarvoor getrouwd met de bannerheer van Bronkhorst. Daardoor waren twee adellijke families in Gelre voor bijna 350 jaar met elkaar verenigd. De Heren van Bronkhorst-Batenburg gingen op dezelfde voet verder als hun voorgangers. Zij hebben aanzienlijke macht in deze periode. De Heren worden vooral betrokken bij de strijd tussen Gelre en Habsburg en Gelre en Brabant. Door deze strijd kwam Batenburg, dat sinds 1389 stadsrechten had, een aantal malen in het bezit van zowel Habsburg als Gelre. De stad moest dan weer veroverd of teruggekocht worden.
Zo wordt Batenburg in 1534 teruggekocht door Herman van Bronkhorst-Batenburg. Deze beschouwde zich nog steeds als leenman van de Duitse keizer. Gelre zei echter dat Batenburg na de verovering in 1503 tot Gelderland behoorde. Tientallen malen en gedurende honderden jaren (tot 1893) hebben rechtbanken zich over deze kwestie gebogen en even vaak positief als negatief geoordeeld, Hij krijgt geen kinderen.

Uit dit huwelijk 7 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert V*1317  †1356  39
Diederik  †1328   
Balduin  †1347   
Frederik     
Anna*1325 Bronkhorst †1392 Arnhem 67
Catharina     
Mechtilde*1320  †1384  64



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Dirk Gijsbertsz van Bronckhorst
Dirk Gijsbertsz van Bronckhorst, geb. Batenburg circa 1340, ovl. op 27 sep 1407.

tr. Deventer in 1362
met

Elisabeth van Utenhove van Vilvorden, dr. van Johan van Utenhove en N. van Herlaer van Damme, geb. Deventer in 1342, vrouwe van Nederhem, ovl. circa 1407.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert  †1429   
Claes*1370     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Elisabeth van Utenhove van Vilvorden
Elisabeth van Utenhove van Vilvorden, geb. Deventer in 1342, vrouwe van Nederhem, ovl. circa 1407.

tr. (1)
met

Walram Berthout (Walraven) van Berlaer, zn. van Lodewijk III Berthout gezegd van Berlaer (Heer van Helmond (1328-1346), Heer van Keerbergen) en Johanna van Dinter-Benthem, geb. circa 1328, heer van Helmond en Keerberge, ovl. voor 1362,
, vermeld tussen 1357 en 1360.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan IV  †1425   

tr. (2) Deventer in 1362
met

Dirk Gijsbertsz van Bronckhorst, zn. van Gijsbert V Willemsz Bronckhorst ridder (heer vanBronckhorst en Batenburg) en Catharina van Leefdael, geb. Batenburg circa 1340, ovl. op 27 sep 1407.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert  †1429   
Claes*1370     


Johan van Utenhove
Johan van Utenhove.

tr.
met

N. van Herlaer van Damme.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1342 Deventer †1407  65
Margaretha     


N. van Herlaer van Damme
N. van Herlaer van Damme.

tr.
met

Johan van Utenhove, zn. van Gilles van Utenhove.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1342 Deventer †1407  65
Margaretha     


Gijsbert van Bronckhorst Heer van Batenburg en Anholt
Ridder Gijsbert van Bronckhorst Heer van Batenburg en Anholt, heer van Batenburg en Anholt, ovl. in 1429,
, 1408 Verpfändung von Batenburg an Johann v.Berlaer (halfbroer van Gijsbert van Bronckhorst), herzoglichen Rat, Hij moest ter gelegenheid van het huwelijk van zijn dochter Hermanna 7000 schilden terugbetalen, maar is daarvan ontslagen, tussen 1413 en 1416.

tr. in 1388
met

Margaretha van Gehmen-Anholt, dr. van Herman von Gehmen zu Anholt en Gerberga von Anholt, geb. in 1370, Erbin von Anholt, Elsa?, ovl. Keulen [Duitsland] in 1404.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermanna  †1439   
Derick*1400  †1451  51


Margaretha van Gehmen-Anholt
Margaretha van Gehmen-Anholt, geb. in 1370, Erbin von Anholt, Elsa?, ovl. Keulen [Duitsland] in 1404.

tr. in 1388
met

Ridder Gijsbert van Bronckhorst Heer van Batenburg en Anholt, zn. van Dirk Gijsbertsz van Bronckhorst en Elisabeth van Utenhove van Vilvorden (vrouwe van Nederhem), heer van Batenburg en Anholt, ovl. in 1429,
, 1408 Verpfändung von Batenburg an Johann v.Berlaer (halfbroer van Gijsbert van Bronckhorst), herzoglichen Rat, Hij moest ter gelegenheid van het huwelijk van zijn dochter Hermanna 7000 schilden terugbetalen, maar is daarvan ontslagen, tussen 1413 en 1416.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermanna  †1439   
Derick*1400  †1451  51


Herman von Gehmen zu Anholt
Herman von Gehmen zu Anholt, geb. in 1344, ovl. in 1399,
, te Rönne en Anholt.

 

tr.
met

Gerberga von Anholt, dr. van Dietrich Herr von Zuylen von Anholt und Westbroek, ovl. na 1399, begr. Keulen [Duitsland] Sankt Kunibert.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1370  †1404 Keulen [Duitsland] 34


Gerberga von Anholt
Gerberga von Anholt, ovl. na 1399, begr. Keulen [Duitsland] Sankt Kunibert.

tr.
met

Herman von Gehmen zu Anholt, zn. van Heinrich von Gemen en Elisabeth von Mörmter, geb. in 1344, ovl. in 1399,
, te Rönne en Anholt.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1370  †1404 Keulen [Duitsland] 34


Dietrich von Zuylen von Anholt und Westbroek
Dietrich Herr von Zuylen von Anholt und Westbroek, ovl. op 15 jun 1364,
, vermeld 1361.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerberga  †1399 Keulen [Duitsland]  


Hermanna van Bronckhorst-Batenburg
Hermanna van Bronckhorst-Batenburg, ovl. na 1439.

tr. in 1415
met

Wilhelm bastaard Geldern-Jülich1 (van Gulik gezegd van Wachtendonck), zn. van Reinald IV hertog van Gulik (hertog van Gelre en Gulik) en Mechtild van Brakel, geb. voor 1394, heer van Wachtendonck van 1413 tot 1432, heer van Batenburg op 13 dec 1416, ovl. na 1439,
, hij is een bastaard, gewettigd op 13 dec 1416 per decreet van keizer Sigismund. Heer van Wachtendonk; heer van Batenburg (1413-1432) Willem van Gulik, gezegd van Wachtendonk, Hermanna van Batenburg, zijne gade, verkoopen in 1439 aan Eduard van Gulik, voué (voogd?) van Belle, hun broeder en zwager, hunne aanspraak jegens Gerard van Kleef, graaf van der Mark, op eene rente op den tol te Keizersweerd.
Johan heer van Broeckhuisen en Weerdenborch. Hij deelde zijn wapen met Weerdenborch, zijnde het volle wapen van Châtillon, en hij en zijne nakomelingen komen gemeenlijk eenvoudig voor onder den naam van Weerdenborch of Weerdenburg. In 1424 kocht hij van Willem heer van Wachtendonk, bastaardzoon van hertog Reinoud, de heerlijkheden Weil en Ammerzode. Deze Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk was een bastaardzoon van Reinoud IV, hertog van Gulik en Gelre. Hij huwde ten eerste in 1410 met Johanna van Wachtendonk, erfdochter van Wachtendonk, geboren ca. 1393. Dochter van Arnold V, vrijheer van Wachtendonk en Wilhelmina van Buren. Johanna van Wachtendonk overleed in 1417 kinderloos, en Willem van Gulik zou zijn levenlang het vruchtgebruik van het slot, stad en land van Wachtendonk mogen genieten, aldus de huwelijkse voorwaarden. Na zijn dood zou het dan komen te vervallen aan de neven of diens erfgenamen van Johanna. Willem van Gulik, had inmiddels de naam van Wachtendonk aangenomen, en was in 1418 hertrouwd met voornoemde Hermanna van Bronckhorst-Batenburg. Dochter van Gijsbert van Bronckhorst-Batenburg en Margaretha van Gehmen. Hij vermaakte, bijgestaan door zijn tweede vrouw, in 1434 slot, stad en land van Wachtendonk aan zijn neef hertog Reinoud van Gelre en Gulik, en verbrak hiermee het huwelijkscontract van zijn eerste vrouw, Johanna van Wachtendonk. De familie van Wachtendonk eisden het ganse patrimonium op, de twisten hierover duurden tot ver in de 18e eeuw voort.
De Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk en Hermanna van Bronckhorst-Batenburg hadden naast de reeds genoemde zoon Gijsbert van Wachendonk, wiens tak met de latere Willem van Wachtendonk in 1482 uitstierf ook een dochter, genaamd Hermanna van Wachtendonk. Zij huwde met Wilhelm Scheiffart van Merode, heer van Limbrich, nabij Sittart. Hiervan leven heden ten dage nog nakomelingen, tr. (3) met Johanna van Cuyck, ovl. na 1426. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert  †1485   



Bronnen:
1.De graven en hertogen van Gelre (DOO/GHG), P.N. van Doorninck & J.S. van Veen, Arnhem, 1904 (blz. 20)

Wilhelm bastaard Geldern-Jülich
Wilhelm bastaard Geldern-Jülich1 (van Gulik gezegd van Wachtendonck), geb. voor 1394, heer van Wachtendonck van 1413 tot 1432, heer van Batenburg op 13 dec 1416, ovl. na 1439,
, hij is een bastaard, gewettigd op 13 dec 1416 per decreet van keizer Sigismund. Heer van Wachtendonk; heer van Batenburg (1413-1432) Willem van Gulik, gezegd van Wachtendonk, Hermanna van Batenburg, zijne gade, verkoopen in 1439 aan Eduard van Gulik, voué (voogd?) van Belle, hun broeder en zwager, hunne aanspraak jegens Gerard van Kleef, graaf van der Mark, op eene rente op den tol te Keizersweerd.
Johan heer van Broeckhuisen en Weerdenborch. Hij deelde zijn wapen met Weerdenborch, zijnde het volle wapen van Châtillon, en hij en zijne nakomelingen komen gemeenlijk eenvoudig voor onder den naam van Weerdenborch of Weerdenburg. In 1424 kocht hij van Willem heer van Wachtendonk, bastaardzoon van hertog Reinoud, de heerlijkheden Weil en Ammerzode. Deze Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk was een bastaardzoon van Reinoud IV, hertog van Gulik en Gelre. Hij huwde ten eerste in 1410 met Johanna van Wachtendonk, erfdochter van Wachtendonk, geboren ca. 1393. Dochter van Arnold V, vrijheer van Wachtendonk en Wilhelmina van Buren. Johanna van Wachtendonk overleed in 1417 kinderloos, en Willem van Gulik zou zijn levenlang het vruchtgebruik van het slot, stad en land van Wachtendonk mogen genieten, aldus de huwelijkse voorwaarden. Na zijn dood zou het dan komen te vervallen aan de neven of diens erfgenamen van Johanna. Willem van Gulik, had inmiddels de naam van Wachtendonk aangenomen, en was in 1418 hertrouwd met voornoemde Hermanna van Bronckhorst-Batenburg. Dochter van Gijsbert van Bronckhorst-Batenburg en Margaretha van Gehmen. Hij vermaakte, bijgestaan door zijn tweede vrouw, in 1434 slot, stad en land van Wachtendonk aan zijn neef hertog Reinoud van Gelre en Gulik, en verbrak hiermee het huwelijkscontract van zijn eerste vrouw, Johanna van Wachtendonk. De familie van Wachtendonk eisden het ganse patrimonium op, de twisten hierover duurden tot ver in de 18e eeuw voort.
De Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk en Hermanna van Bronckhorst-Batenburg hadden naast de reeds genoemde zoon Gijsbert van Wachendonk, wiens tak met de latere Willem van Wachtendonk in 1482 uitstierf ook een dochter, genaamd Hermanna van Wachtendonk. Zij huwde met Wilhelm Scheiffart van Merode, heer van Limbrich, nabij Sittart. Hiervan leven heden ten dage nog nakomelingen.

  • Vader:
    Reinald IV hertog van Gulik (van Geldern-Jülich), zn. van Willem II/VI hertog van Gulik (hertog van Gulik/Jülich) en Maria gravin van Gelre, geb. circa 1365, hertog van Gelre en Gulik, graaf van Zutphen, ovl. Terlet bij Arnhem op 25 jun 1423, begr. Monnikhuizen,
    , Rainald, 1402 in Geldern, Zütphen und Jülich, 25.8.1409 Kauf von Arkel, 26.7.1412 Verkauf von Arkel an Holland, tr. (1) met

tr. (1) op 5 jan 1410
met

Johanna van Wachtendonck1, dr. van Ridder Arnold (III) V van Wachtendonk (knape in 1390 en ridder in 1400) en Willemke van Buren, geb. in 1393, Dame van Wachtendonk, ovl. in 1417,
, Johanna van Wachtendonk, enige dochter van Arnold (IV) van Wachtendonk, huwt op 5 januari 1410 met Willem, bastaardzoon van Reinald IV, hertog van Gulik en Gelre; zij brengt in slot, stad en land Wachtendonk; Willem slot en heerlijkheid van der Kuypen, zoals Reinald had verworven van Johan Steek van Amersoyen. De hertog schenkt beiden nog een jaarrente van 200 gulden uit zijn inkomsten te Straelen en draagt Engelbrecht van Oirsbeke, ridder, raad en ambtman te Straelen, en Godart Roffart, sluiter te Geldern, op daarvoor zorg te dragen. Het paar blijft nog 5 jaren in voogdij; Johanna overleed kinderloos in 1417.
Getuigen o.a.: Hendrik van Wachtendonk Arnoldzoon, Johan, Wolter, Sweder en Reinhard van Wachtendonk Godfriedszonen, Gerard Pawijnszoon van Hemmersberg, Arnolt van Middachten en Goedart van Boucholtz, knapen, Heinrich voogd van Heersen, Frederik van der Heersen,
ridders, Hendrik zoon van Henrich voogd van Neersen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnt(je)     

tr. (2) in 1415
met

Hermanna van Bronckhorst-Batenburg, dr. van Ridder Gijsbert van Bronckhorst Heer van Batenburg en Anholt (heer van Batenburg en Anholt) en Margaretha van Gehmen-Anholt (Erbin von Anholt, Elsa?), ovl. na 1439.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert  †1485   

tr. (3)
met

Johanna van Cuyck, ovl. na 1426.

Bronnen:

1.De graven en hertogen van Gelre (DOO/GHG), P.N. van Doorninck & J.S. van Veen, Arnhem, 1904 (blz. 20)

Hermanna van Wachtendonck
Hermanna van Wachtendonck (von Jülich), ovl. waarschijnlijk Limbricht in 1490,
, dichter van: Gisbert, Bastard v.Jülich  + Maria vanSombreffe / Willem Bastard van Jülich + Hermanna v.Bronckhorst
Het is niet geheel duidelijk van wie Hermanna een dochter is.
Dezelfde bronnen melden verschillende ouders. Willem bastaard van Jülich wordt ook soms van Wachtendonck genoemd en Gisbert bastaard van Jülich is niet te traceren, maar komt voor als Gisbert van Wachtendonck.

  • Vader:
    Gijsbert (Gisbert) van Wachtendonck, zn. van Wilhelm bastaard Geldern-Jülich en Hermanna van Bronckhorst-Batenburg, ovl. na 1485,
    , Peter van Egmont, richter van Veluwen, oorkondt, dat voor hem en gerichtslieden heer Gisbert van Wachtendonck, ridder, en vrouwe Mary van Somberch (lees Sombreffe), zijn huisvrouw, de accijnzen te Nyerkerck en Putten verbonden hebben voor een schuld van 400 rijnsgld. aan joffr, Johanna van  Aller Besslesdochter. Gegeven int jaer ons Heren dusent vierhondert ende tsestich, des Saterdaichs post Petri ad vincula Datering 1460 Augustus 2 NB Opgenomen in een vidimus d.d. 1529 Februari 12 (zie no. 601), tr. in 1448 met
  • Moeder:
    Maria von Sombreffe1, dr. van Wilhelm II van Sombreffe Herr zu Recken u. Kerpen en Isabeau de Chabot, geb. in 1435, ovl. Wachtendonk na 1495,
    , vermeld 1448, extrait de la chronique de Jean de Stavelot : 1484, 22 Nov Messire Ghisbrecht van Wachtendonck, chevalier, comme mari de dame Marie, veuve de Willem de Sombreffe, fait relief; après quoi il fait transport a Daniel de Noenheim, fils de Henride Noenhem.

tr.
met

Willem ridder Scheiffart von Merode, zn. van Ritter Johann Heinrich Scheiffart von Merode (Heer van Hemmersbach) en Catharina van Welckenhausen, geb. circa 1435, Burgheer, heer van Hemmersbach, Limbricht en Röttgen in 1444, ovl. Burg Hemmersbach zu Horrem [Duitsland] op 28 jul 1510, begr. Klooster Bottenbroich [Duitsland],
, 1444 Canonicus zu St.Marien in Aachen, Besitzer einer Hälfte von Röttchen, Limbricht, 1480 zu Hemmersbach und Sindorf, vermeld 1444.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1538 Limbricht  
Adriana  †1537   



Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln.-(). Neue Folge (ES-NF 12), Detlev Schwennicke, Stargardt, Marburg [Duitsland], 1986

Mechtild van Brakel
Mechtild van Brakel.

tr.
met

Reinald IV hertog van Gulik (van Geldern-Jülich), zn. van Willem II/VI hertog van Gulik (hertog van Gulik/Jülich) en Maria gravin van Gelre, geb. circa 1365, hertog van Gelre en Gulik, graaf van Zutphen, ovl. Terlet bij Arnhem op 25 jun 1423, begr. Monnikhuizen,
, Rainald, 1402 in Geldern, Zütphen und Jülich, 25.8.1409 Kauf von Arkel, 26.7.1412 Verkauf von Arkel an Holland.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wilhelm*1394  †1439  45
Eduard  †1489   


Marie d'Harcourt
Marie d'Harcourt1,2, geb. in 1380, ovl. in 1429,
, in de staatsbibliotheek in Berlijn bevindt zich het gebedenboek dat Maria in 1415 in een klooster vlakbij Arnhem had laten schrijven. Haar boek heeft een enorme omvang en iedere bladzijde, voor- en achterkant, is zeldzaam rijk geïllustreerd. En het is niet in het Latijn, maar vrijwel helemaal in de volkstaal, wat voor een boek van een adellijke dame heel ongebruikelijk is.
Er is niet veel over haar bekend. Ze kwam uit Frankrijk, trouwde in 1405 met de hertog van Gelre en Gulik, haar man overleed in 1423, waarna ze niet meer welkom was in Gelre.
Het Guliks-Gelderse hof was een rondreizend hof en mijn boek beschrijft zo'n twaalf plaatsen in Gelderland en Duitsland waar Maria is geweest en waarvan je vandaag de sporen nog kunt zien, zoals Grave, Beekbergen en Kaster. De hertog en de hertogin hadden hun eigen hofhouding. Maria verbleef vaak langer op een plek dan de hertog, maar ze reisde ook van de ene naar de andere uithoek van het hertogdom als zij een deel van de bestuurlijke verantwoordelijkheid van haar man overnam. Die ruimte hadden vrouwen toen, hun rol was veel groter dan we nu vaak denken.
Al die burchten en steden hadden hun eigen administratie. Het klinkt misschien saai, maar boekhoudingen zijn ook een bron van verhalen, zoals over hoe ene Reinken Huesman van dorp naar dorp reisde om riet te kopen voor het lekkende dak van het huis te Middelaar. Of over hoe Maria's hovelingen onderweg van Rosendael naar Middelaar haring te eten kregen. Maria was de Máxima van de vijftiende eeuw. Ze was opgegroeid in de allerhoogste hofkringen, ze wist hoe de wereld in elkaar zat en ze maakte zich heel snel de taal van haar nieuwe land eigen. En ze hield van de beste mode, ze was zelfverzekerd en het lijkt erop dat ze haar man af en toe wat overvleugelde.

tr. in 1405
met

Reinald IV hertog van Gulik (van Geldern-Jülich), zn. van Willem II/VI hertog van Gulik (hertog van Gulik/Jülich) en Maria gravin van Gelre, geb. circa 1365, hertog van Gelre en Gulik, graaf van Zutphen, ovl. Terlet bij Arnhem op 25 jun 1423, begr. Monnikhuizen,
, Rainald, 1402 in Geldern, Zütphen und Jülich, 25.8.1409 Kauf von Arkel, 26.7.1412 Verkauf von Arkel an Holland.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wilhelm  †1421   



Bronnen:
1.Gelre-Geldern-Gelderland. Geschiedenis en cultuur van het hertogdom Gelre (GCHG-1), Johannes Stinner, Karl-Heinz Tekath, Verlag des Historischen Vereins für Geldern, ISBN nummer: 9053451943, Geldern, 2001 (blz. 384)
2.Gelre-Geldern-Gelderland. Geschiedenis en cultuur van het hertogdom Gelre (GCHG-1), Johannes Stinner, Karl-Heinz Tekath, Verlag des Historischen Vereins für Geldern, ISBN nummer: 9053451943, Geldern, 2001 (blz. 387)

Johanna van Cuyck
Johanna van Cuyck, ovl. na 1426.

tr.
met

Wilhelm bastaard Geldern-Jülich1 (van Gulik gezegd van Wachtendonck), zn. van Reinald IV hertog van Gulik (hertog van Gelre en Gulik) en Mechtild van Brakel, geb. voor 1394, heer van Wachtendonck van 1413 tot 1432, heer van Batenburg op 13 dec 1416, ovl. na 1439,
, hij is een bastaard, gewettigd op 13 dec 1416 per decreet van keizer Sigismund. Heer van Wachtendonk; heer van Batenburg (1413-1432) Willem van Gulik, gezegd van Wachtendonk, Hermanna van Batenburg, zijne gade, verkoopen in 1439 aan Eduard van Gulik, voué (voogd?) van Belle, hun broeder en zwager, hunne aanspraak jegens Gerard van Kleef, graaf van der Mark, op eene rente op den tol te Keizersweerd.
Johan heer van Broeckhuisen en Weerdenborch. Hij deelde zijn wapen met Weerdenborch, zijnde het volle wapen van Châtillon, en hij en zijne nakomelingen komen gemeenlijk eenvoudig voor onder den naam van Weerdenborch of Weerdenburg. In 1424 kocht hij van Willem heer van Wachtendonk, bastaardzoon van hertog Reinoud, de heerlijkheden Weil en Ammerzode. Deze Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk was een bastaardzoon van Reinoud IV, hertog van Gulik en Gelre. Hij huwde ten eerste in 1410 met Johanna van Wachtendonk, erfdochter van Wachtendonk, geboren ca. 1393. Dochter van Arnold V, vrijheer van Wachtendonk en Wilhelmina van Buren. Johanna van Wachtendonk overleed in 1417 kinderloos, en Willem van Gulik zou zijn levenlang het vruchtgebruik van het slot, stad en land van Wachtendonk mogen genieten, aldus de huwelijkse voorwaarden. Na zijn dood zou het dan komen te vervallen aan de neven of diens erfgenamen van Johanna. Willem van Gulik, had inmiddels de naam van Wachtendonk aangenomen, en was in 1418 hertrouwd met voornoemde Hermanna van Bronckhorst-Batenburg. Dochter van Gijsbert van Bronckhorst-Batenburg en Margaretha van Gehmen. Hij vermaakte, bijgestaan door zijn tweede vrouw, in 1434 slot, stad en land van Wachtendonk aan zijn neef hertog Reinoud van Gelre en Gulik, en verbrak hiermee het huwelijkscontract van zijn eerste vrouw, Johanna van Wachtendonk. De familie van Wachtendonk eisden het ganse patrimonium op, de twisten hierover duurden tot ver in de 18e eeuw voort.
De Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk en Hermanna van Bronckhorst-Batenburg hadden naast de reeds genoemde zoon Gijsbert van Wachendonk, wiens tak met de latere Willem van Wachtendonk in 1482 uitstierf ook een dochter, genaamd Hermanna van Wachtendonk. Zij huwde met Wilhelm Scheiffart van Merode, heer van Limbrich, nabij Sittart. Hiervan leven heden ten dage nog nakomelingen.

Bronnen:

1.De graven en hertogen van Gelre (DOO/GHG), P.N. van Doorninck & J.S. van Veen, Arnhem, 1904 (blz. 20)

Johanna van Wachtendonck
Johanna van Wachtendonck1, geb. in 1393, Dame van Wachtendonk, ovl. in 1417,
, Johanna van Wachtendonk, enige dochter van Arnold (IV) van Wachtendonk, huwt op 5 januari 1410 met Willem, bastaardzoon van Reinald IV, hertog van Gulik en Gelre; zij brengt in slot, stad en land Wachtendonk; Willem slot en heerlijkheid van der Kuypen, zoals Reinald had verworven van Johan Steek van Amersoyen. De hertog schenkt beiden nog een jaarrente van 200 gulden uit zijn inkomsten te Straelen en draagt Engelbrecht van Oirsbeke, ridder, raad en ambtman te Straelen, en Godart Roffart, sluiter te Geldern, op daarvoor zorg te dragen. Het paar blijft nog 5 jaren in voogdij; Johanna overleed kinderloos in 1417.
Getuigen o.a.: Hendrik van Wachtendonk Arnoldzoon, Johan, Wolter, Sweder en Reinhard van Wachtendonk Godfriedszonen, Gerard Pawijnszoon van Hemmersberg, Arnolt van Middachten en Goedart van Boucholtz, knapen, Heinrich voogd van Heersen, Frederik van der Heersen,
ridders, Hendrik zoon van Henrich voogd van Neersen.

  • Vader:
    Ridder Arnold (III) V Leenaktenboeken van Gelre-Zutphen: van Wachtendonk2,3, zn. van Arnold IV van Wachtendonk (vrijheer van Wachtendonk) en Milaer , geb. Xanten circa 1350, knape in 1390 en ridder in 1400 (Heer van Wachtendonk, Hofmeier van Gelre, ridder 1354, 1357. 1360, 1378), ovl. Wachtendonk kort voor 3 jan 1409,
    , Arnold 'Arnt', zoon van wijlen Arnold heer van Wachtendonk, overl, vóór 1409
    - 5 maart 1390 door hertog Willem van Gelre beleend met huis, burcht, slot, stad en heerlijkheid Wachtendonk
    20 december 1390 Arnold oorkondt dat zijn burcht, etc. voor de helft aan zijn oom Reinart van Schoonvorst waren verpand...… hij had niet het geld om in te lossen
    . nov. 1392: Op verzoek van Arnt bepaalt de hertog van Gelre de lijftocht voor diens vrouw Willemina van Buren
    zijnde burcht en stad Wachtendonk en alle goederen, die Arnt van de hertog in leen houdt
    De - meestal -puntige - ster, was een in deze streek niet zelden voorkomende breuk, waarmede jongere zonen wier adellijke geslachten het vaderlijk wapen wijzigden. Zo troffen wij b.v. de lelie, met de ster als breuk, aan in een bepaalden tak van de Heeren van Wachtendonk, stammende uit Gadert of Goedert van Wachtendonk, een jongeren zoon van Arnold II, heer van Wachtendonk In stichter van de Grefrathsche linie van dit geslacht (bron: E. v. Oidtman. Genealogie der Herren v. Wachtendonk (in Niederrheinischer. Gerschichtsfreund 1882) Deze zegelde aldus in 1343 en nog in 1364. Zijn vier zonen Johann, Wolter, Sweder en Reynert bezegelden in 1410 de huwelijksvoorwaarden tusschen Johanna, erfvrouwe van Wachtendonk en Willem bastaard van Gulik, de drie eersten met de lelie en de ster (van Reynert is de breuk niet meer herkenbaar). Wanneer men daarbij let op de in dezen tak der Wachtendonk’s voorkomende voornamen als Sweder en Reynert ook bij de tralensch-Wachtendonksche Gevers’en niet onbekend - dan laat zich de veronderstelling suggereeren, dat Derick Gevert misschien tot deze Wachtendonk’s in eenig verband gestaan kan hebben, zij het ook door bastaardij. Want dat hij in dat geval uit echten bedde gesproten zou zijn, lijkt ons en vanwege het standsverschil èn door het wegvallen van den adellijken geslachtsnaam op zijn minst onwaarschijnlijk.
    2.2.1371 Belehnung mit Dyck durch Herzog Eduard v.Geldern Arnold (lil) heer van Wachtendonk huwt in 1371 met Aleid van Schönvorst, overleden 1392, weduwe van Konrad van der Dijcke, bij wie Aleid twee kinderen had: Gerhard van der Dijcke en Katharina van der Dijcke, die (later) huwde met Gerhard van Alpen. Eduard hertog van Gelre beleent Arnold met slot en voorburcht van Dijcke;
    - 1382 hij en Aleid doen ten behoeve van de geestelijke van de kerk in de stad Wachtendonk afstand van een huis aan het kerkhof en van 22 morgen akkerland in Geisseren;
    - 1390 overlijdt hij.
    20 december 1390: hij oorkondt, dat zijn gehele burcht en stad en land Wachtendonk voor de helft aan zijn oom Reinart heer van Schoonvorst waren verpand voor 3000 Gelderse guldens; hij had niet het geld om in te lossen. Aartsbisschop Frederik van Keulen heeft de pandsom gelost. Arnold verklaart nu ledigman te zijn van de aartsbisschop en zal nooit meer tegen bisschop of stad ageren. Wachtendonk wordt open huis voor de aartsbisschop
    wordt als ridder genoemd in 1354, 1357, 1360 en 1378. Hij was eerste hofmeier van Hertog Reinout van Gelderen. Hij  leende   het  kasteel van Wachtendonk aan de hertog van Gelderen. Hij wordt vermeld in 1326, 1327, 1331, 1350, 1381 en overleed in  1381 te Wachtendonk. Arnold leefde in 1350 ridder in 1354, 1357, 1360  1378. Arnold kan de vader of grootvader zijn van de jonge Arnd die in 1384 nog minderjarig is LGZ/O leen 46*, huis te Wachtendonck c.a, 1326 Arnt van Wachtendonc; 1384 Arnt heer van Wachtendonck, die heer van Schönvorst is momber. Was bij zijn overlijden aan de aartsbisschop van Keulen nog 1000 oude gouden schilden schuldig, tr. (1) in 1393 met
 

tr. op 5 jan 1410
met

Wilhelm bastaard Geldern-Jülich1 (van Gulik gezegd van Wachtendonck), zn. van Reinald IV hertog van Gulik (hertog van Gelre en Gulik) en Mechtild van Brakel, geb. voor 1394, heer van Wachtendonck van 1413 tot 1432, heer van Batenburg op 13 dec 1416, ovl. na 1439,
, hij is een bastaard, gewettigd op 13 dec 1416 per decreet van keizer Sigismund. Heer van Wachtendonk; heer van Batenburg (1413-1432) Willem van Gulik, gezegd van Wachtendonk, Hermanna van Batenburg, zijne gade, verkoopen in 1439 aan Eduard van Gulik, voué (voogd?) van Belle, hun broeder en zwager, hunne aanspraak jegens Gerard van Kleef, graaf van der Mark, op eene rente op den tol te Keizersweerd.
Johan heer van Broeckhuisen en Weerdenborch. Hij deelde zijn wapen met Weerdenborch, zijnde het volle wapen van Châtillon, en hij en zijne nakomelingen komen gemeenlijk eenvoudig voor onder den naam van Weerdenborch of Weerdenburg. In 1424 kocht hij van Willem heer van Wachtendonk, bastaardzoon van hertog Reinoud, de heerlijkheden Weil en Ammerzode. Deze Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk was een bastaardzoon van Reinoud IV, hertog van Gulik en Gelre. Hij huwde ten eerste in 1410 met Johanna van Wachtendonk, erfdochter van Wachtendonk, geboren ca. 1393. Dochter van Arnold V, vrijheer van Wachtendonk en Wilhelmina van Buren. Johanna van Wachtendonk overleed in 1417 kinderloos, en Willem van Gulik zou zijn levenlang het vruchtgebruik van het slot, stad en land van Wachtendonk mogen genieten, aldus de huwelijkse voorwaarden. Na zijn dood zou het dan komen te vervallen aan de neven of diens erfgenamen van Johanna. Willem van Gulik, had inmiddels de naam van Wachtendonk aangenomen, en was in 1418 hertrouwd met voornoemde Hermanna van Bronckhorst-Batenburg. Dochter van Gijsbert van Bronckhorst-Batenburg en Margaretha van Gehmen. Hij vermaakte, bijgestaan door zijn tweede vrouw, in 1434 slot, stad en land van Wachtendonk aan zijn neef hertog Reinoud van Gelre en Gulik, en verbrak hiermee het huwelijkscontract van zijn eerste vrouw, Johanna van Wachtendonk. De familie van Wachtendonk eisden het ganse patrimonium op, de twisten hierover duurden tot ver in de 18e eeuw voort.
De Willem van Gulik, genaamd van Wachtendonk en Hermanna van Bronckhorst-Batenburg hadden naast de reeds genoemde zoon Gijsbert van Wachendonk, wiens tak met de latere Willem van Wachtendonk in 1482 uitstierf ook een dochter, genaamd Hermanna van Wachtendonk. Zij huwde met Wilhelm Scheiffart van Merode, heer van Limbrich, nabij Sittart. Hiervan leven heden ten dage nog nakomelingen, tr. (3) met Johanna van Cuyck. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnt(je)     



Bronnen:
1.De graven en hertogen van Gelre (DOO/GHG), P.N. van Doorninck & J.S. van Veen, Arnhem, 1904 (blz. 20)
2.Register op de Leenaktenboeken Gelre- Zutphen: (LGZ/O), Register op de Leenaktenboeken van het vors, J.J.S. baron Sloet e.a. Gouda Quint, Arnhem, 1924
3.Leenaktenboeken van Gelre-Zutphen: Overkwartier van Gelre (B 018), J.J.S. baron Sloet e.a. Gouda Quint, Arnhem, 1924

Eduard bastaard von Jülich Vogt Zu Bell
Eduard bastaard von Jülich Vogt Zu Bell, ovl. op 27 jun 1489,
, erhält vom Vater die Herrlichkeit van Haips im Lande Kuyck, 11.5.1424 Belehnung mit Haeps durch Herzog Arnold v.Geldern, 1435 Entzug von Haeps, 25.11.1466 Erpfändung des Schloss Wickrade mit Erkelenz und Kriekenbeck, 14?? Vogt zu Belle, Amtmann des Lands van Krekenbeck und zu Erkelenz, 1473 Herr zu Hops, 1474 Beschlagnahme seiner Güter durch Karl v.Burgund, 1482 nimmt Erzherzog Maximilian das Schloss Wickrath ein und gibt es an Hompesch, bei Schwennicke nicht aus der Verbindung mit Mechtild v.Brakel.

  • Vader:
    Reinald IV hertog van Gulik (van Geldern-Jülich), zn. van Willem II/VI hertog van Gulik (hertog van Gulik/Jülich) en Maria gravin van Gelre, geb. circa 1365, hertog van Gelre en Gulik, graaf van Zutphen, ovl. Terlet bij Arnhem op 25 jun 1423, begr. Monnikhuizen,
    , Rainald, 1402 in Geldern, Zütphen und Jülich, 25.8.1409 Kauf von Arkel, 26.7.1412 Verkauf von Arkel an Holland, tr. (1) met

tr.
met

Stingen van Belle,
, Mitgift: Haus und Schloss, Vogtei und Herrlichkeit Belle, dochter van Gerhard, Eli Scherffgin


Wilhelm von Jülich
Wilhelm von Jülich, ovl. in 1421.

  • Vader:
    Reinald IV hertog van Gulik (van Geldern-Jülich), zn. van Willem II/VI hertog van Gulik (hertog van Gulik/Jülich) en Maria gravin van Gelre, geb. circa 1365, hertog van Gelre en Gulik, graaf van Zutphen, ovl. Terlet bij Arnhem op 25 jun 1423, begr. Monnikhuizen,
    , Rainald, 1402 in Geldern, Zütphen und Jülich, 25.8.1409 Kauf von Arkel, 26.7.1412 Verkauf von Arkel an Holland, tr. (2) in 1405 met
  • Moeder:
    Marie d'Harcourt1,2, dr. van Jean VI d'Harcourt Comte D'aumale en Catherine de Bourbon, geb. in 1380, ovl. in 1429,
    , in de staatsbibliotheek in Berlijn bevindt zich het gebedenboek dat Maria in 1415 in een klooster vlakbij Arnhem had laten schrijven. Haar boek heeft een enorme omvang en iedere bladzijde, voor- en achterkant, is zeldzaam rijk geïllustreerd. En het is niet in het Latijn, maar vrijwel helemaal in de volkstaal, wat voor een boek van een adellijke dame heel ongebruikelijk is.
    Er is niet veel over haar bekend. Ze kwam uit Frankrijk, trouwde in 1405 met de hertog van Gelre en Gulik, haar man overleed in 1423, waarna ze niet meer welkom was in Gelre.
    Het Guliks-Gelderse hof was een rondreizend hof en mijn boek beschrijft zo'n twaalf plaatsen in Gelderland en Duitsland waar Maria is geweest en waarvan je vandaag de sporen nog kunt zien, zoals Grave, Beekbergen en Kaster. De hertog en de hertogin hadden hun eigen hofhouding. Maria verbleef vaak langer op een plek dan de hertog, maar ze reisde ook van de ene naar de andere uithoek van het hertogdom als zij een deel van de bestuurlijke verantwoordelijkheid van haar man overnam. Die ruimte hadden vrouwen toen, hun rol was veel groter dan we nu vaak denken.
    Al die burchten en steden hadden hun eigen administratie. Het klinkt misschien saai, maar boekhoudingen zijn ook een bron van verhalen, zoals over hoe ene Reinken Huesman van dorp naar dorp reisde om riet te kopen voor het lekkende dak van het huis te Middelaar. Of over hoe Maria's hovelingen onderweg van Rosendael naar Middelaar haring te eten kregen. Maria was de Máxima van de vijftiende eeuw. Ze was opgegroeid in de allerhoogste hofkringen, ze wist hoe de wereld in elkaar zat en ze maakte zich heel snel de taal van haar nieuwe land eigen. En ze hield van de beste mode, ze was zelfverzekerd en het lijkt erop dat ze haar man af en toe wat overvleugelde.



Bronnen:

1.Gelre-Geldern-Gelderland. Geschiedenis en cultuur van het hertogdom Gelre (GCHG-1), Johannes Stinner, Karl-Heinz Tekath, Verlag des Historischen Vereins für Geldern, ISBN nummer: 9053451943, Geldern, 2001 (blz. 384)
2.Gelre-Geldern-Gelderland. Geschiedenis en cultuur van het hertogdom Gelre (GCHG-1), Johannes Stinner, Karl-Heinz Tekath, Verlag des Historischen Vereins für Geldern, ISBN nummer: 9053451943, Geldern, 2001 (blz. 387)

Arnold (III) V van Wachtendonk
 
Ridder Arnold (III) V Leenaktenboeken van Gelre-Zutphen: van Wachtendonk1,2, geb. Xanten circa 1350, knape in 1390 en ridder in 1400 (Heer van Wachtendonk, Hofmeier van Gelre, ridder 1354, 1357. 1360, 1378), ovl. Wachtendonk kort voor 3 jan 1409,
, Arnold 'Arnt', zoon van wijlen Arnold heer van Wachtendonk, overl, vóór 1409
- 5 maart 1390 door hertog Willem van Gelre beleend met huis, burcht, slot, stad en heerlijkheid Wachtendonk
20 december 1390 Arnold oorkondt dat zijn burcht, etc. voor de helft aan zijn oom Reinart van Schoonvorst waren verpand...… hij had niet het geld om in te lossen
. nov. 1392: Op verzoek van Arnt bepaalt de hertog van Gelre de lijftocht voor diens vrouw Willemina van Buren
zijnde burcht en stad Wachtendonk en alle goederen, die Arnt van de hertog in leen houdt
De - meestal -puntige - ster, was een in deze streek niet zelden voorkomende breuk, waarmede jongere zonen wier adellijke geslachten het vaderlijk wapen wijzigden. Zo troffen wij b.v. de lelie, met de ster als breuk, aan in een bepaalden tak van de Heeren van Wachtendonk, stammende uit Gadert of Goedert van Wachtendonk, een jongeren zoon van Arnold II, heer van Wachtendonk In stichter van de Grefrathsche linie van dit geslacht (bron: E. v. Oidtman. Genealogie der Herren v. Wachtendonk (in Niederrheinischer. Gerschichtsfreund 1882) Deze zegelde aldus in 1343 en nog in 1364. Zijn vier zonen Johann, Wolter, Sweder en Reynert bezegelden in 1410 de huwelijksvoorwaarden tusschen Johanna, erfvrouwe van Wachtendonk en Willem bastaard van Gulik, de drie eersten met de lelie en de ster (van Reynert is de breuk niet meer herkenbaar). Wanneer men daarbij let op de in dezen tak der Wachtendonk’s voorkomende voornamen als Sweder en Reynert ook bij de tralensch-Wachtendonksche Gevers’en niet onbekend - dan laat zich de veronderstelling suggereeren, dat Derick Gevert misschien tot deze Wachtendonk’s in eenig verband gestaan kan hebben, zij het ook door bastaardij. Want dat hij in dat geval uit echten bedde gesproten zou zijn, lijkt ons en vanwege het standsverschil èn door het wegvallen van den adellijken geslachtsnaam op zijn minst onwaarschijnlijk.
2.2.1371 Belehnung mit Dyck durch Herzog Eduard v.Geldern Arnold (lil) heer van Wachtendonk huwt in 1371 met Aleid van Schönvorst, overleden 1392, weduwe van Konrad van der Dijcke, bij wie Aleid twee kinderen had: Gerhard van der Dijcke en Katharina van der Dijcke, die (later) huwde met Gerhard van Alpen. Eduard hertog van Gelre beleent Arnold met slot en voorburcht van Dijcke;
- 1382 hij en Aleid doen ten behoeve van de geestelijke van de kerk in de stad Wachtendonk afstand van een huis aan het kerkhof en van 22 morgen akkerland in Geisseren;
- 1390 overlijdt hij.
20 december 1390: hij oorkondt, dat zijn gehele burcht en stad en land Wachtendonk voor de helft aan zijn oom Reinart heer van Schoonvorst waren verpand voor 3000 Gelderse guldens; hij had niet het geld om in te lossen. Aartsbisschop Frederik van Keulen heeft de pandsom gelost. Arnold verklaart nu ledigman te zijn van de aartsbisschop en zal nooit meer tegen bisschop of stad ageren. Wachtendonk wordt open huis voor de aartsbisschop
wordt als ridder genoemd in 1354, 1357, 1360 en 1378. Hij was eerste hofmeier van Hertog Reinout van Gelderen. Hij  leende   het  kasteel van Wachtendonk aan de hertog van Gelderen. Hij wordt vermeld in 1326, 1327, 1331, 1350, 1381 en overleed in  1381 te Wachtendonk. Arnold leefde in 1350 ridder in 1354, 1357, 1360  1378. Arnold kan de vader of grootvader zijn van de jonge Arnd die in 1384 nog minderjarig is LGZ/O leen 46*, huis te Wachtendonck c.a, 1326 Arnt van Wachtendonc; 1384 Arnt heer van Wachtendonck, die heer van Schönvorst is momber. Was bij zijn overlijden aan de aartsbisschop van Keulen nog 1000 oude gouden schilden schuldig.

 

tr. (1) in 1393
met

Willemke (Wilhelmina) van Buren1,2 (van Buuren), geb. circa 1370, ovl. na 11 nov 1392,
, als tuchterse.

Uit dit huwelijk 2 dochters:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1393  †1417  24
Arendje*1370     

tr. (2) op 9 feb 1371
met

Aleid von Schönforst (Adelheid van Schoonvorst, von Schönau), dr. van Reinard Mascherel van Schoenvorst (burggraaf) en Catharina zu Wildenburg (Vrouwe van Elsloo), ovl. na 2 sep 1392,
, Aleid van Schönvorst, overleden 1392, weduwe van Konrad van der Dijcke, bij wie Aleid twee kinderen had: Gerhard van der Dijcke en Katharina van der Dijcke, die (later) huwde met Gerhard van Alpen.
Eduard hertog van Gelre beleent Arnold met slot en voorburcht
van Dijcke;
- 1382 hij en Aleid doen ten behoeve van de geestelijke van de
kerk in de stad Wachtendonk afstand van een huis aan het kerkhof en van 22 morgen akkerland in Geisseren;
- 1390 overlijdt Arnold.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold  †1409   
Catharina     



Bronnen:
1.Register op de Leenaktenboeken Gelre- Zutphen: (LGZ/O), Register op de Leenaktenboeken van het vors, J.J.S. baron Sloet e.a. Gouda Quint, Arnhem, 1924
2.Leenaktenboeken van Gelre-Zutphen: Overkwartier van Gelre (B 018), J.J.S. baron Sloet e.a. Gouda Quint, Arnhem, 1924