Website van Cees Hagenbeek
Lancelin de Bulles Comte de Dammartin
Lancelin de Bulles Comte de Dammartin, ovl. voor 1129.

  • Vader:
    Lancelin (Lancelin II) de Beauvais, geb. Beauvais [Frankrijk] circa 1075, Graaf van Dammartin, ovl. in 1136,
    , Nadat de broer van Aelis, Pierre de Dammartin, de koning van Frankrijk had verraden en zijn leven had verloren, maar ook het graafschap na de slag bij Gournay in 1107, nam de koning het kasteel van Dammartin in beslag en vertrouwde het toe aan Lancelin de Beauvais. "Lancelin kwam uit een familie van machtige stadsmilities die er aan het einde van de 11e eeuw en het begin van de 12e eeuw in slaagden banale heren van het platte land te worden. Hij is de broer van twee bisschoppen van Beauvais: Foulques (1089- 1095) en Pierre (1114-1133) en oudste zoon van Lancelin I. Laatstgenoemde is goed bekend in de literatuur. Hij behaalde een diploma van Henry I in 1057 en verschillende diploma's van Philippe I in 1069 en 1079. Hierna volgde 'Olivier Guyotjeannin, we kunnen hem assimileren met de flessenmaker van de koning, zijn naamgenoot. Lancelin I is ook de stichter van de priorij van Villers-Saint-Sépulchre die afhankelijk is van Saint-Germer-de-Fly. Het gaat dus om een ??afstamming die goed ingeburgerd is in Beauvaisis en trouw aan de Capetingen. Om het graafschap aan dit familielid toe te vertrouwen, huwde de koning Lancelin met een van de dochters van Hugo van Dammartin en zus van Pierre: Adélaïde. In 1111 werd Lancelin door Suger gekwalificeerd als graaf van Dammartin: “Lancelinum, komt de Domno martini.” Op dezelfde datum, zijn relaties met de koning van Frankrijk, Lodewijk VI de Dikke, verslechtert. Hierin zette hij het beleid van de Dammartins voort, aangezien hij de kant van de graaf van Blois Thibaut IV koos. Maar na de vrede tussen Thibaut IV en de koning van Frankrijk verliest Lancelin de "leiding" van Beauvais: "Lancelinum, come de Domno martini, querelam Belvacensis conductus sine spe recuperandi amiserit". Lord of Bulles door zijn huwelijk met Adelaide, heeft hij alleen de voogdij over het graafschap Dammartin in plaats van zijn neef, de zoon van Peter. Zou de koning van Frankrijk gehandeld hebben als gevolg van dit nieuwe verraad en zou hij opnieuw hebben ingegrepen in het lot van het graafschap? Deze koninklijke interventie is hypothetisch, maar zou het feit verklaren dat we tussen 1111 en 1138 geen spoor van een graaf van Dammartin vinden. De koning besluit de voogdij van de zoon van Pierre en de bewaker van het kasteel van Dammartin in Lancelin in te trekken. moment is de familie Dammartin verdeeld in drie takken: - aan de ene kant de tak Bulles, dat wil zeggen de kinderen van Adélaïde de Dammartin en Lancelin de Beauvais, -de tak Clermont, met het huwelijk tussen Clémence de Bar en Renaud de Clermont - en een derde tak die we zullen noemen de Dammartins van Engeland, tr. (2) met Adèle de Bulles / de Dammartin, geb. Dammartin-en-Goele [België] circa 1071, ovl. in 1139,
    , Gravin van Dammartin, Dame van Bulles, erfgename van Dammartin-en-Goële. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (1) circa 1103 met
 

tr.
met

Clementia von Bar, dr. van Reinald I graaf van Bar (Graaf Bar-le-Duc, Mousson, de Brie, Verdun) en Gisela von Vaudemont, ovl. voor 1110.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alberic I  †1181   


Clementia von Bar
Clementia von Bar, ovl. voor 1110.

  • Vader:
    Reinald I graaf van Bar, zn. van Dirk I graaf van Bar en Mömpelgard en Irmtrud van Bourgondië (erfdochter van Mompelgard (Montbeliard)), geb. Bar-le-Duc [België] in 1076, Graaf Bar-le-Duc, Mousson, de Brie, Verdun, ovl. op 10 apr 1149,
    , Renaud I 'le borgne' de Bar le Duc Renaud I de Borgne, geboren omstreeks 1080, stierf op 10 maart 1149 in de Middellandse Zee, was graaf van Bar en heer van Mousson van 1105 tot 1149 en graaf van Verdun van 1105 tot 1134. Hij was zoon van Thierry, graaf van Montbéliard, Altkirch, Ferrette en Bar en Ermentrude de Bourgogne. In 1102 werd hij advocaat van de abdij van Saint-Pierremont. Bij de dood van zijn vader verkreeg hij het graafschap Bar en Mousson als aandeel. De bisschop van Verdun vertrouwde hem ook het graafschap Verdun toe. Hij was heel vaak in conflict met de bisschop, omdat hij te machtig was om diens vazal te zijn, in zo'n mate dat hij verschillende keren uit het graafschap Verdun werd afgezet en er in 1134 definitief afstand van deed. een aanhanger van de paus en vocht tegen de bisschop van Verdun, een aanhanger van de keizer. In 1113 grijpt keizer Henri V in in de strijd, bestormt het kasteel van Bar en neemt Renaud gevangen. Hij wordt pas vrijgelaten als hij trouw heeft gezworen en eer heeft bewezen. Hij vocht om zijn Maasdomein te vergroten door te proberen de Meusische erfenis van Godefroy de Klokkenluider terug te krijgen. Hij verkreeg Stenay en Mouzay van de bisschop van Verdun in 1100, daarna Briey rond 1130. In 1134 kreeg hij Clermont-en-Argonne door afstand te doen van zijn rechten op het graafschap Verdun. Godefroy de Bouillon had Bouillon afgestaan ??aan de bisschop van Luik, met de specificatie dat hij, als hij uit het Heilige Land zou terugkeren, de heerlijkheid kon terugkopen, en hij gaf deze bevoegdheid aan zijn erfgenamen. Renaud, die zich voordeed als erfgenaam, eiste de stad op en, geconfronteerd met de weigering van de bisschop, bestormde hij de stad in 1134. Hij moest haar echter in 1140 teruggeven. Hij schijnt op goede voet te staan ??met zijn buurman Simon I. Al in 1128 had hij de wens uitgesproken om op kruistocht te gaan, maar zijn verschillende zorgen hadden hem daarvan weerhouden. Hij nam deel aan de tweede kruistocht met zijn zonen Renaud en Thierry en stierf tijdens de terugkeer. Van een onbekende eerste vrouw had hij een zoon geboren in 1113 en stierf vóór 1120. Hij hertrouwde in 1120 met Gisèle de Vaudémont (1090 1141), weduwe van Renard III, graaf van Toul, dochter van Gérard I, graaf van Vaudémont, en van Hedwig van Dagsbourg, en had: Hugues (v. 1120 1141) Agnès, trouwde omstreeks 1140 met Albert I (1163), graaf van Chiny Clémence trouwde omstreeks 1140 met Renaud II, graaf van Clermont (1070 1162), daarna met Thibaut III, Heer van Crépy Renaud II (1115 1170), graaf van Bar Thierry (1171), 54e bisschop van Metz. Mathilde, getrouwd met Conrad I, graaf van Kyrbourg Stéphanie, vrouwe van Commercy, getrouwd met Hugues III, vader van Broyes.
    der Einäugige, Graf von Bar und Mousson (1106), Streit mit dem Bischof v.Verdun, dieser entzieht ihm die Grafschaft Verdun, Kaiser Heinrich V. nimmt ihn gefangen, belagert erfolglos Mousson, er läßt Reinald frei, der ihm huldigt und Lösegeld zahlt, 1124 wieder im besitz der Grafschaft Verdun, 11?? Verzicht auf Grafschaft Verdun, 1147 mit Roi Louis VII de France auf Kreuzzug, Stifter des Priorats Moncon und der Prämonstratenserabtei Rieval, begr. 24.6.1150 zu Moncon, Hij krijgt 8 kinderen, tr. in 1110 met
 
 

tr.
met

Lancelin de Bulles Comte de Dammartin, zn. van Lancelin de Beauvais (Graaf van Dammartin) en Adele de Dammartin, ovl. voor 1129.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alberic I  †1181   


Lancelin de Beauvais
 
Lancelin (Lancelin II) de Beauvais, geb. Beauvais [Frankrijk] circa 1075, Graaf van Dammartin, ovl. in 1136,
, Nadat de broer van Aelis, Pierre de Dammartin, de koning van Frankrijk had verraden en zijn leven had verloren, maar ook het graafschap na de slag bij Gournay in 1107, nam de koning het kasteel van Dammartin in beslag en vertrouwde het toe aan Lancelin de Beauvais. "Lancelin kwam uit een familie van machtige stadsmilities die er aan het einde van de 11e eeuw en het begin van de 12e eeuw in slaagden banale heren van het platte land te worden. Hij is de broer van twee bisschoppen van Beauvais: Foulques (1089- 1095) en Pierre (1114-1133) en oudste zoon van Lancelin I. Laatstgenoemde is goed bekend in de literatuur. Hij behaalde een diploma van Henry I in 1057 en verschillende diploma's van Philippe I in 1069 en 1079. Hierna volgde 'Olivier Guyotjeannin, we kunnen hem assimileren met de flessenmaker van de koning, zijn naamgenoot. Lancelin I is ook de stichter van de priorij van Villers-Saint-Sépulchre die afhankelijk is van Saint-Germer-de-Fly. Het gaat dus om een ??afstamming die goed ingeburgerd is in Beauvaisis en trouw aan de Capetingen. Om het graafschap aan dit familielid toe te vertrouwen, huwde de koning Lancelin met een van de dochters van Hugo van Dammartin en zus van Pierre: Adélaïde. In 1111 werd Lancelin door Suger gekwalificeerd als graaf van Dammartin: “Lancelinum, komt de Domno martini.” Op dezelfde datum, zijn relaties met de koning van Frankrijk, Lodewijk VI de Dikke, verslechtert. Hierin zette hij het beleid van de Dammartins voort, aangezien hij de kant van de graaf van Blois Thibaut IV koos. Maar na de vrede tussen Thibaut IV en de koning van Frankrijk verliest Lancelin de "leiding" van Beauvais: "Lancelinum, come de Domno martini, querelam Belvacensis conductus sine spe recuperandi amiserit". Lord of Bulles door zijn huwelijk met Adelaide, heeft hij alleen de voogdij over het graafschap Dammartin in plaats van zijn neef, de zoon van Peter. Zou de koning van Frankrijk gehandeld hebben als gevolg van dit nieuwe verraad en zou hij opnieuw hebben ingegrepen in het lot van het graafschap? Deze koninklijke interventie is hypothetisch, maar zou het feit verklaren dat we tussen 1111 en 1138 geen spoor van een graaf van Dammartin vinden. De koning besluit de voogdij van de zoon van Pierre en de bewaker van het kasteel van Dammartin in Lancelin in te trekken. moment is de familie Dammartin verdeeld in drie takken: - aan de ene kant de tak Bulles, dat wil zeggen de kinderen van Adélaïde de Dammartin en Lancelin de Beauvais, -de tak Clermont, met het huwelijk tussen Clémence de Bar en Renaud de Clermont - en een derde tak die we zullen noemen de Dammartins van Engeland.

tr. (1) circa 1103
met

Adele (Aelis, Adelheid) de Dammartin (de Bulles), dr. van Hugues I de Dammartin Seigneur de Bulles (Comte de Dammartin) en Roharde von Clare, geb. Cires-Lès-Mello [Frankrijk] in 1081, ovl. Hilsbach [Duitsland] na 1167,
, Toen Hugues de Dammartin stierf, werden zijn verschillende bezittingen verdeeld onder zijn kinderen. Adelaide claimt Bulles' bezittingen terug en draagt ??dan de bijnaam 'de Buglis' in alle charters waarin ze voorkomt. Na het verraad van Lancelin nam de koning de provincietitel en het kasteel van Dammartin in beslag. Aan de andere kant lijkt het erop dat hij Adelaide haar rechten op Bulles laat behouden. We vinden haar in een akte van 1138 waarin Renaud een schenking doet aan de abdij van Chalis: Ze bevestigt deze handeling in het gezelschap van een van haar Lancelin-zonen. Zijn andere kinderen dragen zeer traditionele namen in de geslachten van Dammartin en Beauvais: Manasses, Thibault, Renaud en Basilie. in de 4e eeuw. De voorvader van Aelis was graaf Manasses de Dammartin, schoonzoon van koning Robert II de vrome wiens dochter Constance hij had getrouwd. Hij was ook zwager van koning Henri 1e en zijn broer Robert 1e de Oude, hertog van Bourgondië ook zwager bij de echtgenotes van Renaud 1e van Nevers (echtgenoot van Hadvise) en van Boudewijn V graaf van Vlaanderen ( echtgenoot van 'Adèle, weduwe van Richard III van Normandië), regent van het koninkrijk in 1060 tijdens de minderheid van koning Filips I. Door het spel van allianties zullen zijn zoon Hugues I en zijn erfgenamen vazallen zijn van de graaf van Blois, dus bondgenoten "geografisch" van de koning van Frankrijk tot de 14e eeuw. In de tijd van koning Hugues Capet (941-996) was het koninklijk domein beperkt tot de graafschappen Senlis, Orléans en Parijs, waartoe het huidige departement Seine Saint Denis behoorde. Dit koninklijk domein werd in het zuiden omsloten door het graafschap van Melun en Corbeil, in het westen door de Normandische Vexin en van noord naar noordoosten door wat het domein zal vormen van de graven van Blois en Champagne, allemaal theoretische vazallen van de koning, maar snel om zijn beslissingen aan te vechten. Om respect te krijgen, werd de koning omringd door ridders wiens trouw werd beloond met voordelen of landgoederen die ze bewaakten op grond van de hiërarchische banden van de feodale samenleving: de koning regeerde aan de top van een feodale piramide waarvan de basis bestond uit ridders in dienst van heren met graven en prinsen boven hen, tr. (2) circa 1100 met Alberich I von Mello. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lancelin  †1129   

tr. (2)
met

Adèle de Bulles / de Dammartin, geb. Dammartin-en-Goele [België] circa 1071, ovl. in 1139,
, Gravin van Dammartin, Dame van Bulles, erfgename van Dammartin-en-Goële, tr. (1) met Lancelin II / III de Dammartin. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) in 1100 met Aubry de Mello, geb. Mello [Frankrijk] circa 1070, Heer van Mello, ovl. Cires-Lès-Mello [Frankrijk] in 1112. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (3) in 1109 met Lancelin I de Beauvais, geb. Beauvais [Frankrijk] in 1080, ovl. aldaar na 1115,
, Heer van Dammartin via zijn vrouw, graaf van Dammartin (ca 1111) Heer van Bulles. Uit dit huwelijk geen kinderen.

 

Adele de Dammartin
Adele (Aelis, Adelheid) de Dammartin (de Bulles), geb. Cires-Lès-Mello [Frankrijk] in 1081, ovl. Hilsbach [Duitsland] na 1167,
, Toen Hugues de Dammartin stierf, werden zijn verschillende bezittingen verdeeld onder zijn kinderen. Adelaide claimt Bulles' bezittingen terug en draagt ??dan de bijnaam 'de Buglis' in alle charters waarin ze voorkomt. Na het verraad van Lancelin nam de koning de provincietitel en het kasteel van Dammartin in beslag. Aan de andere kant lijkt het erop dat hij Adelaide haar rechten op Bulles laat behouden. We vinden haar in een akte van 1138 waarin Renaud een schenking doet aan de abdij van Chalis: Ze bevestigt deze handeling in het gezelschap van een van haar Lancelin-zonen. Zijn andere kinderen dragen zeer traditionele namen in de geslachten van Dammartin en Beauvais: Manasses, Thibault, Renaud en Basilie. in de 4e eeuw. De voorvader van Aelis was graaf Manasses de Dammartin, schoonzoon van koning Robert II de vrome wiens dochter Constance hij had getrouwd. Hij was ook zwager van koning Henri 1e en zijn broer Robert 1e de Oude, hertog van Bourgondië ook zwager bij de echtgenotes van Renaud 1e van Nevers (echtgenoot van Hadvise) en van Boudewijn V graaf van Vlaanderen ( echtgenoot van 'Adèle, weduwe van Richard III van Normandië), regent van het koninkrijk in 1060 tijdens de minderheid van koning Filips I. Door het spel van allianties zullen zijn zoon Hugues I en zijn erfgenamen vazallen zijn van de graaf van Blois, dus bondgenoten "geografisch" van de koning van Frankrijk tot de 14e eeuw. In de tijd van koning Hugues Capet (941-996) was het koninklijk domein beperkt tot de graafschappen Senlis, Orléans en Parijs, waartoe het huidige departement Seine Saint Denis behoorde. Dit koninklijk domein werd in het zuiden omsloten door het graafschap van Melun en Corbeil, in het westen door de Normandische Vexin en van noord naar noordoosten door wat het domein zal vormen van de graven van Blois en Champagne, allemaal theoretische vazallen van de koning, maar snel om zijn beslissingen aan te vechten. Om respect te krijgen, werd de koning omringd door ridders wiens trouw werd beloond met voordelen of landgoederen die ze bewaakten op grond van de hiërarchische banden van de feodale samenleving: de koning regeerde aan de top van een feodale piramide waarvan de basis bestond uit ridders in dienst van heren met graven en prinsen boven hen.

  • Vader:
    Hugues I (Hugues) de Dammartin Seigneur de Bulles, zn. van Manasse Clava Asina van Ramerupt (Comte de Dammartin) en Constance Capet (Comtesse de Dammartin-en-Goëlle), geb. circa 1037, Comte de Dammartin, ovl. circa 1103,
    , Hugues de Dammartin [modifier]
    Le comte Hugues de Dammartin, fils du précédent, a épousé la comtesse Roaide de Bulles.
    En 1078, le comte Hugues de Dammartin, protecteur de la collégiale parisienne de Saint-Martin, et son vassal Gautier d'Aulnay abandonnent aux bénédictins de l'Ordre de Cluny les biens et dîmes qu'il percevait sur le nord de Bondy, Nonneville (embryon d'Aulnay-les-Bondy) et de Groslay, écart de Blanc-Mesnil.
    En 1081, le comte Hugues de Dammartin en tant que seigneur de Hescerent fit don de l'église de Hescerent (Saint-Leu), chapelle romane du Xe siècle, aux bénédictins de l'Ordre de Cluny. Ils en firent une église abbatiale et fondèrent le prieuré. A partir de 1085, à l'emplacement de l'ancienne église romane furent érigés, le prieuré bénédictin et l'église Abbatiale de Saint-Leu-d'Esserent qui se trouvent étape de la route de Saint-Jacques-de-Compostelle. Les moines restèrent très attachés aux Dammartin pour que les armes de Dammartin se confondent avec celles du prieuré.
    Vers 1083, Foulques d'Annet lègue à la collégiale parisienne de Saint-Martin le fief qu'il tenait de cette église, en présence d'Hervé de Montmorency, de ses chevaliers, et du comte Hugues de Dammartin.
    De son épouse Roharde de Bulles,il laissa[4] :
    un fils, mort avant 1081
    Pierre (? 1105), comte de Dammartin, qui suit,
    Basilie, citée en 1081,
    Adèle (? v.1140), comtesse de Dammartin, mariée à Aubry de Mello, puis à Lancelin (de Beauvais ?)
    Eustachie, citée en 1081
    et peut-être Eudes, auteur de la branche anglaise, tr. circa 1074 met

tr. (1) circa 1103
met

Lancelin (Lancelin II) de Beauvais, geb. Beauvais [Frankrijk] circa 1075, Graaf van Dammartin, ovl. in 1136,
, Nadat de broer van Aelis, Pierre de Dammartin, de koning van Frankrijk had verraden en zijn leven had verloren, maar ook het graafschap na de slag bij Gournay in 1107, nam de koning het kasteel van Dammartin in beslag en vertrouwde het toe aan Lancelin de Beauvais. "Lancelin kwam uit een familie van machtige stadsmilities die er aan het einde van de 11e eeuw en het begin van de 12e eeuw in slaagden banale heren van het platte land te worden. Hij is de broer van twee bisschoppen van Beauvais: Foulques (1089- 1095) en Pierre (1114-1133) en oudste zoon van Lancelin I. Laatstgenoemde is goed bekend in de literatuur. Hij behaalde een diploma van Henry I in 1057 en verschillende diploma's van Philippe I in 1069 en 1079. Hierna volgde 'Olivier Guyotjeannin, we kunnen hem assimileren met de flessenmaker van de koning, zijn naamgenoot. Lancelin I is ook de stichter van de priorij van Villers-Saint-Sépulchre die afhankelijk is van Saint-Germer-de-Fly. Het gaat dus om een ??afstamming die goed ingeburgerd is in Beauvaisis en trouw aan de Capetingen. Om het graafschap aan dit familielid toe te vertrouwen, huwde de koning Lancelin met een van de dochters van Hugo van Dammartin en zus van Pierre: Adélaïde. In 1111 werd Lancelin door Suger gekwalificeerd als graaf van Dammartin: “Lancelinum, komt de Domno martini.” Op dezelfde datum, zijn relaties met de koning van Frankrijk, Lodewijk VI de Dikke, verslechtert. Hierin zette hij het beleid van de Dammartins voort, aangezien hij de kant van de graaf van Blois Thibaut IV koos. Maar na de vrede tussen Thibaut IV en de koning van Frankrijk verliest Lancelin de "leiding" van Beauvais: "Lancelinum, come de Domno martini, querelam Belvacensis conductus sine spe recuperandi amiserit". Lord of Bulles door zijn huwelijk met Adelaide, heeft hij alleen de voogdij over het graafschap Dammartin in plaats van zijn neef, de zoon van Peter. Zou de koning van Frankrijk gehandeld hebben als gevolg van dit nieuwe verraad en zou hij opnieuw hebben ingegrepen in het lot van het graafschap? Deze koninklijke interventie is hypothetisch, maar zou het feit verklaren dat we tussen 1111 en 1138 geen spoor van een graaf van Dammartin vinden. De koning besluit de voogdij van de zoon van Pierre en de bewaker van het kasteel van Dammartin in Lancelin in te trekken. moment is de familie Dammartin verdeeld in drie takken: - aan de ene kant de tak Bulles, dat wil zeggen de kinderen van Adélaïde de Dammartin en Lancelin de Beauvais, -de tak Clermont, met het huwelijk tussen Clémence de Bar en Renaud de Clermont - en een derde tak die we zullen noemen de Dammartins van Engeland, tr. (2) met Adèle de Bulles / de Dammartin. Uit dit huwelijk geen kinderen.

 

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lancelin  †1129   

tr. (2) circa 1100
met

Alberich I von Mello, zn. van Gilbert II von Mello (Seigneur de Mello (Oise), de Roye et de Mouchy) en Ermentrude de Roye.

 

Hugues I de Dammartin Seigneur de Bulles
Hugues I (Hugues) de Dammartin Seigneur de Bulles, geb. circa 1037, Comte de Dammartin, ovl. circa 1103,
, Hugues de Dammartin [modifier]
Le comte Hugues de Dammartin, fils du précédent, a épousé la comtesse Roaide de Bulles.
En 1078, le comte Hugues de Dammartin, protecteur de la collégiale parisienne de Saint-Martin, et son vassal Gautier d'Aulnay abandonnent aux bénédictins de l'Ordre de Cluny les biens et dîmes qu'il percevait sur le nord de Bondy, Nonneville (embryon d'Aulnay-les-Bondy) et de Groslay, écart de Blanc-Mesnil.
En 1081, le comte Hugues de Dammartin en tant que seigneur de Hescerent fit don de l'église de Hescerent (Saint-Leu), chapelle romane du Xe siècle, aux bénédictins de l'Ordre de Cluny. Ils en firent une église abbatiale et fondèrent le prieuré. A partir de 1085, à l'emplacement de l'ancienne église romane furent érigés, le prieuré bénédictin et l'église Abbatiale de Saint-Leu-d'Esserent qui se trouvent étape de la route de Saint-Jacques-de-Compostelle. Les moines restèrent très attachés aux Dammartin pour que les armes de Dammartin se confondent avec celles du prieuré.
Vers 1083, Foulques d'Annet lègue à la collégiale parisienne de Saint-Martin le fief qu'il tenait de cette église, en présence d'Hervé de Montmorency, de ses chevaliers, et du comte Hugues de Dammartin.
De son épouse Roharde de Bulles,il laissa[4] :
un fils, mort avant 1081
Pierre (? 1105), comte de Dammartin, qui suit,
Basilie, citée en 1081,
Adèle (? v.1140), comtesse de Dammartin, mariée à Aubry de Mello, puis à Lancelin (de Beauvais ?)
Eustachie, citée en 1081
et peut-être Eudes, auteur de la branche anglaise.

tr. circa 1074
met

Roharde (Rohese) von Clare (von Bulle), dr. van Richard von Brionne (Herr von Clare) en Rohese Giffard, geb. circa 1055, Bulles, de, ovl. na 1082.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adele*1081 Cires-Lès-Mello [Frankrijk] †1167 Hilsbach [Duitsland] 86
Pierre*1076  †1105 Dammartin-en-Goele [België] 29


Roharde von Clare
Roharde (Rohese) von Clare (von Bulle), geb. circa 1055, Bulles, de, ovl. na 1082.

  • Vader:
    Richard von Brionne, geb. circa 1025, Herr von Clare, ovl. in St. Neots circa 1090, tr. met
  • Moeder:
    Rohese Giffard, geb. circa 1040, ovl. na 1113, begr. Colchester [Groot Brittanië].

tr. circa 1074
met

Hugues I (Hugues) de Dammartin Seigneur de Bulles, zn. van Manasse Clava Asina van Ramerupt (Comte de Dammartin) en Constance Capet (Comtesse de Dammartin-en-Goëlle), geb. circa 1037, Comte de Dammartin, ovl. circa 1103,
, Hugues de Dammartin [modifier]
Le comte Hugues de Dammartin, fils du précédent, a épousé la comtesse Roaide de Bulles.
En 1078, le comte Hugues de Dammartin, protecteur de la collégiale parisienne de Saint-Martin, et son vassal Gautier d'Aulnay abandonnent aux bénédictins de l'Ordre de Cluny les biens et dîmes qu'il percevait sur le nord de Bondy, Nonneville (embryon d'Aulnay-les-Bondy) et de Groslay, écart de Blanc-Mesnil.
En 1081, le comte Hugues de Dammartin en tant que seigneur de Hescerent fit don de l'église de Hescerent (Saint-Leu), chapelle romane du Xe siècle, aux bénédictins de l'Ordre de Cluny. Ils en firent une église abbatiale et fondèrent le prieuré. A partir de 1085, à l'emplacement de l'ancienne église romane furent érigés, le prieuré bénédictin et l'église Abbatiale de Saint-Leu-d'Esserent qui se trouvent étape de la route de Saint-Jacques-de-Compostelle. Les moines restèrent très attachés aux Dammartin pour que les armes de Dammartin se confondent avec celles du prieuré.
Vers 1083, Foulques d'Annet lègue à la collégiale parisienne de Saint-Martin le fief qu'il tenait de cette église, en présence d'Hervé de Montmorency, de ses chevaliers, et du comte Hugues de Dammartin.
De son épouse Roharde de Bulles,il laissa[4] :
un fils, mort avant 1081
Pierre (? 1105), comte de Dammartin, qui suit,
Basilie, citée en 1081,
Adèle (? v.1140), comtesse de Dammartin, mariée à Aubry de Mello, puis à Lancelin (de Beauvais ?)
Eustachie, citée en 1081
et peut-être Eudes, auteur de la branche anglaise.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adele*1081 Cires-Lès-Mello [Frankrijk] †1167 Hilsbach [Duitsland] 86
Pierre*1076  †1105 Dammartin-en-Goele [België] 29


Noelle de Dammartin d'Arcis
 
Noelle (Herisende) de Dammartin d'Arcis, geb. circa 892, ovl. na 922.

tr. in 915
met

Herlouin II Comte de Ponthieu et d'Amiens, zn. van Helgaud II Comte de Ponthieu et d'Amiens en Maud de Dammartin, geb. Oisemont [Frankrijk] in 890, ovl. Bayeux [Frankrijk] gesneuveld in de slag met de Noormannen op 13 jul 945.

 

Uit dit huwelijk 2 zonen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Roger*912  †957  45
Guillaume I*915  †980  65


Constance Capet
Constance Capet (van Frankrijk de France) (Dammartin, van), de Dammartin, van Frankrijk Capet, geb. circa 1002, Comtesse de Dammartin-en-Goëlle, ovl. in 1042.

  • Vader:
    Robert II 'de Vrome' koning van Frankrijk, zn. van Hugo I Capet (koning van Frankrijk) en Adelheid van Poitou, geb. Orléans (F) op 27 mrt 972, koning van Frankrijk, ovl. Melun [Frankrijk] op 20 jul 1031, begr. Saint Denis [Frankrijk],
    , Schoof zijn eerste twee echtgenotes aan de kant om tenslotte bij Constance zeven kinderen te krijgen, tr. (1) voor 1 apr 988, (gesch. in 922) met Rozala van Ivrea. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) circa 997 met zijn achternicht Bertha van Bourgondië. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) in 1002 met

tr. circa 1023
met

Manasse Clava Asina (ManassesCalvus) van Ramerupt (Manassès Calvus de Montididier d' Omont, de Montdidier) (Dammartin, de), zn. van Hilduin II de Ramerupt en Helvise de Laon, geb. Dammartin-en-Goele [België] in 990, Comte de Dammartin, ovl. Bar-le-Duc [België] op 15 nov 1057, tr. (1) circa 1035 met Beatrix van Henegouwen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hugues I*1037  †1103  66
Eude I*1031  †1067  36


Gerhard I/IV von Vaudemont
Gerhard I/IV Graf von Vaudemont, ovl. voor 1118,
, setzt um 1071 Ludwig v.Mousson gefangen, der versucht, Toul zu erobern.

tr.
met

Hedwig von Egisheim, dr. van Gerhard IV von Egisheim en Richgardis ? , ovl. voor 1126.

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gisela     


Gisela von Vaudemont
 
Gisela von Vaudemont.

tr. in 1110
met

Reinald I graaf van Bar, zn. van Dirk I graaf van Bar en Mömpelgard en Irmtrud van Bourgondië (erfdochter van Mompelgard (Montbeliard)), geb. Bar-le-Duc [België] in 1076, Graaf Bar-le-Duc, Mousson, de Brie, Verdun, ovl. op 10 apr 1149,
, Renaud I 'le borgne' de Bar le Duc Renaud I de Borgne, geboren omstreeks 1080, stierf op 10 maart 1149 in de Middellandse Zee, was graaf van Bar en heer van Mousson van 1105 tot 1149 en graaf van Verdun van 1105 tot 1134. Hij was zoon van Thierry, graaf van Montbéliard, Altkirch, Ferrette en Bar en Ermentrude de Bourgogne. In 1102 werd hij advocaat van de abdij van Saint-Pierremont. Bij de dood van zijn vader verkreeg hij het graafschap Bar en Mousson als aandeel. De bisschop van Verdun vertrouwde hem ook het graafschap Verdun toe. Hij was heel vaak in conflict met de bisschop, omdat hij te machtig was om diens vazal te zijn, in zo'n mate dat hij verschillende keren uit het graafschap Verdun werd afgezet en er in 1134 definitief afstand van deed. een aanhanger van de paus en vocht tegen de bisschop van Verdun, een aanhanger van de keizer. In 1113 grijpt keizer Henri V in in de strijd, bestormt het kasteel van Bar en neemt Renaud gevangen. Hij wordt pas vrijgelaten als hij trouw heeft gezworen en eer heeft bewezen. Hij vocht om zijn Maasdomein te vergroten door te proberen de Meusische erfenis van Godefroy de Klokkenluider terug te krijgen. Hij verkreeg Stenay en Mouzay van de bisschop van Verdun in 1100, daarna Briey rond 1130. In 1134 kreeg hij Clermont-en-Argonne door afstand te doen van zijn rechten op het graafschap Verdun. Godefroy de Bouillon had Bouillon afgestaan ??aan de bisschop van Luik, met de specificatie dat hij, als hij uit het Heilige Land zou terugkeren, de heerlijkheid kon terugkopen, en hij gaf deze bevoegdheid aan zijn erfgenamen. Renaud, die zich voordeed als erfgenaam, eiste de stad op en, geconfronteerd met de weigering van de bisschop, bestormde hij de stad in 1134. Hij moest haar echter in 1140 teruggeven. Hij schijnt op goede voet te staan ??met zijn buurman Simon I. Al in 1128 had hij de wens uitgesproken om op kruistocht te gaan, maar zijn verschillende zorgen hadden hem daarvan weerhouden. Hij nam deel aan de tweede kruistocht met zijn zonen Renaud en Thierry en stierf tijdens de terugkeer. Van een onbekende eerste vrouw had hij een zoon geboren in 1113 en stierf vóór 1120. Hij hertrouwde in 1120 met Gisèle de Vaudémont (1090 1141), weduwe van Renard III, graaf van Toul, dochter van Gérard I, graaf van Vaudémont, en van Hedwig van Dagsbourg, en had: Hugues (v. 1120 1141) Agnès, trouwde omstreeks 1140 met Albert I (1163), graaf van Chiny Clémence trouwde omstreeks 1140 met Renaud II, graaf van Clermont (1070 1162), daarna met Thibaut III, Heer van Crépy Renaud II (1115 1170), graaf van Bar Thierry (1171), 54e bisschop van Metz. Mathilde, getrouwd met Conrad I, graaf van Kyrbourg Stéphanie, vrouwe van Commercy, getrouwd met Hugues III, vader van Broyes.
der Einäugige, Graf von Bar und Mousson (1106), Streit mit dem Bischof v.Verdun, dieser entzieht ihm die Grafschaft Verdun, Kaiser Heinrich V. nimmt ihn gefangen, belagert erfolglos Mousson, er läßt Reinald frei, der ihm huldigt und Lösegeld zahlt, 1124 wieder im besitz der Grafschaft Verdun, 11?? Verzicht auf Grafschaft Verdun, 1147 mit Roi Louis VII de France auf Kreuzzug, Stifter des Priorats Moncon und der Prämonstratenserabtei Rieval, begr. 24.6.1150 zu Moncon, Hij krijgt 8 kinderen.

 

Uit dit huwelijk 4 kinderen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Clementia  †1110   
Agnes*1114  †1185  71
Reinald II*1115  †1170  55
Mathilde     


Hedwig von Egisheim
Hedwig von Egisheim, ovl. voor 1126.

tr.
met

Gerhard I/IV Graf von Vaudemont, zn. van Gerhard II graaf van Opper-Lotharingen (graaf van de Elzas) en Hedwig van Namen, ovl. voor 1118,
, setzt um 1071 Ludwig v.Mousson gefangen, der versucht, Toul zu erobern.

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gisela     


Gerhard IV von Egisheim
Gerhard IV von Egisheim, ovl. na 1074,
, 1064 Graf im elsässischen Nordgau, Streit mit dem Bruder über Vogtei für Kloster Heilgenkreuz, filiation?

  • Moeder:
    NN von Moha,
    , erfgename van het graafschap Moha.

tr.
met

Richgardis ? .

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hedwig  †1126   


Richgardis ?
Richgardis ? .

tr.
met

Gerhard IV von Egisheim, zn. van Heinrich von Elsässcher Nordgau en NN von Moha, ovl. na 1074,
, 1064 Graf im elsässischen Nordgau, Streit mit dem Bruder über Vogtei für Kloster Heilgenkreuz, filiation?

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hedwig  †1126   


Heinrich von Elsässcher Nordgau
Heinrich von Elsässcher Nordgau, ovl. op 28 jun 1063.

tr.
met

NN von Moha,
, erfgename van het graafschap Moha.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerhard IV  †1074   
Adalbert II*1060  †1098  38
Hugo VI     


NN von Moha
NN von Moha,
, erfgename van het graafschap Moha.

tr.
met

Heinrich von Elsässcher Nordgau, zn. van Hugo V graaf van Egisheim en Mechtild , ovl. op 28 jun 1063.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerhard IV  †1074   
Adalbert II*1060  †1098  38
Hugo VI     


Zwentibold van Lotharingen
Zwentibold koning van Lotharingen, geb. circa 870, ovl. op 13 aug 900,
, Swintbald?, ?.5.895 vom Vater zum König von Lothringen eingesetzt, konnte sich aber gegen die einheimischen Herzöge nicht durchsetzen und fiel im Kampf gegen diese, begraben in Süsteren oder Echternach.

  • Vader:
    Keizer Arnulf , zn. van Karloman en Liutswind ? , geb. circa 850, ovl. Regensburg (D) op 8 dec 899,
    , regierte 22.2./25.4.896-8.12.899
    Nach der Teilung des ostfränkischen Reiches 876 wurde Arnulf, obwohl illegitimer Sohn Karlmanns von Bayern, Kärnten und Pannonien zugewiesen. Nach dem Tode seines Vaters konnte Arnulf jedoch dessen Nachfolge nicht antreten, da er durch seinen Onkel Ludwig den Jüngeren verdrängt wurde. Karl III. wurde 882 alleiniger Herrscher über das ostfränkische und schließlich 885 über das gesamte fränkische Reich. Nachdem sich Karl III. mit zunehmender Krankheit nicht mehr als regierungsfähig erwies, wurde Arnulf von Kärnten zum Prätendenten einer Adelsbewegung, die auf den Sturz Karls des Kahlen abzielte. Im November 887 wurde er noch zu Lebzeiten des Kaisers durch den fränkischen Adel in Frankfurt zum König gewählt. Nach dem Tod Karls III. zerfiel das Reich zusehendst in nichtkarolingische Kleinkönigreiche. Diese Entwicklung versuchte Arnulf aber nicht zu verhindern, sondern anerkannte die neuen Herrscher und die Eigenständigkeit der Teilreiche, insbesondere da sich die Könige dem als Karolinger vorrangigen Arnulf lehensrechtlich unterstellten. 888 lehnte Arnulf sogar das Angebot des westfränkischen Adels zur Königswahl ab. Dafür sicherte er im gleichen Jahr Lotharingien für das Ostreich. Nachdem Arnulf große Siege über die Normannen (891) und die Mähren (895) errungen hatte, wuchs sein Ansehen im Reich um so mehr. Daher war es ihm auch schon 898 möglich, seine zuerst umstrittene Nachfolgeregelung durchzusetzen, nämlich daßim Falle keiner legitimen Nachkommen seine unehelichen Söhne Zwentibold und Ratold die Nachfolge antreten sollten. Mit der Geburt Ludwig des Kindes allerdings wurde diese Regelung 893 hinfällig. Dennoch sicherte Arnulf für Zwentibold Lotharingien als Herrschaft und erhob ihn 895 zum König. Ratold dagegen sollte König von Italien werden. Während Arnulf die Teilkönigreiche akzeptiert hatte, so stand die Selbstkrönung Widos von Spoleto in Italien zum Kaiseer im großen Gegensatz zu seiner karolingischen Herrschaftsauffassung. Daher zog Arnulf nach Italien, wo nach der Eroberung Bergamos 894 zum König gewählt wurde. Im zweiten Italienzug 896 erlangte er als letzter Karolinger von Papst Formosus in Rom die Kaiserkrönung (8.12.896), doch gelang es ihm aus gesundheitlichen Gründen nicht, seinen Widersacher Lambert, Widos Sohn, zu bekämpfen. Somit blieb Bayern Kernland seiner Herrschaft. Kennzeichnend für Arnulfs Innenpolitik war vor allem sein Vertrauen auf die Adelsfamilien. Zunehmend machte sich eine Tendenz zur gleichberechtigten Teilnahme der Stämme an den Angelegenheiten des Reiches breit, die Vormachtstellung der Franken rückte in den Hintergrund. Mit dem Tod Arnulfs von Kärnten konnte der gestärkte Adel nun fast frei handeln, was besonders in Lotharingien für Zwentibold große Probleme mit sich brachte.

tr.
met

Oda von Sachsen (van Saksen), dr. van Otto van Saksen (hertog van Saksen) en Hadwig von Babenberg, geb. tussen 875 en 880, ovl. na 952,
, keine Urkunden für die Filiation von Oda, aber wohl gesichert/Uda?, Oda, Tochter Herzog Otto v.Sachsens, heiratet 900 den lothringischen Grafen Gerhard, Heirat mit Zwentibold 27.3./13.6.897


Liutswind ?
Liutswind ? , ovl. voor 9 mrt 891.

tr.
met

Karloman , zn. van Lodewijk II der Karolingen en Emma von Altdorf, geb. circa 829, ovl. Altötting in sep 880,
, *ca 830, vt ca 850 Liutswind, vt vor 861 mit Tochter das Grafen Ernst, 856 dux, 876 König v.Bayern, 877 König von Italien, 879 regierungsunfähig, +nach 879, 877 Gründer von Altötting.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnulf*850  †899 Regensburg (D) 49


Arnulf
Keizer Arnulf , geb. circa 850, ovl. Regensburg (D) op 8 dec 899,
, regierte 22.2./25.4.896-8.12.899
Nach der Teilung des ostfränkischen Reiches 876 wurde Arnulf, obwohl illegitimer Sohn Karlmanns von Bayern, Kärnten und Pannonien zugewiesen. Nach dem Tode seines Vaters konnte Arnulf jedoch dessen Nachfolge nicht antreten, da er durch seinen Onkel Ludwig den Jüngeren verdrängt wurde. Karl III. wurde 882 alleiniger Herrscher über das ostfränkische und schließlich 885 über das gesamte fränkische Reich. Nachdem sich Karl III. mit zunehmender Krankheit nicht mehr als regierungsfähig erwies, wurde Arnulf von Kärnten zum Prätendenten einer Adelsbewegung, die auf den Sturz Karls des Kahlen abzielte. Im November 887 wurde er noch zu Lebzeiten des Kaisers durch den fränkischen Adel in Frankfurt zum König gewählt. Nach dem Tod Karls III. zerfiel das Reich zusehendst in nichtkarolingische Kleinkönigreiche. Diese Entwicklung versuchte Arnulf aber nicht zu verhindern, sondern anerkannte die neuen Herrscher und die Eigenständigkeit der Teilreiche, insbesondere da sich die Könige dem als Karolinger vorrangigen Arnulf lehensrechtlich unterstellten. 888 lehnte Arnulf sogar das Angebot des westfränkischen Adels zur Königswahl ab. Dafür sicherte er im gleichen Jahr Lotharingien für das Ostreich. Nachdem Arnulf große Siege über die Normannen (891) und die Mähren (895) errungen hatte, wuchs sein Ansehen im Reich um so mehr. Daher war es ihm auch schon 898 möglich, seine zuerst umstrittene Nachfolgeregelung durchzusetzen, nämlich daßim Falle keiner legitimen Nachkommen seine unehelichen Söhne Zwentibold und Ratold die Nachfolge antreten sollten. Mit der Geburt Ludwig des Kindes allerdings wurde diese Regelung 893 hinfällig. Dennoch sicherte Arnulf für Zwentibold Lotharingien als Herrschaft und erhob ihn 895 zum König. Ratold dagegen sollte König von Italien werden. Während Arnulf die Teilkönigreiche akzeptiert hatte, so stand die Selbstkrönung Widos von Spoleto in Italien zum Kaiseer im großen Gegensatz zu seiner karolingischen Herrschaftsauffassung. Daher zog Arnulf nach Italien, wo nach der Eroberung Bergamos 894 zum König gewählt wurde. Im zweiten Italienzug 896 erlangte er als letzter Karolinger von Papst Formosus in Rom die Kaiserkrönung (8.12.896), doch gelang es ihm aus gesundheitlichen Gründen nicht, seinen Widersacher Lambert, Widos Sohn, zu bekämpfen. Somit blieb Bayern Kernland seiner Herrschaft. Kennzeichnend für Arnulfs Innenpolitik war vor allem sein Vertrauen auf die Adelsfamilien. Zunehmend machte sich eine Tendenz zur gleichberechtigten Teilnahme der Stämme an den Angelegenheiten des Reiches breit, die Vormachtstellung der Franken rückte in den Hintergrund. Mit dem Tod Arnulfs von Kärnten konnte der gestärkte Adel nun fast frei handeln, was besonders in Lotharingien für Zwentibold große Probleme mit sich brachte.

  • Vader:
    Karloman , zn. van Lodewijk II der Karolingen en Emma von Altdorf, geb. circa 829, ovl. Altötting in sep 880,
    , *ca 830, vt ca 850 Liutswind, vt vor 861 mit Tochter das Grafen Ernst, 856 dux, 876 König v.Bayern, 877 König von Italien, 879 regierungsunfähig, +nach 879, 877 Gründer von Altötting, tr. met

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Zwentibold*870  †900  30


Hermann V van Virneburg
Hermann V van Virneburg, geb. circa 1195, ovl. na 1254,
, 1209-1238 urkundl, Erbauer der Burg Monreal, 1222 durch Schiedsspruch des Erzbischofs v.Köln Teilerbe der Schwiegereltern Eigentümer der Burg Schaumburg a.d.Lahn und Mitbesitzer der Burg Leiningen, 1229 Erbeinigung mit dem Bruder, 25.11.1238 Schenkung ans Kloster Himmelrode, 1238 Mönch zu Hemmenrode.

tr.
met

Liutgardis (Lukarde, Lukardis) von Nassau, dr. van Rupert II/III Graf van Laurenburg von Nassau en Elisabeth Gräfin von Leiningen, geb. tussen 1175 en 1180, ovl. voor 1222, tr. (2) met Gebhard IV von Querfurt Burggraf von Magdeburg. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1238  †1289  51
Gertrud*1222 Virneburg [Duitsland] †1270  48


Liutgardis von Nassau
Liutgardis (Lukarde, Lukardis) von Nassau, geb. tussen 1175 en 1180, ovl. voor 1222.

tr. (1)
met

Hermann V van Virneburg, zn. van Gottfried Graf van Virneburg, geb. circa 1195, ovl. na 1254,
, 1209-1238 urkundl, Erbauer der Burg Monreal, 1222 durch Schiedsspruch des Erzbischofs v.Köln Teilerbe der Schwiegereltern Eigentümer der Burg Schaumburg a.d.Lahn und Mitbesitzer der Burg Leiningen, 1229 Erbeinigung mit dem Bruder, 25.11.1238 Schenkung ans Kloster Himmelrode, 1238 Mönch zu Hemmenrode.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1238  †1289  51
Gertrud*1222 Virneburg [Duitsland] †1270  48

tr. (2)
met

Gebhard IV von Querfurt Burggraf von Magdeburg, zn. van Burchard III Burggraf von Magdeburg en Mathilde von Gleichen, geb. tussen 1150 en 1155, ovl. na 1213