Website van Cees Hagenbeek
Hendrik van Heusden
in
Genealogie van Dirick Cornelis van der Bel.
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Hendrik van Heusden1 (Henricus van Heusden-Heesbeen), geb. circa 1221, ovl. circa 1270,
, vermeld 1242-1270, ridder, vermeld 1246 gegoed te Heesbeen, Heer van Doeveren.

 

tr.
met

Elisabeth van Doeveren, geb. circa 1220.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold     



Bronnen:
1.De familie van Tichelt de Heren te Heesbeen en de Heren van Heusden (B 269), Alfons Vanden Brouwer, Gens Brabantica, 1993 (blz. 113)
2.De familie van Tichelt de Heren te Heesbeen en de Heren van Heusden (B 269), Alfons Vanden Brouwer, Gens Brabantica, 1993 (blz. 112)


Willem van Heusden
in
Genealogie van Dirick Cornelis van der Bel.
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Willem van Heusden1,
, vermeld 1242 -1254.

 



Bronnen:
1.De familie van Tichelt de Heren te Heesbeen en de Heren van Heusden (B 269), Alfons Vanden Brouwer, Gens Brabantica, 1993 (blz. 113)
2.De familie van Tichelt de Heren te Heesbeen en de Heren van Heusden (B 269), Alfons Vanden Brouwer, Gens Brabantica, 1993 (blz. 112)


Johanna van Rietwijck
in
Genealogie van Dirick Cornelis van der Bel.
Kwartierstaat van Ans Karstens

Johanna van Rietwijck1.

relatie (1)
met

Karel hertog van Gelre van Egmont2 (Karel van Gelre), zn. van Adolf Arnoldszoon hertog van Gelre van Egmond graaf van Zutphen (1465-1471 hertog) en Catharina Charles de Bourbon, geb. Grave op ten huyss to Grave, hora nona ante prandium (voor het lunch uur) op 9 nov 1467, hertog van Gelre, graaf van Zutphen, ovl. Arnhem op 30 jun 1538, begr. aldaar in de Eusebiuskerk op 25 jul 1538, tr. (2) met Elisabeth van Brunswijk-Lüneburg (von Braunschweig-Wolfenbüttel), dr. van Heinrich IV von Braunschweig-Lüneburg en Margareta von Sachsen, geb. op 11 sep 1494, ovl. op 2 apr 1572. Uit dit huwelijk geen kinderen, relatie (3) met Maria Zuijderstein1, geb. Grave in 1477, ovl. in 1516,
, was de minnares van hertog Karel van Gelre. Uit deze relatie 4 kinderen, waaronder.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1511  †1601 Heukelom 89

tr. (2)
met

Joost van Swieten.

Bronnen:
1.Genealogie der Heren en Graven van Egmond (B 039), Dr A.W.E. Dek, Den Haag, 1958 (blz. 29)
2.Genealogie der Heren en Graven van Egmond (B 039), Dr A.W.E. Dek, Den Haag, 1958 (blz. 27)


Beatrix van der Sluys
in
Genealogie van Dirick Cornelis van der Bel.
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot

Beatrix van der Sluys (van der Sluijs), ovl. voor 1322,
, vermeld 1310.

  • Vader:
    Arnoud van der Sluys1 (van der Sluse, de Slusa), zn. van Robert van Heesbeen en Mechtild , ovl. op 28 nov 1296,
    , hij treedt voor het eerst tegemoet op in een charter betreffende de abdij Berne in 1274. Hij is dan medegetuige, als zijn neef Jan III van Heusden en diens ooms Robert en Dirk oorkonden in een zaak, die de familie aanging. Ridder is Arnold dan nog niet; het wordt tenminste niet vermeld. De tweede maal treffen wij hem aan in een charter van 1283. Hierin treedt hij in drie kwaliteiten op, als zijn reeds genoemde neef Jan III oorkondt. Ten eerste als diens leenman, ten tweede als voogd voor zijn tante Mechteld en tenslotte als borg voor zijn neef Jan III en zijn oom Dirk; hij is dan ridder. De volgende akte, waarin hij voorkomt, is uit 1287. Hierin is hij zelf oorkonder en verklaart vijf gemeten land in Oostkapelle (Zeeland) verkocht te hebben aan broeder Heynen van Rensburgh (Rijnsburg) ten behoeve van de abdij van die naam. In het voorjaar van 1288, treedt Arnold van der Sluis als één der borgen op voor Herman heer van Woerden in verband met diens twist met de elect van Utrecht, Jan van Nassau, en graaf Floris V van Holland. Het jaar 1288 is in de geschiedenis bekend door de slag bij Woeringen. In juni van dat jaar stond de bloem van de Brabantse en Gelderse edelen tegenover elkaar. De Heusden's streden aan Brabantse zijde onder het vaandel van Jan I van Kuyc. Behalve Arnold van der Sluis vochten er zijn neef Jan III van Heusden en diens broer "magister" Arnold [*]. Jan van Heelu, die ooggetuige was van de slag, beschrijft de rol van Arnold van der Sluis en Dirk van Heusden aldus (er is sprake van het gevangen nemen van Jan III van Heusden. Blijkbaar heeft Arnold van der Sluis de strijd wel goed doorstaan, want eind maart 1290 treffen wij hem aan als borg voor Jan I van Kuyc en diens oudste zoon Hendrik, beiden ridder. Vervolgens komt hij begin maart 1291 voor in de reeds genoemde akte betreffende de pauselijke dispensatie wegens huwelijksbeletsel voor zijn tweede vrouw, Agnes van der Leck. Het beletsel bestond uit de aanverwantschap tussen Arnold en Agnes, ontstaan door bloedverwantschap tussen haar en zijn overleden vrouw Aleydis. Volgens zekere Kleefs kroniek is Arnold in 1291 medegetuige bij het stichten van het dominicaner klooster te Wezel. Vervolgens ontmoeten wij hem in 1293 weer als borg. Ditmaal voor graaf Floris V van Holland, die een verdrag met de elect van Utrecht sluit. De laatste maal, dat Arnold in de bronnen als levend wordt vermeld, is op 3 juli 1294 als getuige in een charter van Dirk heer van Meurs.Zijn grafsteen voorheen in de abdij van Berne bij Heusden, thans in het Rijksmuseum Amsterdam
    Hij is overleden op 28 november 1296. Zijn uit het latijn vertaalde grafschrift luidt als volgt:
    "Hij die geliefd was bij allen, ligt hier begraven; geboren uit het bekend Heusdens geslacht, genaamd Arnoud van der Sluis, ridder. Hij wist hier lage daden te verachten en hield valse handelingen verre van zich.  Hij was sterk, schoon, behoedzaam en onverschrokken, rechtvaardig, vredelievend, steeds een vriend van rechtschapenheid. Hij beëindigde zijn leven, gesierd door (de) waardigheid van (zijn) levenswandel op de vierde dag voor de kalender van de maand december (28 november).  In het jaar des Heren duizend en negen maal negen en tweemaal honderd en drie met twaalf (1296).
    Moge hij zich in de hemel verheugen, zoals ieder gelovige dit smeekt. Dit geve de Vader en de Heilige Geest en de Zoon, Amen, tr. (1) circa 1275 met Aleydis van Roistelle. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) in 1280.
 

tr.
met

Jan II Heer van der Dussen2, zn. van Jan I ridder van der Dussen (Heer van Dussen) en Elisabeth van Polanen, geb. Heusden circa 1270, ovl. na 14 nov 1325,
, Ridder heer van Dussen en Aartswaarde,rentmeester van Zuid-Holland
Hij trouwde (1) met Jacoba van Drongelen. Zij was een dochter van Willem van Drongelen en Hadewich van der Merwede, laatstgenoemde was een stiefdochter van Willem van Brederode 1380-1451 die getrouwd was met Margaretha van der Merwede-Stein, de weduwe van Daniel V van der Merwede. Hij trouwde (2) met Beatrix van der Sluijs (ca. 1280-). Zij was een dochter van Arnold van der Sluijs (ca. 1250-1296) en Agnes van Boukhorst van der Leck (1260-1323). Haar zusters waren: Judith (Jutta) van der Sluijs, getrouwd met Walter van Keppel heer van Keppel en Catherijne Agnes van der Sluijs, getrouwd met Witte van Haamstede (1280-1321).
Ridder, Heer van Dussen en Heeraartswaarde vermeld 1298-1326, en werd in 1305 onder den adel van Holland gesteld, blijkens een gezegeld handvest van Graaf Willem III. leenman van de heren van Putten en Strijen, van de hofstad Putten hield hij na de dood van zijn vader in leen het schoutambacht van Drimmelen met de hoge en lage ban, van de hofstad van Strijen werd het ambacht van Standhazen, gelegen ten N. en W. van Drimmelen, in leen gehouden. Kanselier van de Heer van Altena
Bemiddelaar van de heer van Altena en van Willem III van Avesnes, graaf van Holland en Hainaut. Leeft aan de grens van Holland en Brabant. Hij speelt een rol in de verzoening tussen graaf Willem III en hertog Jan III van Brabant in 1321. 1314: Jan II van der Dussen krijgt een halve hoeve land in leen, en verwerft later het recht land in te dijken. 1317: Jan II van der Dussen wordt beleend met een hoeve, huis en hofstad en het gerecht van Muilkerk
Nevens andere ridders stond hij ten jare 1325 als scheidsman over een geschil tusschen Dordrecht en eenige andere steden van Holland, over het stapelregt in eerstgenoemde plaats, tr. (2) met Agnes Florens van den Bouckhorst. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (3) in 1322 met Jkv Jacoba van Drongelen. Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder.

 

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     
Soete*1290     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage

Jan II van der Dussen
 
in
Genealogie van Dirick Cornelis van der Bel.
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot

Jan II Heer van der Dussen1, geb. Heusden circa 1270, ovl. na 14 nov 1325,
, Ridder heer van Dussen en Aartswaarde,rentmeester van Zuid-Holland
Hij trouwde (1) met Jacoba van Drongelen. Zij was een dochter van Willem van Drongelen en Hadewich van der Merwede, laatstgenoemde was een stiefdochter van Willem van Brederode 1380-1451 die getrouwd was met Margaretha van der Merwede-Stein, de weduwe van Daniel V van der Merwede. Hij trouwde (2) met Beatrix van der Sluijs (ca. 1280-). Zij was een dochter van Arnold van der Sluijs (ca. 1250-1296) en Agnes van Boukhorst van der Leck (1260-1323). Haar zusters waren: Judith (Jutta) van der Sluijs, getrouwd met Walter van Keppel heer van Keppel en Catherijne Agnes van der Sluijs, getrouwd met Witte van Haamstede (1280-1321).
Ridder, Heer van Dussen en Heeraartswaarde vermeld 1298-1326, en werd in 1305 onder den adel van Holland gesteld, blijkens een gezegeld handvest van Graaf Willem III. leenman van de heren van Putten en Strijen, van de hofstad Putten hield hij na de dood van zijn vader in leen het schoutambacht van Drimmelen met de hoge en lage ban, van de hofstad van Strijen werd het ambacht van Standhazen, gelegen ten N. en W. van Drimmelen, in leen gehouden. Kanselier van de Heer van Altena
Bemiddelaar van de heer van Altena en van Willem III van Avesnes, graaf van Holland en Hainaut. Leeft aan de grens van Holland en Brabant. Hij speelt een rol in de verzoening tussen graaf Willem III en hertog Jan III van Brabant in 1321. 1314: Jan II van der Dussen krijgt een halve hoeve land in leen, en verwerft later het recht land in te dijken. 1317: Jan II van der Dussen wordt beleend met een hoeve, huis en hofstad en het gerecht van Muilkerk
Nevens andere ridders stond hij ten jare 1325 als scheidsman over een geschil tusschen Dordrecht en eenige andere steden van Holland, over het stapelregt in eerstgenoemde plaats.

 

tr. (1)
met

Beatrix van der Sluys (van der Sluijs), dr. van Arnoud van der Sluys en Agnes van der Lecke (vrouwe van Haamstede), ovl. voor 1322,
, vermeld 1310.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     
Soete*1290     

tr. (2)
met

Agnes Florens van den Bouckhorst1, dr. van Floris van den Bouckhorst (rentmeester en baljuw van Delfland en Schieland), geb. circa 1300,
, Van der Boekhorst/Van den Bouchorst, een oud Hollands adellijk geslacht, dat uitstierf in de zeventiende eeuw. Agnes is in 1322 getocht aan tienden te Nieuwerkerk. Het geslacht kwam voort uit het oude geslacht Van Noordwijk, waarvan de stamvader, ridder Everard, heer van Noordwijk, in het laatste kwart van de twaalfde eeuw met graaf Floris III van Holland tegen de West-Friezen streed.[1][2] Boudewijn van Noordwijk werd in 1273 door graaf Floris V van Holland beleend met de versterkte edelmanswoning “Boekhorst” en de omliggende landen, welke even ten noorden van Noordwijkerhout waren gelegen. Stamvader van nieuwe lijn Van den Bouckhorst was ridder Floris, zoon van voornoemde Boudewijn van Noordwijk en Aleida van Holland, een buitenechtelijke dochter van Otto van Holland. Deze Otto was de broer van graaf Floris V van Holland, die het huwelijk van zijn halfnicht had bewerkstelligd.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Floris*1318  †1376  58

tr. (3) in 1322
met

Jkv Jacoba van Drongelen1, dr. van Jan III van Heusden van Drongelen (ridder, heer van Dussen), geb. Heusden in 1270, ovl. in 1323.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas I*1295  †1381  86



Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Arnold II van Laurenburg
in
Genealogie van Dirick Cornelis van der Bel.
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Arnold II graaf van Laurenburg, vermeld 1151-1154, ovl. na 1154.



Bronnen:
1.Liber Amicorum (B 043), Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, 1985 (blz. 111)


Margriet Florisdr Alkemade
in
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Margriet Florisdr Alkemade, geb. circa 1380, ovl. circa 1475.

tr.
met

Godschalk Godschalksz Oem, zn. van Godschalk Tielmanszn Oem en Catharina van den Woude, Burgemeester van Dordrecht Dordrecht, Zuid-Holland in 1440 Occupation2, relatie (1) met Elisabeth Willemsdr Bordt. Uit deze relatie 2 kinderen, relatie (1). Hij krijgt geen kinderen


NN van Voorne en Putten
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

NN van Voorne en Putten.

 

tr.
met

Ridder Daniel IV Daniels (Godschalk Daniëlsz) van der Merwede3,4,5, zn. van Daniël III van der Merwede (heer van de Merwede) en Anne Boudewijsdr van Heeswijk, geb. Dordrecht circa 1212, ridder, heer van Clootwijck, vermeld 1258, ovl. Dordrecht op 16 mrt 1271 (13 mei 1284),
, 1288 Juli 13. Mabilia weduwe van Giselbertus quondam Dominus de Goye miles beschikt bij testament over de opbrengst van haar huis in de immuniteit van St. Maarten om na haar dood memorie-diensten te laten doen in den Dom te Utrecht voor haar eersten echtgenoot heer Godscalcus de Merwede, haar tweeden echtgenoot Giselbertus de Goye en voor haar zelf. Voor haar zegelen Johannes de Herkele, ridder en haar zoons Johannes en Daniel van der Merwede.
KW XVII-240: ridder, vermeld 1258. De Nederlandsche Leeuw 1949 nr. 11 p. 329-341 (Godschalk van der Merwede ~1220->1258, Daniel van der Merwede ~1250-~1331, Mabilia van Arkel ~1230-1288)
De heren van Goye, door Dr. P.G.F. Vermast Op pagina 341 van dit artikel is te lezen: 1288 Juli 13.
Mabilia weduwe van Giselbertus quondam Dominus de Goye miles beschikt bij testament over de opbrengst van haar huis in de immuniteit van St. Maarten om na haar dood memorie-diensten te laten doen in den Dom te Utrecht voor haar eersten echtgenoot heer Godscalcus de Merwede, haar tweeden echtgenoot Giselbertus de Goye en voor haar zelf. Voor haar zegelen Johannes de Herkele,
ridder en haar zoons Johannes en Daniel van der Merwede. De ridder Johannes de Herkele was de heer van Arkel, die 26 Maart 1297 bij Vronen is gesneuveld: vermoedelijk was zij diens tante.
Buchell, die een afschrift van deze oorkonde geeft, tekende daarbij de zegels na, die toen nog aan het stuk hingen. Arkel zegelt met: in een gothisch schild, twee beurtelings gekanteelde dwarsbalken, met randschrift + S' JOHANNIS. MILITI. DNI. E. ARKEL. Haar jongste zoon zegelt met een wapen Merwede, nl. een dwars-balk, boven en beneden vergezeld van een aantal besanten of
penningen, met randschrift: + SIGILLUM. DANIELIS. . . . . . het tweede zegel was verloren.
Afschrift dus met twee nageteekende zegels: van den ridder Johannes de Arkel en van Daniel (van der Merwede). Haar eerste man, Dns. Godescalcus (Danielsz.) de Merwede. leefde nog 2 Augustus 1258, Hoewel haar tweede man Giselbertus de Goye aanmerkelijk ouder geweest zal zijn, kan toch
niet diens gelijknamige zoon bedoeld zijn, want deze was in 1288 nog in leven: een andere Giselbertus de Goye, die in 1288 reeds overleden was, is niet bekend.
leeft ca 1150, moet het Danielsambacht in Brielle bezeten hebben als Voorne's leen Heer ter Merwede, ridder, wordt vermeld in 1243, 1252 en het laatst op 3-7-1266, relatie (1) met Mabelia Herbertsdr van den Berghe. Uit deze relatie 2 zonen, tr. (3) circa 1244 met Hiraldina van Grutara. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1225     



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 98)
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)
4.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 61)
5.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 62)
6.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
7.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 26)


Bernd von Merveldt
Bernd von Merveldt,
, vermeld 1461.

tr.
met

Aleyd (Aliken Johansdr) van Senden


Gerd von Merveldt
Gerd von Merveldt.

tr.
met

Nelle .

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bernd     
Alof     


Nelle
Nelle .

tr.
met

Gerd von Merveldt, zn. van Bernd von Merveldt.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bernd     
Alof     


Alof von Merveldt
Alof von Merveldt,
, vermeld 1461.

tr.
met

Nese von Gemen gen. Pröbsting.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margarethe     


Margarethe von Merveldt
Margarethe von Merveldt,
, vermeld in 1387.

tr.
met

NN van Wedderen


NN van Wedderen
NN van Wedderen.

tr.
met

Margarethe von Merveldt, dr. van Hermann von Merveldt en Beatrix Stecke von Recklinghausen,
, vermeld in 1387


Bernd von Merveldt
Bernd von Merveldt,
, Bernd v Merveld en zijn broer Henrick deelden na 1401 de heerlijkheid Merveld onder elkaar, maar omdat Henrick waarschijnlijk geen nazaten had, kwam het weer 'in één hand'.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerd     


Bernd von Merveldt
Bernd von Merveldt, ovl. voor 1401.

Hij krijgt 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bernd     
Hermann     
Hendrick     


Hendrick von Merveldt
Hendrick von Merveldt,
, Henrick v Merveld en zijn broer Bernd deelden na 1401 de heerlijkheid Merveld onder elkaar, maar omdat hij waarschijnlijk geen nazaten had, kwam het weer 'in één hand'.


Margarethe von Merveldt
Margarethe von Merveldt.

tr.
met

Herman van Keppel, zn. van Hermann van Keppel en Sophie von Korff, geb. voor 1365,
, Hij is geestelijke geweest. Hij was al in 1389 pastoor in Epe, en tegelijk ook kannunik in Munster.Meestal mochten deze geestelijke functies pas uitgeoefend worden vanaf 24 jarige leeftijd (soms wel iets eerder, maar niet veel). Op grond daarvan zal hij geboren zijn vóór 1365. Rond 1410 heeft hij de geestelijkheid verlaten, en daarvan is iets terug te vinden in de kerkboeken van Munster, omdat daar een korte opmerking staat over zijn uittreding. Kort daarop is hij getrouwd met Margrete van Merfeldt, dochter van Herman van Merfeldt en Beatrix Stecke, van wie de wapens staan op het graf van hun zoon Gerrit van Keppel Bovendien voerde deze Gerrit van Keppel ook korte tijd een gedeeld wapen: 5 Ruiten van Keppel en het Hekwerk van Merfeld. Hun zoon Gerrit van Keppel, ridder, komt in een aantal stukken voor samen met Frederik van Keppel, zoon van Herman van Keppel X Joanna v Hacfort o.a. in 1459. Gerrit was dus Frederik's achteroom, want een neef van Frederik's vader Herman van Keppel, de ambtman


Herman van Keppel
Herman van Keppel, geb. voor 1365,
, Hij is geestelijke geweest. Hij was al in 1389 pastoor in Epe, en tegelijk ook kannunik in Munster.Meestal mochten deze geestelijke functies pas uitgeoefend worden vanaf 24 jarige leeftijd (soms wel iets eerder, maar niet veel). Op grond daarvan zal hij geboren zijn vóór 1365. Rond 1410 heeft hij de geestelijkheid verlaten, en daarvan is iets terug te vinden in de kerkboeken van Munster, omdat daar een korte opmerking staat over zijn uittreding. Kort daarop is hij getrouwd met Margrete van Merfeldt, dochter van Herman van Merfeldt en Beatrix Stecke, van wie de wapens staan op het graf van hun zoon Gerrit van Keppel Bovendien voerde deze Gerrit van Keppel ook korte tijd een gedeeld wapen: 5 Ruiten van Keppel en het Hekwerk van Merfeld. Hun zoon Gerrit van Keppel, ridder, komt in een aantal stukken voor samen met Frederik van Keppel, zoon van Herman van Keppel X Joanna v Hacfort o.a. in 1459. Gerrit was dus Frederik's achteroom, want een neef van Frederik's vader Herman van Keppel, de ambtman.

tr.
met

Margarethe von Merveldt, dr. van Alof von Merveldt en Nese von Gemen gen. Pröbsting


Aliken Johansdr van Senden
in
Kwartierstaat van Fred Spaans

Aleyd (Aliken Johansdr) van Senden.

tr.
met

Bernd von Merveldt, zn. van Gerd von Merveldt en Nelle ,
, vermeld 1461